De terrorist, Indonesië en het Al-Qaeda-filiaal

Een geboren Indonesiër is in de Filippijnen opgepakt als terrorist met Al-Qaeda-connectie. De vraag is nu of Indonesië ook een Al-Qaeda-filiaal heeft.

Zijn naam is Fathur Rahman Al-Ghozi en hij is 30 jaar oud. Bij zijn arrestatie door de Filippijnse politie had hij vijf paspoorten bij zich, maar hij is een geboren Indonesiër. Zijn ouders wonen nog steeds in zijn geboortedorp Mojorejo, dicht bij het stadje Madiun in Oost-Java. De politie van Singapore, op aanwijzing waarvan hij op 15 januari in Manila werd opgepakt, beschouwt Al-Ghozi als de schakel tussen een organisatie van moslimradicalen in Zuid-Oost Azië en het internationale terreurnetwerk Al-Qaeda. Heeft ook Indonesië intussen een Al-Qaeda-filiaal?

Al-Ghozi's moeder noemt hem ,,een lieve jongen die het geloof heel ernstig neemt'', maar het staat wel vast dat hij een terrorist is. Kort na zijn arrestatie bekende hij een hoofdrol te hebben gespeeld bij de bomaanslag op het centraal station van Manila, op 30 december 2000, waarbij 13 doden vielen. De Filippijnse politie schreef deze aanslag destijds toe aan rebellen van het Moro Islamitische Bevrijdingsfront (MILF), dat ijvert voor een onafhankelijke islamitische staat in de zuidelijke Filippijnen.

Al-Ghozi wees de politie ook de weg naar een geheime opslagplaats met een ton explosieven, 300 ontstekingsmechanismen en 17 M-16 geweren op het eiland Mindanao, in het zuiden van de Filippijnen. Hij gaf toe dat hij, onder de nom de guerre Abu Saad, het MILF adviseerde inzake explosieven. Nu blijkt niet voor het eerst dat jonge Indonesische moslims sympathiseren met de Moro-rebellen en zelfs meevechten met hun broeders op Mindanao. Op 6 augustus 2000 werden bij een aanval door het Filippijnse leger op een MILF-basis de lijken gevonden van zeven Indonesiërs. Connecties tussen het MILF en Al-Qaeda zijn overigens nooit aangetoond.

Volgens de Singaporese politie reiken de contacten van Al-Ghozi echter verder dan Mindanao. In 1989 kreeg hij een beurs voor een voortgezette islamitische studie in Lahore, Pakistan. Daar zou hij, nog steeds volgens de politie van Singapore, door een Maleisische zakenman – ene Faiz Abu Bakar Bafana – zijn geworven voor een radicale moslimorganisatie die zichzelf Jema'ah Islamiyah (JI) noemt en die streeft naar een moslimstaat die Maleisië, de zuidelijke Filippijnen en Indonesië moet omvatten. Na zijn studie vertrok Al-Ghozi naar de Filippijnen, reisde regelmatig op en neer naar Maleisië en vertoonde zich nog maar zelden in Indonesië. Al-Ghozi is gehuwd met een Maleisische.

De politie van Singapore zegt Al-Ghozi op het spoor te zijn gekomen nadat ze in december 15 `terroristen' had ingerekend. Dertien zouden JI-lid zijn en van die 13 zouden er 8 tussen 1991 en 2000 een militaire training hebben ondergaan in een Al-Qaeda-kamp in Afghanistan. Enkele arrestanten zouden Al-Ghozi hebben geïdenticifeerd als de bomexpert `Mike' die in oktober naar Singapore was gekomen om videobeelden te maken van Amerikaanse doelen in de eilandstaat. JI zou van plan zijn geweest om deze op te blazen als antwoord op de Amerikaanse luchtaanvallen in Afghanistan. Het is niet duidelijk hoe de Singaporese politie aan de bewuste video-opnamen is gekomen. Volgens de Washington Post hebben Amerikaanse troepen de band in Afghanistan gevonden. Volgens de Los Angeles Times vond de eilandpolitie de video in de Singaporese woning van de Maleisiër Bafana, dezelfde die Al-Ghozi zou hebben geworven voor JI.

Nu maakt één dolende terrorist nog geen Al-Qaeda-filiaal. De Singaporese politie zegt echter dat de leider van het JI-netwerk ,,waarschijnlijk'' een Indonesiër is: de 64-jarige islamitische schriftgeleerde Abu Bakar Ba'asyir. Deze Ba'asyir kwam in de jaren zeventig in aanvaring met de Indonesische autoriteiten toen hij weigerde de staatsfilosofie Pancasila te aanvaarden als `hoogste beginsel', een gebod voor alle maatschappelijke organisaties onder Soeharto's Nieuwe Orde. Zijn preken hiertegen leverden hem een celstraf op van vier jaar. In de jaren tachtig week hij uit naar Maleisië, waar hij werkte als koranleraar. Na de val van Soeharto in 1998 ging hij terug naar Indonesië. Sinds 2000 is hij voorzitter van de Majelis Mujahidin Indonesia (MMI), een koepel van radicale splintergroepjes die willen dat Indonesië de islamitische wet invoert.

Volgens premier Mahathir Mohammed van Maleisië is Ba'asyir lid van de Kumpulan Mujahidin Malaysia (KMM), die door Mahathirs regering verantwoordelijk wordt gehouden voor recente terreuraanslagen en die hij gretig koppelt aan 's lands grootste oppositiepartij, de PAS. Volgens Mahathir is de KMM (en indirect de PAS) de Maleisische connectie van Al-Qaeda. De Indonesische politie heeft Ba'asyir vorige week enkele uren verhoord, maar hem daarna heengezonden.

Volgens de regering zijn er in Indonesië geen Al-Qaeda-cellen, maar anonieme Indonesische `inlichtingenbronnen' hebben tegen de Singaporese pers verklaard dat de Jema'ah Islamiyah in oktober in opdracht van Al-Qaeda aanslagen heeft beraamd op Amerikaanse doelen in Jakarta. Een al even anonieme JI-bron zei tegen de Straits Times: ,,De intel-jongens liegen als gewoonlijk. Wij hebben die plannen op eigen houtje gemaakt, niet op last van Al-Qaeda''. Generaal Hendropriyono, een veteraan in de strijd tegen moslimextremisten en hoofd van de Indonesische inlichtingendienst, verraste in december met de mededeling dat er in Midden-Sulawesi, waar al jaren wordt gevochten tussen plaatselijke christenen en moslims, resten van een trainingskamp van Al-Qaeda waren gevonden. Een week later slikte hij dit weer in. Naar verluidt zou `Hendro' graag zien dat de militaire samenwerking met de VS, die in september 1999 na het bloedbad in Oost-Timor werd verbroken, wordt hervat. Zo hebben al degenen die beweren dat Al-Qaeda in eigen land actief is, er wel een aanwijsbaar belang bij. Nu de bewijzen nog.