De Grote Oorlog in 72 letters

De Franse tekenaar-scenarist David B. geldt al jarenlang als een grote belofte. Met de serie L'Ascension du haut mal, een pijnlijk eerlijke autobiografische strip over zijn jeugdjaren, die ervoor zorgde dat zijn ouders niet meer met hem willen praten, brak hij echt door in eigen land èn daarbuiten. Maar niet in Nederland. Het meermaals bekroonde L'Ascension waarvan al vier delen zijn verschenen, wacht nog steeds op een Nederlandse uitgever. De Belgische uitgeverij Dupuis investeert af en toe wel in Nederlandse vertalingen van Franse talenten en bracht onlangs David B's laatste boek uit, Het alfabet der ruïnes.

Dit absurde spionageverhaal speelt zich af achter de loopgraven van de Eerste Wereldoorlog. En dan denk je al snel aan Jacques Tardi, die zijn hele leven al met dit thema bezig is en dankzij wie nog maar weinigen zich aan dit onderwerp wagen. Maar David B. liet zich gelukkig niet weerhouden. Hoofdpersoon van Het alfabet der ruïnes is de Nederlandse folklorist Van Meer; hij verzamelt legendes en voorbeelden van bijgeloof over de oorlog, maar gebruikt zijn studie tegelijkertijd als dekmantel voor spionage voor de Fransen. Van Meer krijgt de opdracht een excentrieke geleerde te beschermen tegen de Duitse geheime dienst. Deze ingenieur Hellequin heeft allerlei krankzinnige wapens ontworpen zoals het `droomkanon' (schiet bommen met dromen af zodat de Duitsers niet meer aan vechten toekomen) en `aardappelmannen' (een soort golems die met batterijen tot leven worden gewekt). Maar nu is hij zijn grootste ontdekking op het spoor: het alfabet der ruïnes. Zoals het een echte taalwetenschapper betaamt, isoleerde hij 72 `letters' om aan de hand daarvan de taal en de betekenis van oorlog te doorgronden. Zijn voorlopige conclusie is dat `de oorlog pas afgelopen zal zijn als het laatste leven op aarde is verdwenen'. Maar voor hij tot die conclusie komt, heeft Van Meer het druk met allerlei bendes die door de Duitsers zijn ingehuurd en moet hij het hoofd koel houden onder de lawine van complotten die hij krijgt voorgeschoteld. Ondertussen wordt hij ook nog verliefd op de dochter van een topcrimineel die voor de Duitsers werkt.

David B. vraagt veel van de lezers, die goed moeten opletten wie nu weer voor wie werkt en vooral niet moeten nadenken of sommige zaken nu wel `kunnen'. In de wereld van Het alfabet der ruïnes lopen droom, fantasie en de harde werkelijkheid van de oorlog door elkaar, zonder dat dit op een onbegrijpelijke brij uitloopt. Elk nieuw personage wordt snel en helder geïntroduceerd en het verhaal is logisch opgebouwd. Als het nodig is, schakelt B. een algemene verteller in, die kort wat feiten en achtergronden geeft, waardoor het gebeuren weer in het juiste perspectief wordt geplaatst.

Het is ook te merken dat B. veel heeft nagedacht over zijn eigen beeldtaal want die is even vernieuwend als oogstrelend. Met een combinatie van matte kleuren (paars, okergeel, oranje) en veel zwart in de talloze nachtelijke scènes, ademt het tekenwerk een geloofwaardige `jaren tien sfeer'. De perspectieven kloppen niet altijd helemaal en de anatomie is soms onmogelijk, maar juist daardoor bereikt B. een bijzonder fraai effect dat refereert aan het expressionisme.

David B.: Het alfabet der ruïnes. Dupuis, 80 blz. €12,35