Ministers kenden risico's afdichting

De ministers Pronk (Milieubeheer) en Netelenbos (Verkeer) zijn sinds afgelopen zomer op de hoogte van de milieurisico's die het gebruik van afdichtingsmateriaal voor bodemslakken oplevert. Toch is dit materiaal bij Breda gebruikt bij de aanleg van de HSL-Zuid en de A16.

Minister Netelenbos zei gisteren in de Tweede Kamer dat er overeenkomstig de wet is gehandeld. Wel gaf ze aan dat de wet misschien niet helemaal toereikend is. In het Bouwstoffenbesluit staat dat de gebruikte bentonietmatten geschikt zijn als afdichtingsmateriaal voor slakken afkomstig van afvalbrandingsinstallaties. Rijkswaterstaat concludeerde vorige zomer dat de duurzaamheid van de afdichting `onvoldoende veilig' is, waardoor milieugevaarlijke stoffen in het oppervlaktewater en de bodem kunnen doordringen. Ook de gemeente Breda wees meerdere malen op de milieurisico's.

Pronk en Netelenbos zegden toe het Bouwstoffenbesluit op deze punten aan te scherpen.

De Kamerleden verweten de ministers een laks optreden. Klein Molenkamp (VVD) vindt dat Netelenbos de schijn tegen heeft door niet direct het probleem aan te pakken en zelfs te ontkennen dat er iets aan de hand was.

Het gebruik van de bentonietmatten bij de HSL-Zuid gaat volgens Netelenbos gewoon door. Het betreft de zogenoemde `plus-variant', die net iets meer bescherming biedt dan in het bouwstoffenbesluit vereist is. Gisteren liep het ultimatum af dat de gemeente Breda aan het projectbureau HSL-Zuid stelde, maar Pronk deelde mee dat het projectbureau nog tien dagen de tijd heeft om aan te tonen dat een partij slakken afkomstig van hoogovens, die zijn gebruikt voor enkele tijdelijke bouwwegen, aan de milieueisen voldoet.

Als dat onderzoek laat zien dat de slakken niet gebruikt hadden mogen worden, moet de aannemer de bouwweg openbreken en de slakken verwijderen. Dit zou tot maandenlange vertraging van het werk kunnen leiden, aldus minister Netelenbos.

De problemen met de HSL-Zuid bij Breda hebben het rijk al 1 miljoen euro gekost.