Het oranjespasme

Dit is geen 1966, aldus H.J.A. Hofland afgelopen woensdag op deze plek in zijn column waarin hij het politiek-culturele klimaat beschreef waaronder morgen Het Huwelijk zal plaatsvinden. En dat is natuurlijk zo. Zoals Hofland schreef is ,,het lastige, het balorige Amsterdam, dat zichzelf graag anarchistisch wil noemen, niet meer dan een flauwe afspiegeling van wat in 1966 te beleven viel.'' Andere mensen, andere omstandigheden, andere atmosfeer.

Het koninklijk huwelijk is van een bijzondere gebeurtenis getransformeerd in een spectaculair evenement met alle gevolgen van dien. De, zoals provo Robert-Jasper Grootveld het destijds uitdrukte ,,misselijk makende middenstand'' heeft zich samen met de complete entertainmentindustrie over het bruidspaar ontfermd. Het resultaat is er naar: met spannende oranje lingerie om billen en borsten, lebberend aan oranje tompoezen dan wel lurkend aan oranje breezers zwijmelt het volk weg bij de speciaal voor Willem-Alexander en Máxima gemaakte lovesong `Lopen op het water' van Marco en Sita. Er valt gewoonweg niet aan te ontkomen. De voorliggende keuze is helder: men zal oranje zijn of men zal niet zijn.

Vooral die laatste categorie heeft het moeilijk. En voorzover dat nog niet het geval is wordt het ze wel moeilijk gemaakt. `Laten we het toch vooral ook een beetje gezellig houden' verzuchtte vadertje Kok vorige week op zijn gebruikelijke persconferentie na afloop van de ministerraad, waarmee hij aangaf dat het gezeur over de schoonfamilie nu eens afgelopen moest zijn. VVD-leider Dijkstal ging een dag later op de algemene ledenvergadering van zijn partij nog een stapje verder. Onder luid applaus riep de verre erfgenaam van Thorbecke zijn collegapolitici van GroenLinks, SP en Leefbaar Nederland ,,partijen die de monarchie willen afschaffen'' op het feest toch niet te bederven. De VVD wilde er een feestelijke dag van maken, zei Dijkstal. (En dan te bedenken dat Pieter Korteweg, de man onder wiens voorzitterschap het jongste VVD-verkiezingsprogramma werd opgesteld in 1996 medeoprichter was van het Republikeins Genootschap).

De teneur is duidelijk: wie het waagt kanttekeningen te plaatsen bij het Oranjefeest, plaatst zich buiten de orde. Zie bijvoorbeeld de hysterische reacties op het badinerend getoonzette artikel van schrijver Leon de Winter dat het afgelopen weekeinde in de Berliner Morgenpost verscheen. Dan lijkt van de kant van `het gezag' 2002 opeens wèl weer heel erg op 1966. Het koningshuis blijkt nog altijd een nauwelijks rationeel te benaderen onderwerp. En al helemaal niet als een huwelijk aanstaande is. Dan geldt nog steeds het woord van professor S. Vissering die in 1866 (!) in De Gids schreef: ,,Helaas! Het moet erkend worden. Hoe verstandig en ervaren wij in andere dingen mogen zijn, in het constitutioneele staatsleven zijn wij de schooljaren nog niet te boven.''

Toch is het huwelijk van een kroonprins het moment bij uitstek om bij een obsolete instelling als de monarchie vraagtekens te plaatsen. In feite is een koninklijke echtverbintenis niet anders dan een nieuwe stap in continuering van het systeem. Het is de opmaat voor weer een nieuwe troonopvolger. En op deze voorbestemming is het stelsel nu eenmaal geheel en al gebaseerd.

Daarom zat kroonprins Willem-Alexander ook helemaal fout toen hij het in zijn televisie-interview met Maartje van Weegen en Paul Witteman nadrukkelijk had over mijn huwelijk, waar de rest van het land een beetje van mocht meegenieten. Hoe triest en wreed het ook is voor Willem-Alexander en Máxima, maar hun huwelijk is toch echt ons huwelijk. Als het zijn huwelijk was geweest, had hij de Staten-Generaal niet om toestemming hoeven te vragen.

Vandaar ook dat de aanhoudende discussie over de schoonfamilie misschien gezocht is, maar wel legitiem. Temeer als kroonprins Willem-Alexander voor die voorgezette discussie in het bewuste vraaggesprek zelf aanleiding geeft. Het was natuurlijk uiterst onverstandig om het rapport van professor Baud naar de rol van schoonvader Jorge Zorreguieta ten tijde van het Videla-regime af te doen als een mening. Tegen diezelfde achtergrond was de opmerking van Willem-Alexander dat de normen en waarden waarmee hij en Máxima opgevoed zijn ,,zo identiek waren'' trouwens ook één van de minder gelukkige. Op die normen en waarden van de vader van Máxima valt, getuige het rapport Baud, immers wel wat af te dingen.

Dit soort noties hebben niets te maken met het vergallen van een feestje, maar alles met een fragiel systeem, dat louter gebaseerd is op traditie, maar voor het overige in een volwassen democratie een contradictie is.

Dan blijft het fascinerend om te zien hoe verkrampt in delen van de politiek met die discussie wordt omgesprongen. Argumenten tellen niet. De critici wordt `gebrek aan oranjewarmte' dan wel `republikeinse zurigheid' verweten. ,,Men moet eens ophouden bij elke discussie eerst een glaasje azijn te drinken'', zei het oranjezonnetje van de VVD-fractie Jan te Veldhuis onlangs voor de televisie. Dat niveau dus.

Staat in Nederland het koningshuis ter discussie? In het geheel niet. Het enige echte aandeel `Koninklijke' zal na morgen ongetwijfeld op nog grotere hoogte staan. Wat dat betreft strijden republikeinen momenteel een totaal verloren zaak. Staatsvorm en celebrity-verering lopen in het door caroteen kleurstof gedomineerde land naadloos in elkaar over. In minder dan een jaar veroverde Máxima met de ingrediënten schoonheid en charme Nederland. Haar succes werd tevens het succes van Willem-Alexander. En zie het resultaat: het volk ligt aan de voeten van zijn door een bloedband bepaalde helden.

Een beetje nuchterheid kan dan geen kwaad. Niet om `ongezellig' te doen. Maar om te markeren hoe de verhoudingen nog altijd dienen te liggen.