Minder moorden bij verkiezing Cambodja

In de aanloop naar de verkiezingen in Cambodja zijn al vijftien kandidaten van de oppositie vermoord. Minder dan voorheen, zegt een partijbons.

Schommelend in de hangmatten onder hun Cambodjaanse paalwoningen kijken de dorpsbewoners verbaasd naar de weg. Op de route van hun commune Kokchak naar die van Svay Dangkom zijn een kiepauto en een zandschuiver verschenen. De ene legt een berg dik rood zand neer, de andere smeert hem uit – en weer is een stuk weg klaar. ,,We vragen nu al jaren om die nieuwe weg'', zegt rijstboer Eu Non. ,,Ik begrijp niet waarom we hem nu ineens krijgen.'' Een soldaat schreeuwt de dorpelingen toe dat ze deze meevaller te danken hebben aan de Cambodjaanse Volkspartij, de CPP. Dan begrijpt boer Non: het is verkiezingstijd in Cambodja.

Zondag mogen Cambodjanen voor het eerst de leider kiezen van hun commune, een groep van tussen de vijf en vijftien dorpen waar in totaal rond de 3.000 stemgerechtigden wonen. Tot nu toe waren alle 1.621 communes in handen van de CPP, de partij van premier Hun Sen, die zijn land bijna als een dictator in zijn greep heeft. Hij wil dat het straatarme Cambodja serieus genomen wordt door de investerende internationale gemeenschap en hoe kan dat beter dan door democratische verkiezingen te organiseren op het moeilijkste niveau. Tegelijk rekent de premier erop zondag alle burgemeestersposten in handen te houden. Om dat te bereiken overtreden lokale CPP-afdelingen volgens organisaties als Human Rights Watch en de VN alle denkbare wetten en regels. Zelfs met moord.

,,Touch Voeurn was onze allerbeste kandidaat'', sombert Touch Sarou. Hij trekt door Kokchak, een doorsnee plattelandscommune in het noordwesten van het land waar aan elke palmboom een affiche hangt van een van de drie politieke partijen van het land op de meeste staat: `Ik stem CPP, want ik heb een hekel aan leugenaars.' Sarou is campagneleider van de oppositiepartij van Sam Rainsy, het nationale democratische geweten. Als de moord op Voeurn ter sprake komt, bevriest de glimlach van de campagneleider. ,,Hij collecteerde voor de monniken van zijn pagode en iedereen in de commune hield van hem. Toch vonden we hem dood langs de kant van de weg. Dat is werk van de CPP.''

Dan komt een auto de commune binnen gereden. Het is een campagnewagen van Funcinpec, de royalistische partij van prins Norodom Ranariddh, zoon van de populaire koning Sihanouk. ,,Een stem op Funcinpec is een stem op de koning'', blèrt de luidspreker op het dak. De Funcinpec-auto stopt bij die van de Sam Rainsy Partij en Chea Dara, een hoge partijfunctionaris uit de hoofdstad Phnom Penh, stapt uit. Zijn kandidaat dreef in december dood in de Siem Reap-rivier, maar Dara is niet onder de indruk. ,,Ach, dat is al bijna twee maanden geleden'', vergoelijkt hij. ,,Geweld rond verkiezingen is normaal in Cambodja. Dit jaar is het zelfs minder dan normaal'', zegt hij over de driehonderd gewelddadige aanvallen en vijftien moorden op verkiezingskandidaten.

Tot dusver ging Cambodja alleen voor het nationale parlement naar de stembus. In 1993 werden de eerste gehouden onder supervisie van de Verenigde Naties. Prins Ranariddh won, maar moest het premierschap delen met de sluwe Hun Sen. Die overvleugelde de prins vier jaar later, liet diens medestanders vermoorden en deed zo al het democratische werk van de VN kosten: twee miljard euro – teniet. In 1998 won Hun Sens CPP na, alweer, een uiterst gewelddadige campagne en de bewoners van Kokchak vrezen dat dit in 2003, als Hun Sen herkozen hoopt te worden, niet anders zal zijn.

,,Het geweld en de intimidatie nú is volgend jaar muggengegons'', zegt Prum Kahn, de Funcinpec-kandidaat van Kokchak, als Dara uit zicht is. ,,Zo'n hoge uit Phnom Penh weet niet hoe de CPP tegenstanders dwars zit. Mij bedreigen ze voortdurend en 's nachts houden ze geheime bijeenkomsten.'' Van een partijgenoot die zich voordeed als CPP-er door zijn huis vol te hangen met CPP-affiches, hoorde hij welk plan in het nachtelijk uur was gesmeed: ,,Voordat de stemkantoren om zeven uur opengaan, gaan ze in de rij staan en zo blokkeren ze de hele dag de toegang. Vlak voor de sluiting, om drie uur 's middags, gaan ze pas stemmen.'' Prum Kahn zucht. ,,Mijn kiezers zijn te bang om door die rij te breken.''

Van angst om te stemmen heeft Sok Phan, eigenaar van een rijstmolen, nooit gehoord. Aan het hek van zijn huis hangt een instructieve tekening van hoe het er in een stemlokaal aan toe gaat `Breng alstublieft geen wapens of explosieven mee'. ,,Natuurlijk ga ik stemmen'', lacht Phan. In de boeddhistische tempel kreeg Phan zijn stemkaart, nadat hij had gezworen wat hij toch al van plan was: CPP stemmen. Zoals bij veel kiezersregistraties moesten anderen die eed bevestigen door het drinken van `eed-water'. Anders: geen stemkaart.

Wie op 3 februari niet op de Cambodjaanse Volkspartij wil stemmen, houdt dat voor zich of veinst CPP-volgeling te zijn. Anders komt je naam op mysterieuze lijsten waarna je uit de commune wordt weggepest. Moung Sanh, een in een lendendoek geklede fietsenmaker, heeft dat al achter de rug. Want hij is in Kokchak de kansloze SRP-kandidaat en woont achteraf tussen de eindeloze droge, bruine rijstvelden in een houten hut op verzakte palen. Er wapperen vlaggen met het brandende kaars-symbool van zijn partij en op een boom is een affiche gespijkerd: `Een geschenk blijft maar één dag goed, democratie altijd'.

Bijna elke dag worden Sanh of zijn dochters bedreigd. ,,Niet bang zijn, zeg ik, het is niet tegen de wet iets anders dan CPP te stemmen. Maar ik heb de mensen niets te bieden. De CPP geeft iedereen 10.000 riel (drie euro), een sjaal en een sarong. Van de 10.000 riel campagnegeld die ik van de partij krijg, kan ik zelf nauwelijks leven.''

De man die de functie heeft die al die kandidaten zo graag willen hebben, de communeleider van Kokchak, begrijpt niet wat al die mensen bezielt. ,,Ik kijk uit naar 3 februari, zegt Chhun Chhen, ,,dan ben ik eindelijk van deze rotbaan af.'' Wie denkt zich te verrijken als leider van de commune komt bedrogen uit: ,,Ik verdien per maand 20.000 riel. Soms moet ik mijn handtekening zetten onder een akte. Dan krijg er 5.000 riel bij.''

Kandidaten die denken dat ze de commune kunnen verbeteren door wegen, bruggen, dijken en scholen te bouwen, worden evenzeer teleurgesteld: ,,Iedereen vraagt maar geld, geld, geld, maar uit Phnom Penh komt helemaal niets. Chhen hoort de kiepauto en de zandschuiver bezig op de weg voor zijn morsige kantoortje en corrigeert zich: ,,Nou ja, behalve als er verkiezingen zijn.''