Dwing mensen niet in een monocultureel keurslijf

CDA-leider Jan Peter Balkenende voert met zijn kritiek op de multiculturele samenleving een kruistocht die gedoemd is te mislukken. Nederland was altijd al een multiculturele samenleving, is dat nu ook en zal dat blijven, meent Roger van Boxtel.

Vorige week kondigde CDA-fractievoorzitter Balkenende het einde van de multiculturele samenleving aan. Merkwaardig in een land dat zijn ontstaan ook dankt aan hugenoten, humanisten en joden. Merkwaardig ook in een samenleving van Friezen, Hollanders, Limburgers, Marokkanen, Surinamers. Nederland was altijd al een multiculturele samenleving, is dat ook nu en zal dat blijven.

Balkenende baseert zijn redenering op de vaststelling dat individuele vrijheid overgewaardeerd wordt, en sociale verantwoordelijkheid uit het beeld verdwijnt. Daardoor leidt individuele vrijheid in zijn visie tot individualisme en dat proces neigt tot egoïsme.

Ook ik erger me aan normvervaging en verslonzing van de openbare ruimte. Ook ik vind dat criminaliteit in al haar vormen en zonder aanzien des persoons bestreden moet worden. Egoïsme is verwerpelijk, maar is individualisering daar de voedingsbodem van? Individualisering is een emancipatieproces dat optimale ontplooiing van de mens voorstaat, zodanig dat hij zijn vrijheid weet te plaatsen in relatie tot de vrijheden van anderen. Een partij die mij lief is, zegt het met twee woorden: sociaal èn liberaal. We moeten ons hoeden voor het idealiseren van de groepscultuur en zuilenstructuur van de jaren vijftig. Het deugt niet dat Balkenende de suggestie wekt dat individualisering een verklarende factor zou zijn voor normvervaging en egoïsme!

Als de heer Balkenende dat debat toespitst op de inburgering van nieuwkomers, verliest hij op punten. Al weer bijna twee jaar geleden heeft de Tweede Kamer diepgaand gediscussieerd over aandacht voor de grondwaarden van de samenleving in het inburgeringsbeleid. Zijn opmerkingen zijn dus niet nieuw. Aan de uitvoering van het inburgeringsprogramma valt nog veel te verbeteren: meer maatwerk, meer duale trajecten, minder uitval, strakkere handhaving en het opleggen van boetes en strafkortingen door gemeenten als mensen moedwillig weglopen. Daar wordt aan gewerkt.

Balkenende wéét dat het inburgeringsprogramma verplicht is voor ieder die zich in ons land komt vestigen. Ook voor degenen die wegens gezinsvorming naar ons land komen in zijn lezing vergiste hij zich op dit punt.

Balkenende wéét dat passieve en actieve kennis van het Nederlands een hoofdbestanddeel is van dat programma. Kwalijk vind ik het dat Balkenende suggereert dat inburgering er vooral toe dient dat de nieuwkomers de `foefjes' van de verzorgingsstaat leren; hij kiest het invullen van huursubsidieformulieren als voorbeeld. Hij wéét dat ook oriëntatie op de Nederlandse samenleving een ander belangrijk deel uitmaakt van dat programma en dat daarin aandacht voor de Nederlandse waarden en de Nederlandse cultuur wordt gegeven, ook voor heikele onderwerpen als homoseksualiteit, abortus en euthanasie.

Balkenende wéét dat in Europa met grote belangstelling en zelfs met iets van afgunst naar ons inburgeringsbeleid wordt geïnformeerd. Buiten onze grenzen wordt ingezien, dat er ondanks alle aanvangsmoeilijkheden met het inburgeringsbeleid een belangrijke voorwaarde voor verbeterde integratie geschapen wordt.

Sinds 1998 is het inburgeringsbeleid de vrijblijvendheid voorbij: met de verplichting van de nieuwkomer, met de sanctiemogelijkheden in handen van de gemeenten, en ook met de inhoud van de programma's.

Maar wat een minister, een gemeentebestuurder, een docent niet kan is de knop tussen de oren van die nieuwkomers omdraaien, zodat zij hun eigen overtuigingen meteen laten varen en de hier geldende waarden spontaan omarmen. Het inburgeringsprogramma is geen wasmachine die rood-wit-blauw wast. Inburgering is slechts een eerste stap en daarop sluit het verdere traject van integratiebeleid aan, met het tegengaan van discriminatie (over en weer!), onderwijs, scholing en toeleiding tot de arbeidsmarkt, met criminaliteitspreventie en het vermijden van segregatie, met bevordering van sociale interactie en aanpassing van onze instituties. Zie de recent uitgebrachte nota `Integratie in het perspectief van integratie', en ook de rapportages over grotestedenbeleid.

Geen woord wijdt Balkenende aan wat het kabinet reeds heeft gedaan om al onze burgers (en niet uitsluitend de etnische minderheden) onze Nederlandse waarden voor te houden: de debatten van het Inspraakorgaan Turken om met zijn achterban te discussiëren over eventuele conflicten met de waarden van de Nederlandse samenleving; de stadsgesprekken op initiatief van gemeentebesturen en kabinet om na de ernstige aanslagen in de Verenigde Staten concrete vorm te geven aan de zo noodzakelijke dialoog en ontmoeting tussen bevolkingsgroepen.

Geen woord wijdt Balkenende aan de uitvoerige brief van 10 december 1999 over godsdienst en levensovertuiging in het licht van het integratiebeleid: ,,De wijze waarop burgers elkaar beoordelen en de samenleving waarderen wordt in niet geringe mate bepaald door de grondwaarden van ieder individueel, dan wel in gemeenschap met anderen beleefd,'' zo staat daar. In die brief – de Kamer heeft er nooit een debat aan gewijd – werd ook aandacht gegeven aan mogelijke belemmeringen vanwege de levensovertuiging voor het integratiebeleid.

De fractievoorzitter van het CDA baseert zijn betoog niet op de feitelijke stand van zaken. Hij is ook niet trefzeker, wanneer hij de stelling betrekt ,,dat multiculturaliteit als zodanig ontoereikend is om te kunnen dienen als basis voor integratie. In die zin is de multiculturele samenleving ook niet iets om naar te streven.''

Dit kabinet steekt niet de loftrompet over een multicultureel ideaal en jammert niet over een multicultureel drama. Ik ken wel vele teksten waarin het kabinet erkent dat er feitelijk een grote diversiteit in onze samenleving bestaat aan herkomsten, culturen en opvattingen en dat er dus steeds gestreefd moet worden naar datgene wat alle burgers, mèt hun eigen-aardigheden, hun rechten èn plichten bindt. Nog pas anderhalve week geleden presenteerde het kabinet een nota met als belangrijk thema `respect voor ieders culturele achtergrond en een gemeenschappelijk delen van de elementaire waarden van onze samenleving.' Als burgers moeten we open communiceren over cultuur en identiteit – ook confronterend als het moet. We moeten elkaar stevig aanspreken op ieders verantwoordelijkheden en elkaar corrigeren, waar onze democratische rechtsorde wordt geschonden. Mensen in een monocultureel keurslijf willen dwingen is een kruistocht die gedoemd is te mislukken.

Roger van Boxtel is minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid.