Sportlobby

Wat een debat organiseren met vijf lijsttrekkers bij de komende Tweede Kamerverkiezingen al niet kan opleveren. Afgelopen week zette sportend Nederland onder aanvoering van de belangenorganisatie NOC*NSF de politieke kopstukken Melkert (PvdA), Balkenende (CDA), De Graaf (D66), Rosenmöller (GroenLinks) en Marijnissen (SP) bij elkaar in de Ridderzaal, om te debatteren over de rol van de sport. Zelden zal een niet-goedkope bijeenkomst zichzelf zo snel hebben terugverdiend. De miljoenen vlogen over tafel. Melkert beloofde de sport vijftig miljoen euro, Balkenende bood 100 miljoen gulden, op ongeveer eenzelfde bedrag kwam De Graaf uit, Rosenmöller ging erover heen met 100 miljoen euro, terwijl Marijnissen al zijn collega's overtroefde met zijn belofte in elk geval het budget voor breedtesport te willen verdrievoudigen en voor het overige met nadere berekeningen te komen.

Op de eerste rij van de Ridderzaal zag, behalve NOC*NSF-voorzitter Blankert, staatssecretaris Vliegenthart (VWS) het allemaal tevreden aan. Zij wist dat vier jaar geleden een soortgelijk debat voorafgaande aan de verkiezingen een verdubbeling van het sportbudget – haar budget – had opgeleverd. Dit keer viel het opnieuw niet tegen. Onder het wakend oog van hoge sportfunctionarissen en lokale bestuurders konden de politici niet anders dan ruimhartig zijn.

In de politiek is sport lange tijd verwaarloosd. Het is goed dat hierin verandering komt en de maatschappelijke functie van sport wordt erkend. Vanzelfsprekend hoort daar ook geld bij. Waar het om gaat is de procedure. Het gebeurt niet vaak dat een departement enkele maanden voor de verkiezingen zo onbeschaamd een verhoging van de eigen inkomsten bij elkaar lobbyt. Grote afwezige was VVD-lijsttrekker Dijkstal. Hij was veruit de verstandigste.