Kat op het spek

Fraude is een misdrijf. Wie met de boekhouding goochelt om gemeenschapsgeld te incasseren zonder navenante tegenprestatie te leveren, hoort zich voor de kadi te verantwoorden. Dat geldt ook voor scholen. Minister Hermans (Onderwijs) moet daarom voortvarend te werk gaan, nu er verdenkingen zijn gerezen dat sommige HBO-instellingen wellicht frauderen met hun studentenadministratie. De concrete feiten dienen boven water te komen. Allereerst over de hogeschool Saxion-IJsselland in Deventer en Enschede die zich mogelijk schuldig heeft gemaakt aan een dubbele boekhouding. Volgens bronnen zou deze instelling een aantal studenten van haar particuliere dependance ook hebben geregistreerd bij de publieke hogeschool en zodoende tweemaal hebben gevangen: het collegegeld van de studenten zelf voor de ene en een rijksbijdrage van de overheid voor dezelfde cursisten op de andere school. Aldus zou Saxion-IJsselland zijn studenten administratief hebben gekloond: van de zelf betalende student met een particuliere existentie bestond op papier een spookstudent met een publieke identiteit. Als dit waar is, is het ernstig.

Hermans moet het niet laten bij onderzoek naar dit ene geval. Ook bij andere instellingen hangt intussen een verdachte geur. Zo zijn er volgens de onderwijsinspectie aanwijzingen dat hogescholen soms een loopje nemen met de tentamennormen. Daar zou worden gedoogd dat studenten scripties inleveren die via de toets `kopiëren' en `plakken' op de computer zijn gemaakt. Kwaliteit en integriteit zijn daarmee in het geding, aldus de hoofdinspecteur hoger onderwijs. Voorzitter Leijnse van de HBO-raad heeft hem reeds terechtgewezen. Niet omdat het onwaar is, maar omdat het ,,onderzoek nog in volle gang is''.

Beiden hebben gelijk. Het geeft geen pas beschuldigingen publiek te maken als de feiten nog niet vaststaan. Maar Leijnse zou er beter aan hebben gedaan aandacht te besteden aan het onderliggende probleem. Het gaat bij deze eventuele fraude namelijk niet alleen om de studenten die te makkelijk hun diploma halen. Het gaat eerst en vooral om de instellingen die dit toelaten.

Sinds ongeveer tien jaar wordt het onderwijs gefinancierd via een rekenmethode waarbij kwantiteit en kwaliteit worden verdisconteerd. De toelage wordt vastgesteld op basis van het aantal studenten dat is ingeschreven én het aantal dat daadwerkelijk is afgestudeerd. Kortom, hoe groter de groep en hoe sneller de studenten daaruit klaar zijn, des te meer ontvangt de instelling.

Met dit stelsel wordt de kat op het spek gebonden. Het oude systeem was een blanco cheque voor de academies en een premie op de eeuwige student. Het was indertijd dus onvermijdelijk in de financiering een causale relatie te leggen tussen instroom en uitstroom. Maar het huidige systeem roept het slechte in de mens eveneens op, zij het op een complexere en in potentie frauduleuze manier.

De Tweede Kamer heeft minister Hermans gekritiseerd omdat hij te laat zou hebben geïntervenieerd. Die houding oogt daadkrachtig maar is het niet. De Tweede Kamer, waarvan HBO-voorzitter Leijnse als PvdA'er ooit prominent lid was, is mede verantwoordelijk voor de fraudegevoeligheid van het onderwijs in Nederland en heeft de controle daarop willens en wetens gedelegeerd aan de inspectie, die er niet primair voor is om accountancy te bedrijven, maar om kwaliteit te bewaken. De volksvertegenwoordiging zou nu dan ook vooral moeten nadenken over methodes om de kat weer van het spek te krijgen.