Het smerigste, gemeenste, `coolste' woord

Hoe beledigend is het woord `nigger'? De Amerikaanse jurist Randall Kennedy beschrijft in een opmerkelijk werk de lange weg van het woord, van racistische sneer tot geuzennaam onder rappers.

`Why do I call myself a nigger, you ask me?

Because my mouth is so motherfuckin nasty

Bitch this, bitch that

Nigger this, nigger that

In the meanwhile my pockets are gettin' fat

Gettin paid to say this shit here

Makin more in a week than a doctor makes in a year

So why not call myself a nigger?'

(`Niggaz 4 Life', N.W.A.)

Het is moeilijk om je tegenwoordig een hip hop-tekst voor te stellen waar het woord `nigger' niet in voorkomt. Maar toen de West Coast groep N.W.A. in 1988 het revolutionaire debuutalbum Straight Outta Compton uitbracht, stond de Amerikaanse muziekwereld op zijn kop. Te extreem, te radicaal, te grof, te obsceen, luidde de kritiek, zelfs van collega's uit de hip hop-wereld. Maar pas écht aanstootgevend was de naam die de band had gekozen, N.W.A. – `Niggaz With Attitude'. Wie betitelde zichzelf nou met het meest beladen scheldwoord in de Amerikaanse cultuur (zij het in de eufemistische spelling nigga die in hip hop is ingeburgerd) en was daar nog trots op ook?

In het nummer `Niggaz 4 Life' (1991) diende de groep zijn critici van repliek. De verschillende raps van N.W.A. op de vraag `Why do I call myself a nigger?' laten er geen twijfel over bestaan dat `nigger' een trotse geuzenterm is, een uitdrukking van stoere kameraadschap. Ook wie nu naar hip hop-cd's luistert, wordt overspoeld met vriendschappelijke termen als `niggaz', `my nigga', `my main niggaz', ja zelfs, voor meisjes, `niggaretts'. De grootste eer die iemand ten beurt kan vallen, is `my nigga for life' te worden genoemd. De enige manier om `nigger' eigenlijk nog een ondubbelzinnig negatieve betekenis te geven in dit muziekgenre, is er het woord `bitch' voor te zetten (`bitch niggaz' zijn verwijfde, slappe mannen), wat maar weer bewijst: `woman is the nigger of the world', in de oude zin van het woord.

De misogyne, drugs en geweld verheerlijkende gansta rap, alom verfoeid in de zwarte Amerikaanse middenklasse, kreeg onlangs een pleitbezorger uit onverwachte hoek: de Afro-Amerikaanse hoogleraar Randall Kennedy. Kennedy, verbonden aan de rechtenfaculteit van Harvard, schreef een polemisch boek over wat openbare aanklager Christopher Darden in het proces van O.J. Simpson had omschreven als `het vuilste, smerigste, gemeenste woord in de Engelse taal.' En hij noemde dat boek: Nigger.

Natuurlijk vielen er mensen over deze benaming, zonder ook maar een woord van het boek te hebben gelezen. Dat begon bij Kennedy's uitgeverij, waar (blanke) redacteuren zo'n probleem hadden met de titel dat ze die zelfs weigerden uit te spreken. Al lang voor de publicatie veroordeelden diverse zwarte intellectuelen Kennedy's gebruik van het `N-woord', dat `ondoordacht' zou zijn, dan wel ingegeven door commerciële motieven. New York Times-columniste Julianne Malveaux riep zelfs dat de boektitel racisten een vrijbrief bood om het woord nu nog vaker te gebruiken – alsof racisten ooit toestemming nodig hebben om mensen te kwetsen.

Alle opschudding en media-verontwaardiging zouden bijna doen vergeten dat het hier gaat om een heldere, overzichtelijke en interessante korte studie met een uitdagende stelling. Alleen wanneer we het veelvuldig en complexe gebruik van het woord `nigger', door zwart èn blank, in verschillende contexten, toestaan en toejuichen, kan dit woord volgens Kennedy van zijn eenduidig racistische lading worden ontdaan. Voordat hij deze polemische conclusie trekt, onderzoekt Kennedy eerst de geschiedenis van het woord, de rol die het speelt in het Amerikaanse recht, en pogingen om het gebruik ervan tegen te gaan of te verbieden.

Dat is nuttig, want `nigger' was niet altijd de `paradigmatische belediging' die het nu is, en het woord zal dat ook niet altijd blijven, toont Kennedy aan. De carrière van `nigger' als het Amerikaanse scheldwoord bij uitstek begon ruwweg in de vroege negentiende eeuw, toen het voor het eerst werd opgetekend met duidelijk racistische connotaties (eerdere vormen als `neger' of `niger' leken die connotaties niet te bezitten). Deze geringschattende betekenis werd daarna al snel volledig geaccepteerd door de meeste blanken, in liedjes, kinderrijmpjes, gezegden, en in een achteloos dagelijks taalgebruik.

Dat goldt evenzeer voor keuterboertjes als voor rechters of politici. Lang na de afschaffing van de slavernij konden zwarte Amerikanen in het zuiden nog routineus de vraag verwachten: `Wiens nikker ben jij?' In 1964 kon Paul Johnson in zijn campagne voor het gouverneurschap van Mississippi grappen dat de afkorting NAACP (National Association for the Advancement of Colored People) stond voor `Niggers, Apes, Alligators, Coons, and Possums'. Hij won. Maar toen in 2001 senator Robert C. Byrd van West Virginia op televisie zei, `Ik heb een hoop `white niggers' gezien in mijn tijd', waren de kijkers met stomheid geslagen. Een politicus die dit woord nu nog in de mond neemt, heeft een einde gemaakt aan zijn politieke carrière. Punt.

Terwijl in de jaren zestig activisten voor burgerrechten `nigger' gaandeweg in de taboesfeer trokken, volgden kunstenaars hun eigen methoden om het woord van zijn racistische betekenis te ontdoen. De legendarische (blanke) komiek Lenny Bruce probeerde al in 1963 de angel uit het woord te halen door in een sketch `nigger' zo vaak mogelijk te herhalen. Hij vond geen navolging, tot de zwarte komiek Richard Pryor in de jaren zeventig in zijn conferences het woord in al zijn betekenisnuances ging gebruiken. Sindsdien is het N-woord standaard in het repertoire van zwarte komieken. Een beruchte sketch van Chris Rock bevat de slagzin: `I love black people, but I hate niggers.'

Al deze activisten, komieken en muzikanten hebben een emancipatoire betekenislaag toegevoegd aan `nigger', zegt Kennedy: `Ze hebben de belediging teruggeslingerd in de gezichten van hun onderdrukkers'. Daarmee is de aanstootgevende lading van het woord nog niet helemaal verdwenen: zonder het schokeffect van `nigger' zouden rappers en komieken er nooit zo effectief gebruik van kunnen maken, was het nooit zo'n cool woord geworden. Het gevolg is dat iedereen het woord nu wel wil gebruiken: witte achterbuurtjeugd in Detroit, Aziatische tieners in San Francisco, allemaal noemen ze elkaar `nigger'.

Maar voor blanke artiesten is het een ander verhaal. De rapper Ice Cube zei het al: ,,Als wij elkaar `nigger' noemen, betekent dat niets slechts. Maar als een blanke het zegt, wordt het iets anders. Dan is het een racistisch woord.' Afgelopen zomer nog kreeg de latina-zangeres Jennifer Lopez boze reacties op haar gebruik van de term in een nummer, dat overigens geschreven was door een zwarte rapper. De populaire blanke rapper Eminem oogstte veel respect voor juist zijn weigering om het N-woord te gebruiken. `Dat woord komt niet in mijn vocabulaire voor', zei hij tegen het muziekblad Rolling Stone.

Randall Kennedy wijst die puriteinse houding af. In een recent interview met een Engelse krant gaf hij zelfs uitdrukkelijk toestemming aan Eminem om het woord te gebruiken. Zogenaamd `cultureel eigendom', het idee dat bepaalde woorden of kunstvormen voorbehouden zijn aan een bepaalde bevolkingsgroep, kan leiden tot culturele segregatie, meent hij. Begrijpelijk is de angst dat zwarte kunstvormen door blanken zullen worden geëxploiteerd wèl, dat is in het verleden immers zo vaak gebeurd. Maar niet alleen is competitie gezond, aldus Kennedy in The Atlantic Monthly, ook is de Amerikaanse cultuur ,,een veld dat open staat voor alle deelnemers, ongeacht hun oorsprong.' Want: ,,Er is niet per se iets mis met een blanke die `nigger' zegt, net zoals er niet per se iets mis is met een zwarte die het zegt. Waar het om zou moeten gaan, is de context [...]. Blanken veroordelen die het `N-woord' gebruiken zonder acht te slaan op de context, is simpelweg `nigger' tot een fetisj maken.'

En dat is precies de fout die veelvuldig wordt gemaakt door al degenen die elk gebruik van het woord verwerpen (door Kennedy `eradicationalists' genoemd, `uitbanners'). Waar dat toe leidt, laat hij in tal van schrijnende voorbeelden zien. Een blanke bestuurder van een gemeentelijke instelling in Washington werd in 1999 ontslagen omdat hij in een bespreking over bezuinigingen het woord `niggardly' gebruikte (dat betekent `zuinig', en is geen familie van `nigger'). In 1997 probeerde een actiegroep de redactie van het Merriam-Webster woordenboek te dwingen `nigger' te schrappen. ,,Als het woord niet in het boek staat, kun je het ook niet gebruiken', voerde een activist aan als reden. Met een zekere regelmaat willen boze ouders Mark Twains Huckleberry Finn verwijderen uit bibliotheken en van leeslijsten, omdat het N-woord erin voorkomt – door Twain juist gebruikt als een vernietigende veroordeling van racisme.

Het betreft niet alleen blanke gebruikers van het woord, `uitbanners' als Bill Cosby stellen dat het N-woord altíjd kwetsend is, en dus helemaal niet thuishoort in de Amerikaanse taal en cultuur, rap en stand-up comedy inbegrepen. Maar, werpt Kennedy tegen, `hun absolutistische positie slaagt er niet in om adequaat rekenschap te geven van de plooibaarheid van taal en de complexiteit van Afrikaan-Amerikaanse gemeenschappen.'

Een prominente `uitbanner' en zelfverklaard hater van het N-woord is ook Kennedy's collega aan Harvard, Cornel West, verbonden aan de afdeling Afro-Amerikaanse studies. ,,Wij eisen een moratorium op het woord', zei West afgelopen herfst tegen een Amerikaanse krant. West bracht in oktober bovendien een eigen hip hop-cd uit, waarop de hoogleraar zijn politiek correcte meningen uitdraagt (`een ploinkende mengelmoes van zwart nationalisme, prekerigheid, viering van slachtofferschap en sentimentele monterheid, en als zodanig een bruikbare inleiding tot Wests filosofie', schreef een recensent).

Daarnaast vormde West de afgelopen maand het middelpunt van een academische rel, die raakvlakken heeft met de `nigger'-kwestie. West, een van de veertien zeer gerespecteerde universiteitshoogleraren aan Harvard, is de auteur van een aantal doorwrochte werken over het Amerikaanse pragmatisme. Maar sinds zijn bestseller Race Matters (1993) houdt hij zich voornamelijk bezig met populair-wetenschappelijke boeken over `black issues'. Hij geeft daarover ook, gemiddeld, 115 lezingen per jaar door het hele land. Maar afgelopen oktober suggereerde de kersverse Harvard-president Larry Summers in een gesprek met West dat het misschien weer eens tijd werd voor het echte werk. Hij hintte dat Wests steun aan de populistische zwarte presidentskandidaat Al Sharpton zijn professoraat in opspraak bracht, net als zijn hip hop cd, en dat de verdacht hoge cijfers van Wests studenten bijdroegen aan cijferinflatie. Een furieuze West zocht samen met een aantal kopstukken van zijn vakgroep de aandacht van de media, dreigde verongelijkt te vertrekken naar Princeton, betrok onder andere de prominente politicus Jesse Jackson bij de zaak, en stelde in het algemeen dat hier sprake was van zo niet racisme, dan toch wel van gebrek aan respect en kwader trouw tegenover zijn vakgroep.

Natuurlijk bond Summers in – West had net iets te handig kritiek op zijn academische kwaliteiten omgevormd tot een gevoelige politieke kwestie. Maar het tij was aan het keren, en dat bleek vooral uit de woedende reacties van andere zwarte intellectuelen op Wests manipulaties. Een `orgie van slachtoffergedrag' werd de affaire genoemd. De meest vernietigende kritiek was afkomstig van Shelby Steele, die een stuk schreef met de veelzeggende titel `Wit schuldgevoel is Zwarte macht'. Door de kaart van het zwarte slachtofferschap te spelen en een beroep te doen op blank schuldgevoel, maken Afro-Amerikaanse academische instellingen zich volgens Steele immuun voor kritiek. John McWhorter, hoogleraar taalkunde aan Berkeley, stelde kort vóór de affaire al in een vlammend opiniestuk dat het eufemisme van etnische `diversiteit' in de praktijk neerkwam op een racistisch quotasysteem dat zwarte middelmatigheid in stand houdt. Zwart slachtofferschap wordt blijkbaar niet meer geaccepteerd als reden voor een speciale behandeling, en al helemaal niet niet door Afro-Amerikanen zelf.

Maar het is juist dat slachtofferschap waaraan de bestrijders van het N-woord appelleren. `Door de nadruk te leggen op de `terreur' van verbale mishandeling, hebben voorstanders van wetgeving tegen hatelijk taalgebruik ironisch genoeg de geweldplegers meer macht gegeven. Tegelijkertijd hebben ze de positie van zwarte studenten verzwakt, door hen voor te houden dat ze zich diep gewond moeten voelen door opmerkingen waar eerdere generaties de schouders over zouden hebben opgehaald, of die zij compleet zouden hebben genegeerd', aldus Kennedy. Volgens John McWhorter zendt deze nadruk op het verleden en een slachtofferrol wel erg vreemde signalen uit: ``De obsessie van veel mensen met het woord `nigger' komt grof gezegd neer op deze paradox: `ik ben een sterke, zelfbewuste persoon, en daarom raak ik door zelfs maar de kleinste raciale belediging zo van mijn stuk, dat ik in tranen uitbarst of in hulpeloze woede ontsteek.' Een nogal vreemde beginselverklaring voor een etnische groep die vooruit wil in de wereld.' Als een racistische opmerking je zo kan raken, zegt McWhorter, betekent dat bovendien dat je eigenlijk diep van binnen gelooft dat er een kern van waarheid in schuilt. Ons probleem is niet taalkundig, maar spiritueel, is zijn conclusie.

Randall Kennedy lijkt zich hierbij in Nigger aan te sluiten door erop te wijzen dat alle nadruk op het N-woord in feite de aandacht afleidt van serieuzere, geïnstitutionaliseerde vormen van racisme. Hij citeert de bekende zwarte intellectueel Henry Louis Gates Jr.: ,,De echte macht van de racist is omgekeerd evenredig aan de vulgariteit waarmee die wordt uitgedrukt.' `Nigger' als scheldwoord is bij uitstek een fenomeen van de onderklasse, dat de meer sociaal geaccepteerde racisten niet in de mond zullen nemen. En dan hebben we het nog niet eens gehad over geïnternaliseerd racisme. Het verwerpen van het woord `nigger' als uiting van verfoeilijke raciale zelfhaat lijkt wel heel futiel zolang een monsterlijke verschijning als Michael Jackson wordt beschouwd als een geschikte rolmodel voor jongeren. Wanneer zwarte vrouwen nog massaal naar huidbleekcrème grijpen, is een dubbelzinnig woord een onderwerp van latere zorg.

Kortom, Kennedy heeft gelijk wanneer hij zich niet blindstaart op onrecht uit het verleden, en hoopvol constateert dat het de goede kant opgaat met de ontwikkeling van het N-woord. Het krijgt steeds complexere betekenissen, en wordt nu gebruikt door mensen van allerlei kleur met zowel positieve, vriendschappelijke, als negatieve connotaties. Dat betekent nog niet dat hij ook gelijk zal kríjgen op dit moment. Daarvoor zijn de gevoeligheden te rauw, en is de politiek-correcte lobby van Cornel West en de zijnen te sterk. Misschien over tien of vijftien jaar, als een heel nieuwe generatie jonge Amerikanen is aangetreden, opgegroeid met rap, en voor wie de term `nigger' dus het coolste woord in de Engelse taal is.

Randall Kennedy: Nigger.The Strange Career of a Troublesome Word. Pantheon, 226 blz. € 28,95