Het gat in mijn hand

Toen ik klein was heeft het leven mij beloofd

Dat ergens ooit, jij zou staan te wachten.

Toen ik jou zag wist ik dus dat jij het was

'k Rees uit mijn as, het vuur is nooit gedoofd.

Wat het leven jou beloofde weet ik niet

Ik was het niet, ik was er een uit velen

Toen jij mijn zieltje en mijn knip had uitgeknepen

Was het bekeken, ik had alleen dit lied.

(refrein)

Jij was het gat in mijn hand

De kink in mijn kabel

Maar je was ook het brok in mijn keel

De stok van adem

De knik van mijn knie

De hik in mijn rikketik, wie

Blijft dan bij zijn verstand.

Ben jij de auto zei je dan ben ik het stuur

Dat klonk zo puur, ik liet me door jou rijden

Naar de bergen om mij daar aan jou te wijden

Een chic verblijf, al was 't een beetje duur.

O god, die eindeloze nacht vergeet ik niet

De hoogste piek, maar toen de diepste dalen

Een briefje bij 't ontbijt of ik maar wou betalen

Je liet me staan, en rijden kon ik niet.

(refrein)

Nu loop ik platzak door de regen en mijn hart

Is net zo plat, ik heb mijn schat verloren

Want dat was jij mijn lief, ik ben uit jou geboren

Nu ben ik dood, al leef ik verder in het zwart.

In het zwart van al mijn dagen vol van rouw

Om jou mijn vrouw, je hebt me zo verraden

Jij liet maar een ding aan mij na als een genade

Voor mijn bestaan, dat is dit lied voor jou.

(refrein)

Wie blijft er nu nog bij mij.

(op muziek gezet door Robert Anker)