Drs. Van Oranje

In Vrij Nederland van deze week komt de historicus prof. dr. H.L. Wesseling terug op de doctoraalscriptie van Willem-Alexander. Als supervisor van onze kroonprins waardeerde Wesseling destijds de scriptie met een 7, een getal dat door de computer van de Leidse universiteit nauwkeurig is nagerekend. In het interview verzet Wesseling zich tegen de mythe dat de doctoraalscriptie van Willem-Alexander geheim wordt gehouden. Ik moet mijn collega Wesseling hier bijvallen. Wie een beetje moeite doet, kan de scriptie van onze kroonprins gewoon opvragen. Al eerder heb ik op deze plek uitvoerig uit het werkstuk geciteerd en nu onze kroonprins op het punt staat de belangrijkste stap in zijn leven te zetten, wil ik dat opnieuw doen.

Het is misschien minder bekend, maar de prinselijke scriptie heeft onder vooraanstaande historici tot heftige discussies geleid. De scriptie bewijst dat bij onze kroonprins een groot intellectueel arsenaal aanwezig is en dat wij straks met een gerust hart de troon aan hem kunnen toevertrouwen.

De doctoraalscriptie van Willem-Alexander gaat over De Gaulle en diens houding ten opzichte van de NAVO. Een van de stellingen van onze kroonprins is dat De Gaulle in werkelijkheid een stuk kleiner was dan algemeen werd aangenomen. De Gaulle zou zijn rijzige gestalte vooral te danken hebben aan speciaal door de Surêté ontwikkelde plateauschoenen. In feite was De Gaulle maar een klein mannetje. Onze kroonprins schat hem niet langer dan 1 meter 64.

Om zijn hypothese te staven heeft Willem-Alexander uren en uren doorgebracht in de bibliotheek van de Sorbonne en ook geheime archieven ingezien, die zich bevinden in de kelders van De Gaulle's landhuis in Colombey-les-deux-Eglises.

Direct nadat de prins zijn bevindingen op schrift had gesteld, ontstond er grote beroering onder Franse historici. Zo werd de prins in de Annales aangevallen door prof. Bourdé, maar verdedigd door prof. Dupont van de universiteit van St. Tropez, terwijl prof. Hexter aanvankelijk een middenpositie innam. Prof. Bourdé omschreef de stelling van Willem-Alexander als `ook maar een mening', maar nu de polemiek over deze kwestie al meer dan tien jaar voortwoekert, ziet het er naar uit dat onze kroonprins steeds meer gelijk gaat krijgen. Het is dat de titel van eredoctor voor leden van het koninklijk huis erfelijk is, maar anders had onze kroonprins deze onderscheiding al veel eerder in Frankrijk kunnen ophalen.

Ook op een ander punt heeft de scriptie van Willem-Alexander de nodige deining veroorzaakt. Tijdens de Parijse opstand van 1968 wilde de gendarmerie Sartre laten oppakken, maar De Gaulle zou dit voornemen hebben verhinderd met de opmerking: `On n'arrête pas un Voltaire'. In zijn doctoraalscriptie heeft de kroonprins er met kracht op gewezen dat het woord `voltaire' ook leunstoel betekent en dat De Gaulle vermoedelijk zoiets heeft gezegd als: `On reste dans un voltaire'. Daarmee wilde de president zeggen dat men in zo'n geval niets anders kan doen dan werkeloos in een stoel blijven zitten.

Sinds Willem-Alexander tot deze conclusie kwam, hebben historici in brede kring zich afgevraagd wat deze hoorfout heeft betekend voor de loop van de geschiedenis. Zo meende de Duitse historicus Sebastian Haffner dat er door de vondst van onze kroonprins een nieuw licht is geworpen op de Frans-Duitse betrekkingen van na de oorlog. In Nederland hebben vooral de historici prof. Jan Bank en prof. Von der Dunk zich over de kwestie gebogen – en dan bedoel ik die oude, eerbiedwaardige Von der Dunk en niet die jonge blaaskaak. Hoe dit ook zij, alom is men het er nu wel over eens dat Willem-Alexander een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de contemporaine geschiedenis en dat het een zegen is dat Nederland straks wordt geregeerd door iemand met historisch inzicht.