Goedkope koffie overspoelt de wereld

De wereldkoffiemarkt verkeert in een ernstige crisis. Zelfs voor de consument wordt de koffie goedkoper.

Aan de structurele overproductie op de wereldkoffiemarkt komt voorlopig geen einde – en dus ook niet aan een situatie van dramatisch lage productieprijzen. Terwijl dezer dagen in Londen de koffiewereld, met als platform de International Coffee Organization (ICO), vergadert over mogelijkheden om de aanhoudende crisis te lijf te gaan, dient nog slechter nieuws zich al weer aan.

Volgens deskundigen dreigt Brazilië, 's werelds grootste producent van koffie, in mei een recordoogst binnen te halen, mogelijk tot 75 procent meer dan vorig jaar. Dit leidt onherroepelijk tot lagere prijzen. Ook voor de consument, die tot nu toe nauwelijks heeft mogen profiteren van de verlaging van producentenprijzen. Koffie-inkoper Ward de Groote van de Ahold Coffee Company verwacht dat de consumentenprijzen de komende tijd wellicht zelfs twee maal verlaagd zullen worden.

De producentenprijs voor koffie wordt uitgedrukt in dollars per pound (454 gram). In januari 1999 bedroeg die prijs volgens gegevens van ICO gemiddeld 0,98 dollar. Woensdag werd op de New-Yorkse termijnmarkt voor koffie 0,45 dollar per pound betaald. Daarbij kost de kwalitief betere Arabica-soort wat meer en de variëteit Robusta wat minder dan gemiddeld. Juist een enorme toename in de wereldproductie van Robusta heeft er de laatste jaren toe geleid dat het marktoverschot van zo'n 10 procent structureel is geworden. Het uitblijven van weersinvloeden als vorst draagt daar toe bij.

In kringen van koffiedeskundigen wordt de razendsnelle opkomst van Vietnam als koffieproducent als belangrijkste factor aangewezen voor de huidige crisis. Begin jaren negentig was Vietnam op koffiegebied een te verwaarlozen factor. Nu is het, mede dankzij omvangrijke subsidieprogramma's van de overheid voor koffieboeren, de tweede productent ter wereld van vooral de Robusta-soort.

,,Vietnam werkt efficiënt, gebruikt als nieuwkomer de modernste productiemethodes en heeft lage loonkosten'', licht Roel Vaessen toe vanuit de taxi waarmee hij zich door het Londense centrum naar de ICO-bijeenkomst spoedt. Vaessen is secretaris van de European Coffee Federation, waarin koffieconsumerende landen in Europa zich hebben verenigd. Hij is ook woordvoerder van de club van koffie- en theeverpakkers in Nederland, waar zich met gemiddeld drie kopjes per dag relatief veel koffiedrinkers bevinden. Ward de Groote van Ahold roemt de ,,betrouwbare infrastructuur'' van Vietnam.

De Vietnamezen zelf hebben er inmiddels schoon genoeg van steeds alleen de schuld voor de mondiale koffiecrisis in de schoenen geschoven te krijgen. In de Financial Times zei voorzitter Doan Trieu Nhan van de Vietnamese Koffie- en Cacao Associatie dinsdag dat zijn land en Brazilië moeten samenwerken om het overaanbod tegen te gaan. Vietnam zou van plan zijn het totale koffieareaal in de komende vijf jaar met 30 procent te reduceren. Maar koffie verbouwen in Vietnam is aantrekkelijk voor de ruim 600.000 boeren die zich daarmee bezighouden, aldus Doan in de FT: ,,Ze reageren op de temperatuur van de markt''.

Datzelfde geldt voor kleine koffieboeren overal ter wereld. Volgens gegevens van de ICO zijn wereldwijd 100 miljoen mensen economisch afhankelijk van koffie. Zijn de koffieprijzen hoog, dan neemt het aantal boeren snel toe. Maar onder de huidige omstandigheden heeft een koude sanering plaats. Noodzakelijk, vindt Vaessen, ,,maar het gaat van `au', dat wel''. Het keurmerk Max Havelaar, dat ijvert voor betere producentenprijzen, signaleert bij monde van directeur Hans Bolscher dat koffieboeren ,,in veel landen, niet alleen in Colombia'' noodgedwongen overschakelen op de teelt van coca, grondstof voor cocaïne. Om hoeveel boeren het gaat is onbekend. Bolscher: ,,In die gebieden is het niet zo makkelijk tellen''.

De ICO probeert met onder andere programma's voor kwaliteitsverbetering hogere prijzen te krijgen voor de producerende landen onder zijn leden. Dat gebeurt vanaf vandaag vermoedelijk onder leiding van de Colombiaan Néstor Osorio, die zeer waarschijnlijk uit twee kandidaten wordt gekozen als uitvoerend directeur van ICO. Maar een rol als marktregulerend orgaan is voor de ICO niet weggelegd. ,,Er is geen politieke bereidheid om de ICO een serieuze rol te laten spelen'', meent Max Havelaar-directeur Bolscher. ,,Na de liberalisering in de jaren tachtig is dat soort boards verdwenen, is de ICO vleugellam gemaakt en een vrijblijvend praatclubje geworden.''

Roel Vaessen wijst echter op het belang van de ICO als ,,enige forum waar iedereen elkaar ontmoet''. Volgens hem speelt de ICO ook een belangrijke rol bij het stimuleren van de koffieconsumptie wereldwijd – vooral in de producerende landen zelf. Maar koffie-inkoper De Groote van Ahold zegt ,,sceptisch'' te zijn over het effect: ,,Het aanbod is onbeperkt''.

Een andere ontwikkeling onderstreept de onmogelijkheid de koffiemarkt beduidend te beïnvloeden. De organisatie van producerende landen ACPC stopte in oktober vorig jaar met een plan om 20 procent van de productie in opslag te houden tot een prijs van 0,95 dollar per pound zou zijn bereikt. Niet alle leden bleken bereid zich aan de exportbeperking te houden. Gisteren sloot het eveneens in Londen gevestigde secretariaat van de ACPC zijn deuren voorgoed. Tussen verhuisdozen in zegt secretaris-generaal Robério Silva dat de lidstaten er ,,door de lage koffieprijzen'' geen secretariaat meer op na kunnen houden.