Koštunica zinspeelt op verkiezingen

De politieke situatie in Joegoslavië is ,,gespannen'' en alleen nieuwe verkiezingen in Servië en een nieuwe federale grondwet kunnen daar verandering in brengen.

Dat zei gisteren de Joegoslavische president, Vojislav Koštunica. Zijn opmerkingen slaan enerzijds op de diepe crisis binnen de regerende coalitie DOS (Democratische Oppositie van Servië) en anderzijds op de vastgelopen dialoog tussen Servië en Montenegro, de twee deelrepublieken van Joegoslavië. ,,We hebben nieuwe mensen nodig, in een nieuw parlement. Dat nieuwe parlement moet praten over een nieuwe grondwet. Hervormingen zijn onmogelijk met de huidige grondwet.''

De al geruime tijd gespannen verhoudingen binnen de 18-partijencoalitie DOS raakten dinsdag verder verstoord. De partij van Koštunica, de DSS (Democratische Partij van Servië), verweet de partners in de coalitie ,,schending van het coalitieakkoord'' en ,,provocaties, gericht op de verdieping van de crisis''. Aanleiding voor die boosheid was de weigering van de andere partijen binnen de DOS om de DSS-kandidaat voor de functie van minister van Financiën te steunen. Als gevolg van die weigering haalde die kandidaat het niet: met 61 tegen 60 stemmen werd de beooogde minister, Dragan Maršicanin, afgewezen.

Joegoslavië zit zonder minister van Financiën sinds de laatste minister, die eveneens voortkwam uit de DSS, aftrad uit protest tegen de sluiting van de vier grootste banken van het land, eerder deze maand. De afwijzing van Maršicanin is een tegenslag voor Koštunica en zijn DSS. De afwijzing van de beoogde minister bracht een parlementariër van de DSS er direct toe te voorspellen dat de hele federale regering ten val kan komen.

Tussen de DSS en de zeventien andere partijen binnen de coalitie DOS groeien de spanningen al geruime tijd. Ze concentreren zich vooral in de vertroebelde relatie tussen de nationalistische en conservatieve DSS van Koštunica en de hervormingsgezinde en pro-Westerse Democratische Partij van de Servische premier Zoran Djindjic.