Gezant Poetin erkent excessen in Tsjetsjenië

Russische troepen hebben zich tijdens razzia's in diverse Tsjetsjeense steden ernstig misdragen. Tegen een aantal van hen stelt de Russische justitie een onderzoek in.

Dat meldde gisteren Vladimir Kalamanov, president Poetins speciale gezant voor mensenrechten in Tsjetsjenië. Kalamanov gaf toe dat de razzia's in de steden Argoen, Tsotsin-Joert en Batsji-Joert, die ten doel hadden Tsjetsjeense rebellen op te sporen en aan te houden, tot talrijke klachten van inwoners hebben geleid en dat veel van die klachten gerechtvaardigd waren. De drie steden werden tijdens de razzia's van de buitenwereld afgesloten. Inwoners werden opgepakt en urenlang ondervraagd. Soldaten plunderden huizen, sloegen en folterden inwoners en vermoordden diverse Tsjetsjenen – in Tsotsin-Joert alleen al drie. In Argoen mochten de inwoners twee dagen lang hun huis niet uit.

Dergelijke excessen zijn in Tsjetsjenië overigens routine. De erkenning van Kalamanov over het waarheidsgehalte van de beschuldigingen is een uitzondering die de regel bevestigt: slechts zeer zelden worden Russische militairen ter verantwoording geroepen voor excessen in Tsjetsjenië tijdens de speurtocht naar rebellen.

Volgens Kalamanov moeten de razzia's niettemin doorgaan, omdat een stopzetting van dergelijke acties ,,de misdaad in de republiek stimuleert''.

Gisteren werden in enkele voorsteden van de Tsjetsjeense hoofdstad Grozny 68 verdachten aangehouden. De Russen pakken bij dergelijke razzia's vaak Tsjetsjeense mannen op van wie vervolgens nooit meer iets wordt vernomen; velen eindigen in kampen waar ze ernstig worden mishandeld. Kalamanov meldde gisteren dat zijn bureau inmiddels 834 klachten over verdwijningen van opgepakte Tsjetsjenen heeft afgehandeld. In 485 gevallen slaagde het erin de betrokkene levend te achterhalen. In acht gevallen waren de betrokkenen dood.

De chef van het pro-Russische bestuur van de Tsjetsjeense regio Itoem-Kale beschuldigde gisteren Russische soldaten ervan een belangrijk cultureel monument te hebben verwoest. De soldaten zouden in staat van dronkenschap met artillerie een middeleeuws fort annex torencomplex, dat voorkwam op de Unesco-lijst van beschermd erfgoed, hebben kapotgeschoten.