Powell roept zijn ministerie tot de orde

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, heeft zijn medewerkers gisteren gemaand zich te houden aan letter en geest van de woorden van president Bush over Iran, Irak en Noord-Korea in zijn State of the Union-toespraak in perscontacten.

Volgens een hoge functionaris op het State Department is Powell bezorgd over de mogelijkheid dat de kracht van Bush' waarschuwing aan het adres van deze landen, alle beschuldigd van inspanningen massa-vernietigingswapens te verwerven, wordt ondermijnd door uitspraken van zegslieden dat de president niet zo oorlogszuchtig bedoelde te zijn als hij klonk.

Een woordvoerder van het Witte Huis zei eerder bij voorbeeld over Bush' uitspraak dat Iran, Irak en ,,Noord-Korea zich wapenen om de wereldvrede te bedreigen'', dat dit niet betekende dat nu ook een militaire actie ophanden was, maar ,,een uitdrukking is hoe serieus de president de bescherming van ons land neemt''. De ,,As van het Kwaad'' waarin Bush deze landen vatte, was volgens deze woordvoerder ,,meer retorisch dan historisch bedoeld''.

Bush' Nationaal veiligheidsadviseur Condoleezza Rice onderstreepte gisteren diens uitval naar Noord-Korea met de woorden dat het land ,,de nummer één handelaar in ballistische raketten is in de wereld''. Ondanks de gemelde waarschuwing van Powell herhaalde diens woordvoerder Richard Boucher vervolgens dat de regering bereid is ,,te allen tijde, waar dan ook'' te praten met Noord-Korea over veiligheidskwesties. Hij voegde eraan toe dat Washington ook is bereid te praten met Iran als dat land op zijn beurt bereid is Bush' zorgen ,,serieus aan te pakken''. Hij zei niet of de regering ook met Irak wil praten.

Bush zelf zei gisteren in Florida dat andere landen in de wereld hem zouden moeten steunen in zijn harde lijn tegen landen als Iran, Irak en Noord-Korea, omdat hun wapens overal kunnen neerkomen. De Britse minister van Buitenlandse Zaken, Jack Straw, maakte tegelijk echter in Washington duidelijk dat Londen het niet helemaal eens is inzake Iran. ,,We zijn inderdaad zeer bezorgd over terrorisme'', zei hij. ,,We zijn bezorgd over Irak. We zijn bezorgd over Noord-Korea. En natuurlijk zijn we bezorgd over terrorisme dat mogelijk door delen, de niet-gekozen delen, van Iran wordt gesteund''. In Washington wordt geen onderscheid gemaakt tussen de niet-gekozen factie van haviken en de hervormingsgezinde president en volksvertegenwoordiging in Iran.