VS hervatten subsidiëring van Iraakse oppositie

De Amerikaanse regering heeft gisteren besloten de financiële ondersteuning van de belangrijkste Iraakse oppositiegroepering te hervatten.

Het INC krijgt nu weer de 800.000 dollar per maand die het eerder ook kreeg, overigens een bedrag dat het machtsevenwicht in de regio nauwelijks zal beïnvloeden. Het grootste deel van het bedrag wordt besteed aan het INC-hoofdkwartier in Londen en aan propaganda.

Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken had begin deze maand de geldstroom bevroren omdat de boekhouding van het overkoepelende Iraaks Nationaal Congres (INC) niet in orde was. Volgens het INC zelf en sympathisanten was de maatregel echter onderdeel van de strijd tussen duiven en haviken binnen de Amerikaanse regering over het beleid ten opzichte van Irak. Het ministerie van Buitenlandse Zaken bepleit strikte toepassing van de handelssancties van de Verenigde Naties tegen Irak om het regime te verzwakken, terwijl op het ministerie van Defensie voorstanders zitten van militaire actie om het bewind van Saddam Hussein te wippen. In die laatste optie zou het INC, op het State Department als leunstoel-revolutionairen gekenschetst, een belangrijke rol moeten spelen.

De hervatting van de subsidiëring van het INC kwam een dag na de State of the Union-toespraak van president Bush, waarin deze Irak noemde als onderdeel van een ,,As van het Kwaad'', samen met Iran en Noord-Korea. Deze landen ,,wapenen zich om de wereldvrede te bedreigen'', aldus Bush. De president gaf daarmee echter niet aan dat een militaire actie tegen deze landen ophanden is, zo zei een woordvoerder van het Witte Huis later. Hij zei dat ,,het een uitdrukking is hoe serieus de president de bescherming van ons land neemt''. De woordvoerder zei ook dat de frase ,,meer retorisch dan historisch'' was bedoeld en dat er geen historische koppeling was tussen deze landen zoals de alliantie tussen Duitsland, Japan en Italië in de Tweede Wereldoorlog, die bekendstaat als de As.

Alle drie de landen hadden meteen woedend gereageerd op Bush' woorden. Iran meende dat er een verlangen naar hegemonie uit sprak, Irak zag er een aankondiging in van een aanval op Bagdad – vice-premier Tariq Aziz haastte zich ostentatief van Moskou terug naar Bagdad – en Noord-Korea signaleerde een bewijs van een ,,politiek van agressie''. Het INC daarentegen toonde zich ,,zeer, zeer bemoedigd door de toespraak van de president''