Trots en soberheid bij TotalFinaElf

Het Franse TotalFinaElf heeft zich de afgelopen jaren opgewerkt tot het vierde olieconcern ter wereld, gemeten in beurswaarde. Gisteren presenteerde topman Desmarest de jaarcijfers.

Er was heus reden tot vreugde, maar Thierry Desmarest, president directeur van TotalFinaElf, hield het gisteren sober. Stemmig opende hij de presentatie van de jaarcijfers van 's werelds vijfde petro-chemische groep met woorden van piëteit ten aanzien van de 29 dodelijke slachtoffers van de grote ontploffing, op 21 september jongstleden, van de kunstmestfabriek La Grande Paroisse in het Zuidfranse Toulouse. Het zou onaardig zijn te suggereren dat de gedempte toon ook werd ingegeven door een nieuwe raming van de schadevergoeding waartoe de fabriek (voor tachtig procent filiaal van TotalFinaElf) als 'vermoedelijk verantwoordelijke' partij verplicht is. Zeker is dat de catastrofe met 950 miljoen euro bijna twee keer zoveel dreigt te gaan kosten als eerder geraamd.

Een televisiejournaal maakte gisteren nieuws van de nogal voor de hand liggende erkenning van de 'vermoedelijke verantwoordelijkheid' door Desmarest, maar deze wees er wel op dat het gerechtelijke onderzoek nog in volle gang is. Met andere woorden: de verantwoordelijkheid moet nog bewezen worden. Hij bovendien zei 'diep geschokt' te zijn door de geruchten naar aanleiding van de publicatie van een circulaire van de directie van La Grande Paroisse, waarin, enkele dagen voor de grote klap, aangedrongen werd op grotere waakzaamheid ten aanzien van de veiligheid. Het schrijven maakte volgens Desmarest deel van een normale procedure en hield geenszins erkenning van schuld in.

Zij het dus in mineur en in alle bescheidenheid, Desmarest gaf ook blijk van trots en tevredenheid. Met reden. Ondanks het verslechterde economische klimaat en de daling van de olieprijs vorig jaar met veertien procent hebben de Fransen het beter gedaan dan hun voornaamste (Amerikaanse) rivalen op de wereldmarkt. Met een nettowinst van 7,64 miljard euro zijn ze niet alleen kampioen binnen de eigen grenzen, ze verbeteren ook hun eigen record van 2000 (6,9 miljard euro) met elf procent, hoewel de omzet (105,2 miljard euro) met acht procent daalde. Mede ten gevolge van de aanslagen van 11 september zakte de winst in het laatste trimester weliswaar met 41 procent in, vergeleken met dezelfde periode het jaar daarvoor, maar bij ExxonMobil, nummer een van de wereld, beliep de schade 48,6 procent en bij Conoco/Philips Petroleum zelfs tachtig procent.

Desmarest schreef de relatief goede prestaties van zijn groep toe aan de exploitatie van veelbelovende olievelden, zoals Elgin-Franklin in het Verenigd Koninkrijk, Girassol in Angola en het Sincor-project in Venezuela. Dank zij deze paradepaardjes rekent TotalFinaElf op een verhoogde productie van tien procent tot 2,4 miljoen vaten per dag aan het eind van dit jaar. Een andere reden waarom de Fransen beter presteerden dan de Amerikanen zijn de voordelen van de fusie tussen Total, Fina en Elf.

Deze gunstige ontwikkelingen maskeren enigszins de slechtere prestaties van Atofina, de chemie-poot van TotalFinaElf. Die wordt gehandhaafd, maar gaat wel grondig gereorganiseerd worden. Het grootste deel (58 procent) van de werknemers van de groep (72.000 in totaal) is juist daar werkzaam terwijl de omzet van de chemie-poot (19,6 miljard euro) nog geen vijfde van de totale omzet uitmaakt en slechts een dertiende deel van de operationele winst.

Geruchten als zou TotalFinaElf op overname-jacht zijn en Conoco/Philips willen annexeren, ontkende Desmarest stellig. Hij zei 'geen fanatieke voorstander van externe groei' te zijn. Volgens hem heeft TotalFinaElf geen aankoop nodig om zich te ontwikkelen. Bovendien zag hij, noch in Amerika noch in Europa, een potentiële partner.