Uitbreiding brengt EU in spagaat

De Europese Commissie wil de oostwaartse uitbreiding van de Europese Unie niet afhankelijk maken van hervorming van de landbouwpolitiek.

,,We zijn bij het uur van de waarheid gekomen.' Eurocommissaris Günter Verheugen (Uitbreiding) zei er niets te veel mee. De finale in de onderhandelingen over toetreding van tien nieuwe lidstaten tot de Europese Unie is begonnen. Commissievoozitter Romano Prodi sprak van ,,een keerpunt'.

De Europese Commissie legde gisteren met voorstellen over de landbouw en de structuurfondsen (voor regionaal beleid) haar belangrijkste kaarten op tafel. Zij sprak van een ,,eerlijke en solide' benadering. Veel van de 25 betrokken landen – 15 lidstaten en 10 kandidaat-lidstaten – zijn daarvan niet overtuigd.

Verschillende EU-lidstaten zijn bezorgd over de financiële soliditeit van de plannen. Het kader voor de EU-uitgaven ligt door de afspraken van de Berlijnse Eurotop van 1999 vast tot 2006. Maar wat gebeurt er daarna, wanneer de directe inkomenssteun aan de boeren in de nieuwe lidstaten stapsgewijs net zo groot wordt als elders in de EU? De EU heeft nu 7,5 miljoen boeren, door toetreding van Polen komen er al 4 miljoen (veelal heel kleine) boeren bij. Voor lidstaten als Nederland, Groot-Brittannië en Duitsland is de bezorgdheid extra aanleiding het politiek gevoelige debat over hervorming van de landbouwpolitiek aan te zwengelen. Maar landen als Frankrijk en Spanje voelen daar niet voor.

De kandidaat-lidstaten, Polen voorop, vinden op hun beurt de Commissie-voorstellen oneerlijk. Ze willen dat hun boeren op gelijke voet worden behandeld en dus direct het volle pond aan inkomenssteun ontvangen. Bij de Europese Commissie bestaat de vrees dat het onderhandelingsklimaat door populistische beloftes, onder andere in Polen, volkomen wordt bedorven. Commissaris Verheugen hekelde ,,onverantwoordelijke elementen in Polen', die de illusie wekken dat er meteen volledige inkomenssteun komt. Hij noemde dit ,,crimineel'.

De Europese Commissie zal de kandidaat-landen ervan moeten overtuigen dat te veel directe inkomenssteun aan boeren ,,contraproductief' is, omdat dit het scheppen van vervangende werkgelegenheid op het arme platteland afremt. De vele miljarden aan structuurgelden die gereed liggen, moeten de kandidaat-landen over de streep trekken. De aantrekkelijkheid is vergroot door een relatief hoog aandeel van de zogenoemde cohesiefondsen (EU-geld voor de armste gebieden) die minder nationale medefinanciering vereisen. Eurocommissaris Franz Fischler (Landbouw) noemde de herstructuring op het platteland – met als gevolg minder boeren – ,,het belangrijkste' van het landbouwpakket.

Waarom dan toch directe inkomenssteun voor boeren in de nieuwe lidstaten? Eurocommissaris Verheugen zei gisteren ronduit dat een akkoord met de kandidaat-landen zonder deze directe inkomenssteun ,,politiek onhaalbaar' was. Op de Eurotop van Berlijn werd weliswaar niet specifiek geld gereserveerd voor deze directe inkomenssteun, maar volgens de Europese Commissie sluiten de toen gemaakte afspraken dit ook niet uit. Deze opstelling gaat in tegen de redenering die onder andere Nederland, bij monde van minister Gerrit Zalm (Financiën), onlangs nog volgde.

De Europese Commissie verwerpt ook het argument dat boeren uit nieuwe lidstaten geen aanspraak op de steun kunnen maken, omdat deze steun destijds werd geïntroduceerd als compensatie voor verlaging van prijssteun in de EU. De inkomenssteun heeft volgens de Commissie nu minder het karakter van compensatie en is veeleer een vast inkomensbestanddeel geworden, temeer daar er in de huidige Unie ook milieuvoorwaarden aan zijn gesteld.

De Eurocommissarissen Franz Fischler en Michaele Schreyer (Budget) probeerden gisteren de vrees van onder meer Nederland weg te nemen dat de directe inkomenssteun een `financiële tijdbom' is, als boeren in de nieuwe lidstaten er in het komende decennium stapsgewijs volledig van gaan profiteren. Volgens hen staat nog helemaal niet vast dat de inkomenssteun dezelfde omvang zal houden, want het Europese landbouwbeleid zal in die periode mogelijk worden hervormd.

Fischler is al langer voorstander van enige verschuiving in het landbouwbeleid van inkomenssteun naar plattelandsontwikkeling. Maar de Commissie verwerpt de koppeling tussen hervorming van de EU-landbouw en de EU-uitbreiding, die staatssecretaris Dick Benschop (Europese Zaken) eerder deze week maakte. Dat zou een zeer hoge politieke prijs – lees: uitstel van de uitbreiding – vragen. Maar Verheugen erkende gisteren wel dat beide kwesties ,,samenhangen'.

Landbouwcommissaris Fischler komt deze zomer met een midterm review van het landbouwbeleid, zoals eveneens in Berlijn in 1999 is afgesproken. Maar volgens diplomaten in Brussel is het een illusie te denken dat er al eind dit jaar, wanneer men de onderhandelingen met de kandidaat-lidstaten wil afronden, ook overeenstemming is over hervorming van de Europese landbouwpolitiek. Daarvoor is gewoon te weinig tijd, al was het alleen maar omdat er nog Franse en Duitse verkiezingen tussen zitten.

Commissaris Schreyer illustreerde gisteren treffend de spagaat waarin de Commissie verkeert. Enerzijds onderstreepte zij dat Brussel zich heel ,,solidair' toont door de grote som geld die naar de kandidaat-lidstaten gaat. Anderzijds wees zij er op dat de uitbreiding de huidige lidstaten weinig geld kost: 0,14 procent van hun gezamenlijke bruto binnenlands product. Schreyer sprak van ,,great value for money' (veel waar voor het geld). Nu het in Brussel echt gaat om de centen, lijken politieke idealen over een groter verenigd Europa even uit het zicht verdwenen.