Karnemelkse pap

Er was eens, er was eens, o waar gebleven –

het is er nog, het kind dat stil aan tafel zat

en lezen kon wat in de krinkels stond geschreven

van zoete stroop op zure karnemelkse pap.

Ik bén nog kind, al werd ik een scharminkel

dat oud en krom door straten dwaalt –

diep geknakt, verkreukeld van verdriet;

maar dat ik eens een kind was, dat vergeet ik niet.

ach liefste kijk me niet zo aan

ach liefste laat me niet zo staan

ik heb jou geen goed maar ook geen kwaad gedaan

ach laat me toch mijn liefdeswaan

die stond geschreven in de krinkels, de krinkels

de krinkels op de karnemelkse pap!

Soms zie ik weer die and'ren gaan, ik heb hun gegeven

al wat mijn hart aan liefs bezat.

Teveel, teveel voor hun geringe leven,

Toch voel ik steeds beven het heilig vuur –

en almaar trilt een liedje van verlangen in mijn schorre keel.

O mensen weest toch zacht en mild

vergeef een smachtend kind dat in het donker gilt:

ach liefste kijk me niet zo aan

ach liefste laat me niet zo staan

ik heb jou geen goed maar ook geen kwaad gedaan

ach laat me toch mijn liefdeswaan

die stond geschreven in de krinkels, de krinkels

de krinkels op de karnemelkse pap!

Er was eens, er was eens, o waar gebleven –

ach moeder, 'k was nog kind, toen ben je heengegaan;

jouw zoete stroop in krinkels geschreven

had mij het bitter lot doen verstaan.

Geen liefde kan mijn arme hart bedaren,

al denk ik keer op keer: dit is de ware –

de een na de ander proeft honger in mijn mond

en laat mij staan waar ik hunk'rend stond

diep geknakt, verkreukeld van verdriet;

maar dat ik jouw kind was, dat vergeet ik niet.

ach liefste kijk me niet zo aan

ach liefste laat me niet zo staan

ik heb jou geen goed maar ook geen kwaad gedaan

ach laat me toch mijn liefdeswaan

die stond geschreven in de krinkels, de krinkels

de krinkels op de karnemelkse pap!

(op muziek gezet door Marijke Boon)