Het grote ruimen

De zeldzame sneeuwuil die onlangs de dood werd ingejaagd door een bataljon journalisten, Harry Potter-fans en vogelaars was niet de laatste van zijn soort. Hij staat tenminste niet in Een gat in de natuur, een glanzend boekwerk dat een ode wil brengen aan uitgestorven diersoorten. Maar dit is een boek dat ieder jaar bijgesteld zal moeten worden. En zolang de Potter-hype duurt, maakt de sneeuwuil een verhoogde kans in een volgende uitgave opgenomen te worden.

Het einde van de zwarte mamo, de Oostelijke-Irma wallabie, de Raiatea-karakiri en de andere soorten had dezelfde oorzaak als de dood van die sneeuwuil, blijkt uit dit boek: het zat hem in hun ontmoeting met de meest verwoestende van alle diersoorten, de mens. Met zijn ontstaan begon 50.000 jaar geleden het grote ruimen. In zijn inleiding schetst Tim Flannery, van wie ook Een ecologische geschiedenis van Noord-Amerika onlangs werd vertaald, de treurige geschiedenis van het dierenrijk. In Australië verdwenen met de komst van de voorouders van de Aboriginals spectaculaire soorten, waaronder schildpaddden `zo groot als een Volkswagen Kever'. De bison zwierf in een aantal van zestig miljoen stuks door het immense Amerika, maar tegen buskruit was hij kansloos. De fauna van Madagascar is onbetekenend vergeleken met 1500 jaar geleden.

Gaandeweg namen vuurwapens de taak over die meegebrachte ratten, katten en ziektes eerder hadden vervuld. Op de vele eilanden in de Grote Oceaan, vaak met een unieke fauna, was jacht niet eens nodig. Daar kenden de dieren als de dodo de mens niet en en liepen hem zo in de armen, hun ondergang tegemoet. Wat verwoestend vermogen betreft steekt de economische ontwikkeling de jacht inmiddels allang naar de kroon.

De soorten in Een gat van de natuur zijn dan ook niet meer dan het topje van de ijsberg. Flannery en tekenaar Peter Schouten beperkten zich tot ruim honderd aaibare diersoorten die de laatste vijfhonderd jaar uitstierven en waarvan het uiterlijk nauwkeurig gereconstrueerd kon worden. Van die reconstructie zie je helaas niets. In het boek staan enkel de biologisch accurate, maar weinig fraaie kleurentekeningen van Schouten; foto's van restmateriaal of oude schetsen ontbreken. De nadruk ligt zo eerder op het wonderbaarlijke van al die schepselen, dan op de onvoorstelbare dodencijfers uit de inleiding. Een gat in de natuur moest kennelijk niet al te droevig stemmen.

Tim Flannery en Peter Schouten: Een gat in de natuur. Atlas, 185 blz. € 40,79