Chaos dreigt nog steeds in Afghanistan

Wereldleiders fêteren interim-premier Hamid Karzai en vieren de verdrijving van de Talibaan en Al-Qaeda, maar in Afghanistan is nog lang geen vrede.

Overal waar de Afghaanse interim-leider Hamid Karzai zijn gezicht laat zien, vallen hem staande ovaties ten deel. De immer gedistingeerd glimlachende Pathaan, die de afgelopen week achtereenvolgens de Amerikaanse regering in Washington, de Verenigde Naties in New York en de Britse regering in Londen bezocht, maakt zich desalniettemin grote zorgen over de vraag hoe lang de fragiele vredesovereenkomst die de vroegere vijanden van Afghanistan in december in Duitsland hebben gesloten, stand houdt.

Behalve goodwill en complimenten over zijn uiterlijk en zijn inspanningen voor de vrede in Afghanistan heeft de eerste grote diplomatieke reis van Hamid Karzai niets opgeleverd. De Britse premier Tony Blair, de grote initiator achter de VN-vredesmacht, liet Karzai gisteren nog weten dat een uitbreiding van het aantal Britse troepen er niet inzit.

Wellicht schuilt in die houding van het westen het gevaar. De geschiedenis van Afghanistan heeft geleerd dat periodes van vrede over het algemeen kortstondiger zijn dan tijden van oorlog. Sinds de Talibaan op 7 december uit hun bolwerk Kandahar zijn verjaagd, hebben zich in heel Afghanistan tientallen botsingen voorgedaan tussen groeperingen die vóór die datum oude grieven opzij hadden gezet om de ultrareligieuze beweging te bevechten.

De gehoopte ontwapening van Afghaanse facties, strijdende stammen en rivaliserende roversbendes lijkt inderdaad op gang gekomen, maar op veel plaatsen gaat dat op de Afghaanse manier: onder dwang van regionale krijgsheren, lokale milities en rovende avonturiers. Het alternatief is even simpel als onwenselijk: wie zijn wapens vrijwillig inlevert verliest terrein, en moet daarmee aan macht inboeten.

Volgens de lokale bevolking ontbreekt het in de regio's buiten Kabul aan een centrale autoriteit: niemand is de baas, behalve degenen die de wapens hebben. Een journalist van het Amerikaanse persbureau AP beschreef vanochtend hoe in de noordelijke stad Mazar-i-Sharif de elektriciteitscentrale in handen is van de etnisch-Oezbeekse generaal Dostam; een aangrenzend fort wordt bezet door troepen van de Tadzjiekse militaire leider Atta Mohammed; even verderop domineren de tanks en de artillerie van Hazara-krijgsheer Mohammed Mohaqqeq.

Afghanistan is op dat gebied meer gewend dan de meeste andere landen, en twee strijdende stammen brengen niet het hele land in staat van oorlog, maar de algehele instabiliteit en de aanwezigheid van eindeloze hoeveelheden wapens maken de situatie volgens sommige analisten nog altijd explosief. Dat bleek gisteren in de stad Gardez, waar tientallen doden vielen bij beschietingen tussen twee Pathaanse stammen. Op zijn minst geven dergelijke `incidenten' aan dat in Afghanistan nog geen algemene bereidheid tot ontwapening bestaat.

Niet voor niets vroeg Hamid Karzai de Verenigde Naties deze week om een uitbreiding van het mandaat en de vredestroepen die sinds enkele weken zichtbaar zijn in de straten van Kabul. Ook vindt Karzai dat de vredesmacht langer in Afghanistan moet blijven dan de geplande zes maanden.

Nu de internationale diplomatieke vreugdevuren over het nieuwe tijdperk waarin Afghanistan terecht zou komen zijn gedoofd, blijkt dat de Afghaanse bevolking nog een lange weg te gaan heeft voordat er werkelijk sprake is van stabiliteit en vrede. Terwijl de internationale gemeenschap miljarden inzamelt voor de wederopbouw van het land, is chaos, armoede en instabiliteit nog steeds troef op de meeste plaatsen. Hoewel Kabul sinds de komst van de vredestroepen relatief rustig is hebben op steeds meer plaatsen elders in het land etnische en tribale botsingen plaats. Grote delen van het land worden nog steeds beheerst door krijgsheren die vroeger bloedige oorlogen uitvochten met elkaar.

Zo raakten etnische Oezbeken en etnische Tadzjieken een week geleden slaags met elkaar in het noordelijke district Qale Zaal, niet ver van Kunduz, bij manoeuvres die tot doel hadden hun eigen militaire posities te verstevigen. Daarbij ging het om volgelingen van enerzijds de minister van Defensie, de Tadzjiekse generaal Fahim, en anderzijds diens plaatsvervanger, de etnische-Oezbeekse generaal Dostam. Beide groeperingen wierpen hun maskers af toen de Talibaan, hun gemeenschappelijke vijand, er niet meer waren.

Ernstiger waren de tientallen doden die gisteren vielen bij mortier- en raketaanvallen in de omgeving van de oostelijke stad Gardez, ruim honderd kilometer ten zuiden van Kabul. De gevechten braken uit terwijl Karzai de Verenigde Naties in New York vroeg om een steviger mandaat voor de vredesmacht in Afghanistan.

In Gardez gaat het om onderling strijdende Pathaanse stammen die elkaars macht bevechten in de strategisch gelegen provincie Paktia. De gevechten zijn in zekere zin ook gevoeliger dan de `routinematige' botsingen in het noorden, omdat Paktia een plek is waar zich volgens de Amerikanen nog veel strijders van het terreurnetwerk van Osama bin Laden, Al-Qaeda, ophouden.

Maar niet alleen in het noorden en het oosten bestaat de dreiging van interne conflicten nog steeds. Ook in het zuiden en het westen van Afghanistan is de dreiging nog reëel. Daar gebruiken Pathaanse stammen die in de provincies rondom Kandahar de dienst uitmaken een oorlogszuchtige retoriek jegens de Tadzjiekse heerser in de omgeving van de westelijke provincie Herat, Ismail Khan.

Waarnemers vrezen dat het uitblijven van een internationale vredesmacht die het hele land bestrijkt ertoe kan leiden dat de buitengebieden van Afghanistan opnieuw afglijden naar een situatie waarin het oude warlordism de overhand krijgt, in een land dat is opgedeeld langs etnische en tribale lijnen, en waar vrede heerst zolang er niet wordt geschoten.