Opsporing kunst in het gedrang

De Nederlandse regering heeft besloten het bureau Kunst en Antiek van het Korps Landelijke Politiediensten op te heffen. Het bureau houdt zich bezig met de opsporing van kunst- en antiekdiefstallen. Kunsthandelaars hebben verontwaardigd gereageerd.

Illegale kunsthandel staat volgens sommige schattingen op de tweede plaats van de internationale misdaad (na drugssmokkel). Toch wordt in Nederland besloten het bureau Kunst en Antiek van de Centrale Recherche-Informatiedienst (CRI) op te heffen. Dit is een onderdeel van het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) in Zoetermeer. Het fungeert als een informatiecentrale voor de 25 regionale politiekorpsen bij wie de daadwerkelijke opsporing van kunst- en antiekdiefstallen berust. Het bureau is ook een internationaal aanspreekpunt.

Kunst en Antiek is toch al slechts een afdeling van drie mensen, terwijl landen als Frankrijk en Engeland vele tientallen politiespecialisten op dit gebied hebben. Daar gaat veel meer om, maar het zegt ook iets over Nederland: ,,Een cultuurarm land'', zoals het hoofd van het bureau, Aad du Croix Timmermans jaren geleden in een kranteninterview verzuchtte. Hij doelde naar valt aan te nemen niet op ons kunstbezit. De Nederlandse kunst- en antiekhandel heeft bij monde van de Stichting NedArt verontwaardigd gereageerd op de aangekondigde opheffing van de afdeling, die sinds 1972 bestaat. Een centraal aanspreekpunt voor de politie maar ook voor de kunsthandel dreigt te verdwijnen, een schat aan centraal verzamelde kennis dreigt verloren te gaan. NedArt heeft gevraagd het opheffingsbesluit terug te draaien.

Het KLPD benadrukt dat de opsporing niet wordt gestaakt. Het bureau Kunst en Antiek had toch al geen directe opsporingstaak. Deze berust bij de 25 regionale politiekorpsen in Nederland. De informatie-uitwisseling gaat voortaan via het Recherche Informatie Bulletin. Verder moet de Nederlandse politie het stellen met de CD-rom van gestolen kunst die Interpol jaarlijks uitbrengt.

Het bureau Kunst en Antiek werkt sinds vijf jaar met een geautomatiseerd registratiesysteem KANS (Kunst en Antiek Nationaal Systeem) dat het speciaal heeft ontwikkeld voor het herkennen van voorwerpen met een (kunst)historische of emotionele waarde. Moet dat zomaar verloren gaan, willen de Kamerleden Dittrich en Scheltema-de Nie (D66) weten. Zij stelden in november vragen over de opheffing. Vorige week vroeg de eerstbetrokken bewindsman, Van der Ploeg (OC&W), voor de tweede maal uitstel van beantwoording. Als reden noemt hij ,,de inhoudelijke afstemming rond de voortzetting van de activiteiten van het onderdeel''. Dat doet vermoeden dat het belang van het behoud van een centraal informatiepunt nu toch wel wordt onderkend. De afstemming vergt volgens de staatssecretaris meer tijd dan gedacht. Op zichzelf is dat niet zo vreemd want er zijn maar liefst drie departementen betrokken bij deze kwestie. Binnenlandse Zaken heeft het beheer over de politie, Justitie gaat over opsporing van gestolen of gesmokkelde kunstwerken en Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen over de implicaties voor het cultuurbeleid.

Dit laatste is op verschillende manieren in het geding. Behalve de voor de hand liggende behoefte van de Inspectie Cultuurbezit om een aanspreekpunt te hebben bij de politie – vooral ook wat betreft Interpol – is er ook het Unidroit-verdrag. Dit voorziet in de teruggave van gestolen of gesmokkelde cultuurobjecten. Het KANS werd daarbij een belangrijke rol toebedacht toen Nederland onder verantwoordelijkheid van de toenmalige minister van Justitie Sorgdrager het verdrag tekende. Een van de redenen was dat Nederland een slechte naam begon te krijgen als doorvoerland voor kunstobjecten van dubieuze herkomst.

De vraag is of alle implicaties wel goed zijn verdisconteerd bij het besluit tot opheffing van het bureau Kunst en Antiek. Bij het KLPD kan men er weinig meer over zeggen dan dat ,,de prioriteiten nu eenmaal om aandacht knokken''. Niet direct een goede verklaring dus.