Heelal op de koffietafel

Onlangs vierde de Engelse natuurkundige Stephen Hawking zijn zestigste verjaardag. Vijf dagen lang waren al zijn wetenschappelijke vrienden en vijanden present in Cambridge om dat te vieren. Want Hawking is een fenomeen: de combinatie van een geniale geest in een door een ongeneeslijke ziekte bijna volledig verlamd lichaam maakt hem – na Einstein – tot de beroemdste wetenschapper ter wereld. Daar komt bij dat hij zich vanaf het begin van zijn carrière bezig heeft gehouden met tot de verbeelding sprekende onderwerpen als het ontstaan van het heelal en de meest extreme verschijnselen die ons universum kent: zwarte gaten. Zijn in 1988 verschenen populair-wetenschappelijke boek A Brief History of Time groeide uit tot het meest verkochte, maar volgens sommigen ook het minst gelezen, populair-wetenschappelijke boek ooit.

Eind vorig jaar verscheen The Universe in a Nutshell, waarin Hawking ons opnieuw deelgenoot wil maken van zijn enthousiasme over de meest recente ontwikkelingen in de kosmologie. Waar volgens hem echter in 1988 de Theorie van Alles aan de horizon gloorde, lijkt die nu verder weg dan ooit. Dat is geen prettig uitgangspunt voor een wetenschappelijke pageturner. Een bijkomend probleem is het ongekend hoge abstractieniveau van de moderne theorieën die tiendimensionale membranen en supersnaren beschrijven. Het is niet eenvoudig om `zonder al te veel wiskundige ballast' de lezer daarvan een idee te geven.

Hawking slaagt er in ieder geval niet in. Dat ligt niet aan het boek zelf. Het is volmaakt vormgegeven, al geven het glanzende papier en de schitterende kleurenillustraties het een nog hoger koffietafelgehalte dan zijn voorganger. Ik geloof Hawking ook direct wanneer hij schrijft dat hij de structuur van het boek zorgvuldig heeft overdacht en ik wil ook best accepteren dat ik niet alles kan snappen, maar je wordt toch niet meegesleept door wat hij te vertellen heeft. Sterker nog, op een goed moment begint zijn humor te irriteren en stoort het steeds meer dat hij alleen aandacht heeft voor eigen werk of van dat van een paar uitverkoren collega's. Het is een gotspe dat je over snaartheorie kunt schrijven zonder ook maar ergens de naam van Ed Witten te noemen. Maar wel durft hij ijskoud te beweren dat hij zelf de Nobelprijs krijgt als ooit de naar hem genoemde straling afkomstig van een zwart gat wordt ontdekt.

Gevoel voor publiciteit kan hem niet ontzegd worden. Net voor verschijning van zijn nieuwe boek liet hij weten dat de mensheid volgens hem gedoemd is om te worden uitgeroeid door een of ander virus van eigen makelij. Alleen door de ruimte te koloniseren zouden we daaraan kunnen ontkomen. Zijn uitspraken werden binnen een paar dagen als `betreurenswaardige hype' afgedaan, maar Hawking had wel weer even de aandacht op zichzelf en zijn boek weten te vestigen. En het volgende staat alweer op stapel. Samen met een Amerikaanse natuurkundige die ook scripts schreef voor afleveringen van Star Trek gaat hij een kortere en eenvoudigere versie schrijven van zijn A Brief History of Time. Dat is bedoeld voor kinderen, maar de verwachting is natuurlijk dat ook veel volwassenen het zullen kopen om beter te begrijpen wat ze hebben gemist in het origineel. Ik denk dat ze zich de moeite kunnen besparen.

Stephen Hawking: The Universe in a Nutshell. Bantam Books, 216 blz. € 46,02