Onderzoek naar fraude studenten

De Inspectie van het Onderwijs is bezig met een diepgravend onderzoek naar fraude door studenten en onderwijsinstellingen met tentamens in het hoger onderwijs.

Volgens de inspectie zijn er sterke aanwijzingen dat instellingen hun studenten aan voldoendes helpen door te gedogen dat zij essays downloaden van het internet.

Dat zei hoofdinspecteur hoger onderwijs F. Leeuw vanmorgen in het EO-radioprogramma De Ochtenden. ,,We willen daarom onderzoeken wat de examencommissies doen om te zorgen dat de kwaliteit en integriteit worden gewaarborgd'', aldus Leeuw. De resultaten van het onderzoek worden in april gepubliceerd in het jaarlijkse Onderwijsverslag van de inspectie.

Voorzitter F. Leijnse van de HBO-raad, de verenigde hogescholen, zegt dat Leeuw ,,met deze uitspraak zijn boekje ver te buiten is gegaan''. ,,Hij doet al uitspraken over een onderzoek dat nog in volle gang is.'' Leijnse zegt dat er ,,ongetwijfeld'' gevallen zullen zijn van studenten die op een oneigenlijke manier aan een voldoende komen.

De Tweede Kamer is bijzonder ontevreden over de manier waarop het ministerie van Onderwijs tot nu toe omgaat met het onderzoek naar fraude in het hoger beroepsonderwijs. De Kamer vindt dat de minister te laat met zijn onderzoek is begonnen en sneller met resultaten naar buiten moet komen. Dat bleek gisteravond tijdens een spoeddebat over de fraudezaak.

Hermans gaf in november zijn accountantsdienst opdracht een onderzoek in te stellen, na beschuldigingen van twee oud-medewerkers van Saxion Hogescholen (in Deventer en Enschede) dat daar buitenlandse studenten staan ingeschreven die geen cursussen volgen. Verder zouden buitenlanders die alleen talencursussen of andere niet geregistreerde opleidingen volgen door de hogescholen worden ingeschreven als hbo-student.

Een dergelijke ,,carrousel'' van studenten zou op veel meer hogescholen worden toegepast, aldus een van de klokkenluiders. Hogescholen zouden hierdoor ten onrechte een bedrag tussen de dertig en vijftig miljoen euro opstrijken.

Maandag kwam het tv-programma NOVA met documenten waaruit blijkt dat zeker 150 studenten van de Dutch Delta Business School in Deventer, de particuliere tak van Saxion Hogescholen, óók staan ingeschreven bij de hogeschool Saxion-IJsselland in Deventer. De hogeschool ontving hierdoor een bedrag van 675.000 euro, aldus NOVA. [Vervolg FRAUDE: pagina 3]

FRAUDE

Kamer verwijt Hermans laks optreden

[Vervolg van pagina 1] De Kamer is ontzet over deze aanwijzingen en eiste gisteravond opheldering van minister Hermans over de vraag waarom hij zo lang heeft gewacht met het starten van een onderzoek. Al in juni vorig jaar vroeg P. de Jong, oud-faculteitsdirecteur economie van de Hogeschool IJsselland en een van de klokkenluiders, aandacht voor de zaak.

Toch informeerden ambtenaren de minister pas in november. ,,Puur geklungel'', aldus het Tweede-Kamerlid M. Hamer (PvdA).

Volgens minister Hermans waren de aantijgingen van De Jong in eerste instantie te vaag. ,,Wij krijgen duizenden brieven binnen op het departement. Die gaan niet direct allemaal naar mij toe.'' Pas begin september kreeg de directeur hoger onderwijs de brief van De Jong onder ogen, zei Hermans gisteren. De minister zelf hoorde in november pas van het bestaan van de brief. ,,Achteraf was het beter geweest als we direct hadden gereageerd'', gaf Hermans toe.

De Kamer vindt het bovendien teleurstellend dat de resultaten van het onderzoek niet vóór 1maart verwacht worden. Volgens Hermans zou hij, als hij eerder resultaten zou publiceren, de zorgvuldigheid van het onderzoek schaden. ,,Hiermee kweekt u wekenlange onrust, die het imago van het hele hbo schaadt'', aldus Kamerlid C. Eurlings (CDA).

Door de politieke onrust die is ontstaan over mogelijke fraude in het hbo, is de steun voor Hermans' wetsvoorstel om het hoger onderwijs verder te dereguleren op losse schroeven komen te staan.

Vandaag zou diens voorstel in de Tweede Kamer behandeld worden, maar de behandeling is tot nader order opgeschort, op aandringen van PvdA, CDA, D66 en GroenLinks.

Hermans had eerder in een brief aan de Kamer geschreven dat het ,,af en toe te creatief'' met de regels omgaan van hogescholen mede te wijten is aan de ,,toename van marktactiviteiten en de verscherping van de concurrentieverhoudingen tussen instellingen''.