Een vrouw vermoorden

NEW YORK. Drie jaar geleden op deze dag lag ik op Sicilië in een bad gevuld met zout uit de Dode Zee. Nu lag ik weer met dat spul in bad, maar niet meer op Sicilië. Dat zout was een constante in mijn leven.

Ik had me voorgenomen dit jaar levenslustiger te zijn dan voorgaande jaren. Het meest levenslustige wat ik kon bedenken was om een paar mensen te vermoorden. Er waren meer mensen die deze levenshouding tot hoogste waarheid hadden verheven. Geruststellend was dat niet.

Onze fantasieën zijn niet strafbaar, ook niet als we ze opschrijven of uitspreken. Dat is een verworvenheid. Strafbaar worden fantasieën pas als ze daad zijn geworden, en zelfs dat niet altijd.

Omdat mijn fantasieën demonen waren geworden die mij kwamen storen in mijn slaap, tijdens recepties en tafelconversaties besloot ik om het levenslustigste van het levenslustigste niet uit te voeren, dat zou strafbaar zijn, maar wel de voorbereidingen ervoor te treffen. Zo hoopte ik mijzelf te verlossen van de demonen die mij toefluisterden dat ik Raskolnikov was. Raskolnikov, die in St. Petersburg met een bijl een oude woekeraarster de hersens inslaat.

Ik was in het bezit van een verzameling messen, ooit aangeschaft door een vriendin, waarmee elk stuk vlees in stukken kon worden gesneden, ik had een paar handschoenen in uitstekende conditie en sinds kort een vibrator die eruit zag als een pistool. In het donker gaf het ding licht. Ik had het aangeschaft op internet. Voor het naar bed gaan maak ik graag een korte wandeling en al menig avond had ik met het pistool in mijn jaszak door de straten gelopen, op zoek naar een eenzame vrouw die ik zou kunnen vragen: ,,Zal ik je even vibreren?''

Als gezegd, niet de fantasie is strafbaar, alleen de daad. AI weet ik dat zelfs vele van mijn kennissen en vrienden deze fantasie zullen afkeuren. Maar waar de sociale controle begint, daar begint het fanatisme. Het is onzinnig te denken dat geweld zal afnemen door meer sociale controle. Integendeel, veel geweld komt voort uit sociale controle.

Toen God Abraham beval samen met Isaak de berg te beklimmen was hij niet van plan Isaak als mensenoffer te accepteren.

Ik besloot om een vrouw te vermoorden. Een vrouw had mij het leven gegeven, een vrouw zou hiervoor moeten betalen. Het leek me beter eentje uit te kiezen die ik kende.

Niemand hoeft zich ongerust te maken. Ik ging haar niet vermoorden, ik ging alleen de voorbereidingen treffen voor de moord. Om dan op het laatste moment, net als God, niet toe te slaan. Dat leek me een buitengewoon levenslustig plan.

Mijn keus viel op een dame die ik in een ver verleden ooit schaaklessen had gegeven en die ik nog af en toe, maar niet te vaak ontmoette. Met kerst had ze me een schoenlepel gegeven.

Dit alles bedacht ik terwijl ik in bad lag met zout uit de Dode Zee: en ik kikkerde er van op.

Nu moest ik mij snel afdrogen om in de leeszaal van de bibliotheek de Regenworm te ontmoeten. Voor een ernstig gesprek.

De leeszaal van de bibliotheek was op dit uur van de dag niet meer druk bezocht. Een paar ouderen die gebogen zaten over kranten. Ik bekeek tijdschriften waarvan ik me afvroeg door wie ze ooit gelezen zouden worden.

Uiteindelijk verscheen de Regenworm. Ze liep gehaast naar de leestafel, op haar muts zat nog wat sneeuw.

,,Begin maar'', zei ik.

,,Ik weet eigenlijk niets van je'', zei de Regenworm, ,,en wat ik over je hoor is niet rooskleurig.''

Dat kon kloppen. Ik hoorde ook weinig rooskleurige dingen over mezelf. Het laatste rooskleurige bericht kwam uit het begin jaren van de negentig.

,,Je vertelt niets over jezelf. Het lijkt alsof we twee parallelle levens leiden.'' Ik keek door de grote ramen van de bibliotheek naar buiten. ,,Wat vertellen de mensen dan over mij?''

,,Dat weet je zelf ook wel. Dat je een schoft bent, dat je van niemand kunt houden, dat je ijskoud bent.''

,,Ja, dat weet ik zelf ook'', zei ik en ik maakte een stapeltje van tijdschriften. ,,Maar wat wil je nu dat ik zeg?''

,,Nou'', zei de Regenworm en ze trok driftig haar handschoenen uit, ,,je kunt het bijvoorbeeld ontkennen. Je kunt zeggen, ik ben geen schoft. Of je kunt zeggen, ik was een schoft, maar nu zal ik nooit meer een schoft zijn.''

Ik keek nog eens goed naar de toren van tijdschriften die ik had gebouwd en ik herinnerde me dat ik vroeger cadeautjes kreeg als ik beloofde op te houden met nagelbijten.

,,Ik geloof niet dat ik dat kan'', zei ik zacht.

,,Wat?''

,,Ik kan hier nu wel gaan zeggen dat ik eigenlijk een lief en aardig mens ben, maar daar schiet niemand iets mee op.''

,,Je vertelt ook nooit iets over je werk. En dat is negentiende van je leven.''

,,Wat moet ik daarover zeggen?''

,,Wat je wilt.''

,,Ik heb op het internet een crème aangeschaft om de dode huidcellen van mijn gezicht te verwijderen. Dat vond ik een levenslustig plan.''

,,Is dat alles wat je te zeggen hebt?''

De somberheid die mij al weken kwelde, bereikte in deze bibliotheek haar dieptepunt.

,,Kijk'', zei ik. ,,Je winkelt, en als de ene winkel niet heeft wat je zoekt dan ga je naar de volgende. Dat is kapitalisme. In mijn winkel is het rantsoen altijd een noodrantsoen.'' Ik pakte een krant en vouwde hem op.

,,Ga met andere jongens'', zei ik, ,,dan word ik wel de huisvriend.''

Dat er ergens in het huis van een sympathiek stel pantoffels zouden klaar staan voor de huisvriend die ik was, meer vroeg ik niet na dertig jaar leven. Het leek me de beste oplossing. Niet zonder complicaties, maar toch aanzienlijk minder gecompliceerd dan de meer traditionele vormen van geluk die de voormannen van de sociale controle mij wilde opdringen.

Daarna viel er inderdaad niet veel meer te zeggen. We hadden allebei andere afspraken en we besloten dat we het er nog wel eens over zouden hebben. Later.

Die avond begon ik aan mijn voorbereidingen voor de levenslustige daad. Het bestek dat al jaren werkeloos in een keukenkast had gelegen werd tevoorschijn gehaald. Ik koos het scherpste en grootste mes uit, nauwelijks nog gebruikt, en controleerde of het in de binnenzak van mijn winterjas paste. Dat ging prima. Ik moest een beetje voorzichtig lopen. maar dat deed ik hoe dan ook al. Daarna smeerde ik mijn handen in met verzorgende handcrème en ik belde de vrouw die ik op het oog had.

,,Je zei dat je altijd nog eens met me wilde wandelen. Schikt morgenavond?'' vroeg ik. Voor het avondeten schikte.

,,Nog bedankt voor de schoenlepel'', zei ik. ,,Ik kan hem goed gebruiken.''

Een paar uur voor ik levenslustig zou worden ging ik weer in bad met zout uit de Dode Zee. Daarna hield ik mijn handen onder een lamp om ze goed te bekijken.

Het mes wikkelde ik voorzichtigheidshalve in een oude krant.

De vrouw die ik zou gaan vermoorden was gekleed als een wielrenster en hoewel dat volstrekt onnodig was, droeg ze een zonnebril.

,,Vroeger liep ik iedere ochtend een kilometer'', zei ze. ,,Maar tegenwoordig kom ik mijn bed niet uit. De nachten beginnen steeds later, maar ze duren ook steeds langer.''

Toen we bij de East River waren aangekomen haalde ik het mes uit mijn binnenzak. ,,Is dat een cadeautje?'' vroeg de vrouw.

,,Ja'', zei ik en ik gaf het aan haar.

De mensen die van mij hielden, of die beweerden dat te doen, haatte ik met een bloeddorstigheid die mij, op die momenten dat de demonen mij met rust lieten, zelf soms angst aanjoeg.

Ik ging dan voor de spiegel staan en bestudeerde mijn gezicht.

De stem die tegen mij zei: ,,Je bent ziek, je bent doodziek'', was mijn eigen stem.