Normen en waarden

Jan Peter Balkenende spreekt in een recente lezing (`Samenleving mag geen optelsom van culturen zijn', NRC Handelsbad, 25 januari) ogenschijnlijk met grote zelfverzekerdheid over onze samenleving, onze rechtsstaat, onze waarden en normen, en onze cultuur.

Het is een manier van spreken die de kennelijk toegesproken immigranten al bij voorbaat uitsluit. Zo wordt meteen ook duidelijk dat het hier alleen maar kan gaan om een preek voor eigen parochie.

De vraag is of die wel wil luisteren. Want waarom zouden wij opnieuw doordrongen moeten worden van de grondslagen en verworvenheden van onze cultuur, als die inderdaad, zoals Balkenende suggereert, sowieso al gemeenschappelijk en gedeeld zouden zijn?

Bij nadere inspectie valt op hoe defensief en verkrampt de toonzetting van Balkenende in feite is. Gedwongen de betreffende waarden en normen bij naam en toenaam te noemen, komt hij in eerste instantie niet verder dan democratie, rechtsstaat, scheiding van kerk en staat, en het recht van vereniging. Aan geen enkele van die uitgangspunten wordt heden echter actief getornd door autochtone dan wel allochtone radicale bewegingen. Ze behoren alle tot een sociaal contract dat in Nederland boven elke discussie verheven is. Hier scoort Balkenende dus opzichtig een moot point.

De perfide draai in Balkenendes lezing is echter dat hij een conflict binnen de Nederlandse cultuur, een verschil van inzicht tussen Nederlandse partijen, bevolkingsgroepen en individuen onderling, uitspeelt als een conflict tussen Nederlanders en buitenlanders, tussen autochtonen en allochtonen.

Als Balkenende de moeite zou nemen daadwerkelijk met immigranten te praten, dan zou hij er vliegensvlug achterkomen dat sommigen zich, net als hij, terdege drukmaken over het gedoogbeleid en de moraalloze publieke ruimte, terwijl anderen daarvan verklaarde voorstanders zijn, en weer anderen het allemaal bitter weinig interesseert zolang ze hun gang maar kunnen gaan.

Net als Nederlanders onderling, eigenlijk.