De La Soul

De La Soul heeft woord gehouden. Het New-Yorkse rap-trio heeft na cd Art Official Intellegence, part I (2000) nu inderdaad een tweede deel uitgebracht: AOI: Bionix. Er blijkt bovendien een lijn in de laatste twee De La Soul-cd's te zitten.

Hoewel de bandleden van De La Soul met de tekst, titel en presentatie waarschijnlijk een commentaar willen leveren op het huidige technocratische tijdperk, wordt hun muziek juist steeds warmbloediger. Ook lijkt de de groove belangrijker te zijn geworden in hun werk: de funky onderstroom van bas en drum die hier prominent en ongehinderd door al te veel sample-opsmuk de aandacht mag opeisen.

Die groove en de vaak krioelende dameszang die – al of niet gesampled – vaker op de voorgrond treedt, maken De La Soul tot een solide feest-crew, die met zompige beats en maffe stemmetjes een funky party garanderen.

Zonder glad te klinken, smeden de drie leden alles aan elkaar wat ze in hun platenkasten konden vinden: van Laura Nyro tot Paul McCartney & Wings. Maar ook de `eigen' melodieën zijn sterk. En waar de leden zelf de zangpartijen niet aankonden, werden de gierende soulstemmen van anderen ingeschakeld.

Op een enkele misser na (het eindeloos kreunende nummer `Pawn Star', bijvoorbeeld) heeft De La Soul met dit tweede deel op overtuigende manier bewezen tegelijkertijd onderkoeld en opwindend te kunnen zijn.

De La Soul. AOI: Bionix (Tommt Biy TBCD 1362)