Gevangen tussen vlotte jongens en lokale politici

Duitslands grootste bank heeft een nieuwe, Zwitserse topman en een nieuwe bestuursstructuur. Josef Ackermann moet Frankfurt verenigen met Londen en New York.

Josef Ackermann, 53 jaar oud, neemt pas in mei formeel de leiding op zich van Deutsche Bank, maar zijn streven de traditionele Duitse onderneming naar zijn, hoofdzakelijk Angelsaksische, ideeën te vormen heeft al het eerste slachtoffer gemaakt. Deze week stapte Thomas Fischer, verantwoordelijk voor risicomanagement, op uit de raad van bestuur. Fischer kon zich niet vinden in de manier waarop de nieuwe topman 's lands grootste bank wil besturen.

Deutsche Bank is een bedrijf met twee zielen. De bank is net zo Duits als Frankfurter Wurst en tegelijk een speler op de internationale financiële markt met evenveel werknemers in Londen en New York als in Frankfurt. Het bedrijf is een integraal onderdeel van het Duitse politiek-economische systeem en streeft tevens naar een positie in het topklassement van zakenbanken, de bulge bracket, de categorie van Amerikaanse banken als Morgan Stanley, Goldman Sachs en Merrill Lynch. De bank heeft een winstgevende divisie zakenbankieren en is als huisbankier onmisbaar voor het Duitse midden- en kleinbedrijf; een activiteit die minder rendeert.

Ackermann wordt de baas in een onderneming die onderdak biedt aan de vlotte jongens van het snelle geld en aan bankiers die zijn opgegroeid in het Duitse systeem waar het niet vreemd is als er wel eens een politicus belt met de vraag of de bank niet aan de herstructurering van een onderneming wil meewerken omdat een faillissement slecht is voor de deelstaat en zijn herverkiezing. Dat wringt.

Ackermanns succes hangt in hoge mate af van de vraag of hij die twee culturen met elkaar weet te verenigen. De afgelopen maanden borrelde op de bestuursetages van de bank aan de Taunusanlage een conflict dat laat zien hoe lastig het is om een traditionele, nationaal gewortelde onderneming aan te passen aan de eisen die de grenzeloze wereld van het geld met haar hoofdzakelijk Brits-Amerikaanse normen stelt. Zo heeft het buitenlandse talent van de onderneming niet de ambitie door te dringen tot de top van het bedrijf, waar traditie, consensus en vleugje politiek het werk bepalen. ,,Ze vinden dat in een Duitse raad van bestuur te veel tijd wordt verspild'', zei de huidige bestuursvoorzitter Rolf Breuer gisteren.

Ackermann zou de bank het liefst leiden als een Chief Executive Officer (CEO) naar Amerikaans voorbeeld. Maar het Duitse ondernemingsrecht, in het bijzonder het Aktiengesetz, staat een `almachtige' leidsman niet toe. De Raad van Bestuur, de Vorstand, is een bestuurscollege van gelijken dat in consensus besluiten neemt en gezamenlijk de verantwoordelijkheid draagt. De woordvoerder van dat college, de Sprecher, wordt door zijn collega's aangewezen en heeft niet de bevoegdheid hen orders te geven.

Dat leek Ackermann, opgeklommen binnen de Zwitserse Kreditanstalt en bij Deutsche verantwoordelijk voor de zakenbank, niet efficiënt. Dus bedacht hij in samenspraak met voorganger Breuer en voorzitter van de raad van toezicht Hilmar Kopper een tussenoplossing die de slagvaardigheid van de topman vergroot zonder de wet te overtreden. De raad van bestuur van de bank wordt kleiner en zal zich beperken tot de grote lijnen. De dagelijkse gang van zaken wordt in de toekomst geleid vanuit een nieuw executive committee, waarin behalve de bestuursleden ook de hoofden van belangrijkste bedrijfsonderdelen zitting hebben.

Als de vraag: `Hoe Duits is Deutsche?', aan de orde komt worden in Frankfurt de oren gespitst. De bank behoort tot de kern van het financiële netwerk in de metropool en iedereen heeft er een mening over het instituut. De Frankfurter Allgemeine dreef in commentaren de spot met Ackermanns Amerikaanse ideeën en brak een lans voor het Duitse consensusmodel. Toen ook nog het gerucht ging dat Ackermann de bank naar Londen wilde verplaatsen was de rel compleet: één commentator sprak van `bankroof'.

Breuer en Ackermann deden er gisteren tijdens de presentatie van de, dramatisch verslechterde jaarcijfers, alles aan om de nieuwe structuur als een voortzetting van het Duitse model te presenteren en de geruchten over een verhuizing te ontzenuwen. Breuer: ,,Verhuizing is nooit serieus aan de orde geweest en zal dat ook in de toekomst niet zijn. We ontlenen onze kracht aan onze Duitse wortels, in Londen zouden we slechts een van velen zijn.''

Gemeten naar het aantal werknemers, ruim 90.000, behoort de bank tot de groten in de branche, maar de marktkapitalisatie is met ongeveer 46 miljard euro verhoudingsgewijs laag. De Amerikaanse Citigroup, bijvoorbeeld, is omgerekend ongeveer 290 miljard euro waard. Breuer moest gisteren erkennen dat de lage koers de handelingsvrijheid van de onderneming drastisch beperkt in een branche waar voortdurend over consolidatie wordt gesproken. De nieuwe man streeft daarom naar een rendement van 15 procent van het eigen vermogen. Als rendement en daarmee de koers niet verbeteren, stelde hij onlangs ,,weet ik niet zeker of we over twee jaar nog Duits spreken''.