Schieten én praten voor oplossing Atjeh

Een `integrale aanpak' moet tot een oplossing van het probleem-Atjeh leiden. De vice-gouverneur blaakt van dadendrang.

De weg van Medan naar Banda Aceh, het noordelijkste traject van de Trans Sumatra Route, is goed geasfalteerd, maar hoge snelheden zijn niet mogelijk. Om de haverklap moeten automobilisten afremmen voor controleposten van het Indonesische leger en politie. De meeste militairen blijven overdag achter hun zandzakken. De politiemannen van de Mobiele Brigade staan vaker langs de weg en maken demonstratieve rookgebaren naar passanten.

Bij presidentieel decreet nr. 4/2001 van 11 april vorig jaar besloot Indonesië tot een `integrale aanpak' van het probleem Atjeh. Rust en orde moeten worden hersteld, maar die veiligheidsoperatie dient vergezeld te gaan van maatregelen op het gebied van bestuur, economie, recht en voorlichting. De militaire operatie begon in mei 2001 en heeft de 2.000 guerrillastrijders van de Beweging Vrij Atjeh (GAM) in het defensief gedrongen. Herstel van het openbaar bestuur in dorpen en districten, dat in de jaren 1999-2000 is ingestort, laat nog op zich wachten. De 17.000 man troepen die zijn ingezet in Atjeh bivakkeren, behalve in kazernes en politieposten, ook in de lege kantoren van door de GAM verjaagde districtshoofden.

In deze bestuurlijke schemertoestand kreeg de provincie Atjeh per 1 januari `bijzondere autonomie'. Net als Irian Jaya, de oostelijke hoeksteen van de archipelstaat, die werd omgedoopt in Papoea, kreeg ook het verre westen van Indonesië een nieuwe naam: Nanggroe Aceh Darussalam. Nanggroe is Atjees en betekent `bestuursgebied'. De naam herinnert aan het sultanaat Atjeh Darussalam, tot de Atjeh Oorlog (1873-1912) en de inlijving in Nederlands-Indië een zelfstandige islamitische staat.

Atjeh mag de islamitische wet toepassen `binnen het kader van' – lees: mits niet strijdig met – de nationale wetgeving, en krijgt daarvoor een speciaal, onafhankelijk instituut: de Mahkamah Syar'ia (islamitisch gerechtshof). Gedurende de eerste acht jaar na inwerkingtreding van het autonomiestatuut mag Atjeh 70 procent van de omvangrijke aardolie- en aardgasbaten houden. Daarna wordt dat teruggebracht tot 50 procent.

Die autonomie en extra middelen vallen Atjeh ten deel op een moment dat de provincie nog zucht onder anarchie. Terwijl het provinciebestuur dingt naar de gunst van de Atjeërs met uitkeringen voor slachtoffers van militaire willekeur, met krediet voor kleine boeren en met Wereldbankfondsen voor herstel van markten, wegen en bruggen in de districten – het zogenoemde PBK-programma – worden Atjeërs nog steeds gedwongen om upeti (schatting) te betalen aan de GAM. Van de PBK-gelden voor de districten verdwijnt 25 tot 50 procent in de zakken van lokale krijgsheren.

Bestuursverantwoordelijkheid in deze tijden moet voelen als een loden last, maar aan vice-gouverneur Azwar Abubakar is dat niet te merken. Abubakar, architect en Atjeër, is nu dertien maanden in functie en blaakt van dadendrang.

Abubakar: ,,Atjeh is rijk aan bodemschatten en draagt met zijn aardas belangrijk bij aan de staatsinkomsten. Toch bleef onze infrastructuur lange tijd zwak: wegen liepen dood bij rivieren die we moesten oversteken met vlotten. Uit de nationale pot kreeg Atjeh bijdragen op basis van het aantal inwoners, wat niet in verhouding stond tot de sommen die het afdroeg. Daar kwam bij dat onder president Soeharto het ontwikkelingsmodel overal hetzelfde was, wat voorbijging aan onze gewoonten en tradities. De islamitische waarden waarvoor Atjeh was opgekomen in de jaren vijftig, toen het zich aansloot bij de beweging Darul Islam, beklijfden nauwelijks. Steeds meer jongeren zaten zonder werk. Dit alles zaaide het zaad van de onafhankelijkheidsbeweging.''

Van 1990 tot 1998 was Atjeh militair operatieterrein. Het leger trad meedogenloos op tegen burgers die het verdacht van GAM-sympathieën. Soeharto's opvolger Habibie trok de troepen in 1998 terug, waarop de GAM vrij spel had. President Wahid begon in 2000 onderhandelingen met GAM-ballingen in Zwitserland. Intussen werd het plaatselijk bestuur op veel plaatsen in Atjeh overgenomen door de GAM en leed de bevolking opnieuw, ditmaal onder afpersing en afrekeningen met eenieder die te boek stond als pro-Indonesisch.

Abubakar: ,,Alleen schieten of alleen praten lost het probleem niet op. De bevolking moet zich weer veilig voelen, maar bovenal moet de bron van de onvrede worden weggenomen: het onrecht. Slachtoffers van rechtsschendingen in het verleden moeten genoegdoening krijgen. Het onderwijs en de vooruitzichten op werk moeten worden verbeterd. De autonomie die we nu gekregen hebben, is het maximaal haalbare en de extra middelen en bevoegdheden bieden een goede kans om het probleem Atjeh op te lossen. De begroting 2002 is, hoewel door de onveiligheid de aardgasbaten vorig jaar zijn gedaald, twee triljoen roepia (200 miljoen euro) hoger dan in 2001. Een deel daarvan willen we dit jaar via banken en regentschappen als krediet naar de bevolking sluizen. Maar eerst moeten boeren weer naar hun rijstvelden en tuinen durven.''

Abubakar is goed te spreken over de militaire operatie die vorig jaar begon: ,,De veiligheid langs openbare wegen en in het veld is toegenomen. Vergeleken met de gesloten aanpak van de jaren negentig is er vooruitgang geboekt. Militaire eenheden waken voor hun imago en onderhouden doorgaans goede betrekkingen met de bevolking. Deze lichtingen zijn ook beter getraind en kunnen het onderscheid maken tussen GAM-strijders en non-combattanten.''

Dat het leger van Atjeh weer een militair district wil maken met een eigen commando – nu vallen de troepen in Atjeh onder Medan, Noord-Sumatra – wordt wel uitgelegd als een `militarisering' van Atjeh. Abubakar ziet dat anders: ,,Die weerstand is vooral psychologisch; men ziet in deze tijd niet graag nieuwe territoriale commando's. Voor het provinciebestuur heeft het voordelen. Als er een Atjehs commando is, kunnen wij makkelijker overleggen op provinciaal niveau. Toen het militaire district Atjeh jaren geleden werd opgeheven, betreurden de Atjeërs dat. Nu het wordt hersteld, heet het militarisering.''