Lord Wakeham treedt uit persraad

De conservatieve ex-minister Lord Wakeham is teruggetreden als voorzitter van de Britse raad voor de journalistiek om zich te verdedigen in het schandaal rond het failliete Amerikaanse energiebedrijf Enron.

De Amerikaanse Senaat wil hem onder meer ondervragen over zijn rol in het audit panel, de financiële toezichtscommissie van Enron die de belangen van de aandeelhouders heet te verdedigen. Wakeham (69), staatssecretaris voor Energie onder premier Thatcher, is sinds 1994 niet-uitvoerend directeur van Enron met een salaris van ruim 80.000 pond (128.000 euro), een van zijn zeventien directeurschappen en commissariaten. Ook kreeg hij afzonderlijk betaald voor advieswerk voor het bedrijf.

De regering-Blair ontkende eerder deze week te nauwe lobby-contacten met Enron en het omstreden accountantskantoor in de zaak, Andersen, te hebben onderhouden. Stortingen in de partijkas van zowel Labour als de Tories zouden geen verband houden met wijzigingen in de energiewet die gunstig uitpakten voor Enron.

Parlementariërs van de drie grote partijen hadden Wakeham opgeroepen zijn voorzitterschap van de Press Complaints Commission, die toezicht houdt op de Britse media, op te geven om de schijn van een belangenconflict te vermijden. Hij deed dat gisteren ,,tijdelijk'' en als ,,een kwestie van eer'', zei hij. Maar sommigen betwijfelen of hij nog terugkeert. Gisteren vloog Wakeham naar de VS voor overleg met advocaten. Hij zei actief mee te werken aan het Enron-onderzoek en geen verdere mededelingen meer te doen.

Wakeham geldt als een betrouwbare fixer, die lastige klusjes voor zijn politieke meesters moest opknappen. Voor premier Blair stelde hij een blauwdruk op voor een hervormd Hogerhuis, waarin de meerderheid van de leden wordt benoemd, zoals Blair wilde. Hij geldt ook als de man die premier Thatcher in 1990 overreedde te vertrekken. Bij de bomaanslag in Brighton tegen Thatcher (1984), verloor Wakeham zijn vrouw. Als voorzitter van de PCC probeerde hij door het aanscherpen van een gedragscode te voorkomen dat de persvrijheid wettelijk aan banden werd gelegd.