Wórdt het nog wat?

De pers zoekt naarstig naar actievoerders voor bij het Huwelijk. Maar het geweld in de stad is onvoorspelbaar geworden.

Er zijn, zei de burgemeester van Amsterdam deze week, duizend-en-een dingen die kunnen gebeuren. Een veiligheidsbeambte voorzag dat het koninklijk huwelijk een heerlijke gelegenheid zou zijn voor allerlei activisten om de aandacht op zichzelf te vestigen. En intussen zoeken journalisten naar die activisten die de aandacht op zich willen vestigen. Wordt het ludiek? Wordt het grimmig? Wórdt het nog wat?

De Amsterdamse krant Het Parool had ze dinsdag eindelijk gevonden: ,,De tegenstroom is ontwaakt'', stond op de voorpagina. In 1966 en in 1980 schudden de actievoerders het ingeslapen klootjesvolk wakker. Nu komt het klootjesvolk aan de deur om te vragen of er nog iets te keten valt, zaterdag.

Want zonder actie is een officiële plechtigheid niet áf. Dat weten de burgemeester met zijn duizend-en-een dingen, de veiligheidsbeambte met zijn gelegenheid ook. Dus wat doen ze? Ze wijzen een plek aan waar actievoerders hun ding mogen doen. En die actievoerders, Het Witte Plein, hebben zichzelf in goed overleg laten dirigeren naar het Koningsplein, even buiten de Route. De hondenuitlaatstrook voor anti-monarchistisch Nederland.

Toch zou het een misvatting zijn om te denken dat daarmee het gevaar bezworen is. Laten we de echte terroristen en criminelen even buiten beschouwing – die nemen de massale afwezigheid de politie in de rest van de stad zaterdag waarschijnlijk te baat om ongestoord inbraken te plegen of explosieve schoenen te kopen – dan blijft het ongesorteerde geweld over. En die vorm van geweld is het wezenlijke verschil – in Amsterdam, in Nederland – tussen 1966, 1980 en 2002.

In '66 en '80 was de plechtigheid doelwit van geweld als uiterste middel van een doelbewuste groep ontevredenen. Die wilden hervorming van de samenleving, of op zijn minst van de woningmarkt. Ze hadden zich op de confrontatie van die dag voorbereid, rookbommen gemaakt, motorhelmen opgezet. En de voorbereidingen waren voelbaar in de stad, de maanden voorafgaand aan het huwelijk.

In 2002 lijkt van spanning geen sprake. De etalages zijn versierd. Her en der staan standaardbordjes met verbodsbepalingen `in verband met een evenement'. Zo blasé, zo loom wacht de stad. Zo veilig is de kust voor Oranje.

Maar er is geen doelwit meer nodig voor geweldsuitbarstingen. In 1995 won Ajax de Champion's League. Groot feest in de stad, dat na middernacht ontaardde in een veldslag. Twee weken later stonden enkele tientallen daders terecht. Veel brave studenten, een enkel burgemeesterszoontje. Geen van de verdachten kon zeggen waarom ze de politie te lijf waren gegaan, of het moest zijn doordat ze twintig pilsjes en een fles Ouzo hadden gedronken. Spontaan, ongeorganiseerd geweld is bedreigender voor evenementen dan de officieel goedgekeurde folklore van het actiewezen.

Of het nou een multicultureel festival is of treinvertraging, elke gelegenheid laat zich aangrijpen voor een potje knokken. Geweld is de voortzetting van het feest met andere middelen geworden. De beste beveiliging tegen ontsporingen op 02-02-02 kon wel eens zijn dat het zaterdag allemaal om één uur 's middags alweer is afgelopen. Dan zijn de feestgangers van de nacht ervoor net hun bed uit.