Kost en inwoning

Beschaving en Zielsbeschaving

Broer Bas, die beschaving verspreidde in zijn woning,

bezat een geweten, waarmede hij stond

Op zéér goede voet. Hij bezat een moraaltje,

hetwelk hij beschaafd en welvoegelijk vond.

Een zoon, 't was een bastaard, was ver van hem henen.

Een vrouw en drie kindertjes waren zijn deel.

Genadige rechter, ge zult met me erkennen,

Hij hield van zijn vrouw en zijn kindertjes veel.

Zijn broeder verleidde een knap burgermeisje.

Bas sprak tot zijn broeder: ` 'k Vernam tot mijn spijt

je plan hebt, je bijzit toch waarlijk te trouwen.

Begrijp je dan niet, je fatsoen daardoor lijdt.

Je compromitteert je door 't schepsel te huwen.

Ontdoe je van 't wezen.' Ernst zei: `Wat! Ontdoen!

Neen, Bas, Zielsbeschaving verbiedt me te maken

moraal uit een achterbuurt tot mijn fatsoen.'

Vrouwe C.L.J.M. Thorbecke, geb. van Cats barones de Raet

Als dichters wezens zijn die onbegrijpelijk schrijven op een manier dat je toch ongeveer aanvoelt wat ze bedoelen, dan is vrouwe C.L.J.M. Thorbecke, geb. van Cats barones de Raet zeker een dichter. Door haar formulering dat broer Bas een geweten bezat

waarmede hij stond

Op zéér goede voet

maakt ze ons de ware aard van Bas z'n `moraaltje' onmiddellijk duidelijk. Een moraalridder die oogkleppen draagt omschrijven als iemand `die beschaving verspreidde in zijn woning', dat kan alleen een dichter.

Het gedicht van de barones stelt je ook voor allerlei raadsels. Wat ze bedoelt met de opmerking dat de zoon `ver van hem henen' was, ik zou het niet weten. Woont hij in het buitenland? Zijn vader en zoon van elkaar vervreemd geraakt? En wat de diepere zin is van de bekentenis dat Bas' bastaardzoon zielsveel van zijn vrouw en kindertjes houdt, ook daarover tasten we in het duister. Maar dat het hier een conflict betreft tussen schijnbeschaving en ware beschaving verliezen we geen moment uit het oog. De dichteres heeft een stevige greep op haar thema.

Een melodramatisch, oudbakken thema.

Als het bovendien waar is dat dichters zich niet onderscheiden door hun stof, maar alleen door de behandeling daarvan, dan slaagt vrouwe C.L.J.M. Thorbecke, geb. van Cats barones de Raet opnieuw als dichter glansrijk. `Ontdoe je van 't wezen', uitermate poëtisch is dat.

`Bijzit' was al mooi.

U en ik brengen een sloerie om zeep.

Dichters ontdoen zich van 't wezen.

Voor wie nog mocht twijfelen levert de barones met haar slotregels

Neen, Bas, Zielsbeschaving verbiedt me te

maken

moraal uit een achterbuurt tot mijn fatsoen

het ultieme bewijs van haar meesterschap. Dat danst, dat zingt.

Hoeveel poëtische pluspunten er ook vallen op te sommen, het blijft uiteindelijk een ridicuul gedicht. Het was al bij de eerste kennismaking een ridicuul gedicht.

Die inversies en die kromtaal.

Die onmacht en die houterigheid.

Heb compassie met ridicule gedichten. Er bestaan er te weinig van. Ik koester de barones aan mijn hart. Om te bekomen van de literatuur en de ijdelheden van de literaire wereld heb ik af en toe een slechte dichter nodig. Niet een dichter die een beetje slecht is, een kruk, een stuntelaar, een halftalent, maar een complete aartsberoerling, een dichter die voor de volle honderd procent ten hemel schreit. Zo'n dichter die je weer weet te verzoenen met de combinatie van pretentie en talent, omdat de pretentie in haar eentje zo treurig is.

Het komische en de treurigheid vallen samen als je een door en door slecht gedicht leest. Een tijdlang is voor dat doel Riënts Balt mijn favoriete dichter geweest. Ik hield allerlei strofen van hem paraat, gewoon om ze bij een plotselinge aanval van literatorenwalging uit mijn hoofd te kunnen citeren, zoals

`k Mis U bij mijn wandelingen,

Bij mijn werk en in de tuin,

Ach, bij al mijn handelingen,

Nu Gij rust op `Eik en Duin'!

en

Alle bloempjes bloeien,

Blijde kinderen stoeien,

In de weide loeien

Kalme mellekkoeien

kom er eens om, in de gemiddelde poëzie. Maar Riënts Balt is onttroond, want sinds kort gaat mijn hart uit naar vrouwe C.L.J.M. Thorbecke, geb. van Cats barones de Raet. Haar naam al vormt een gedicht. Ze overtreft Riënts Balt vele malen in onvrijwillige humor en citeerbaarheid. Als ik weer een avond verdiept ben geweest in Ouwens en Joyce, in Reugebrink en Shakespeare, in Faverey en Marco Borsato, en omkom in zoveel schoonheid, biedt de Vrouwe me uiteindelijk troost

Moge Uw hand het leiden

dáár, alwaar men ziet

door de vingers, Vader!

of

Liefde wist ze niet te geven

en ze leefde zonder doel.

Ze begreep ook niets van 't leven

en ze had geen fijn gevoel

of

Wreed was de arbeid van de dood.

Eensklaps kwam hij weg haar scheuren

de verleiding is groot om niet met citeren op te houden. Alles wat mis kan gaan in een gedicht gaat bij de Vrouwe mis. Je bent uitgelachen, je kijkt op uit haar verzen, en de wereld rondom je lijkt ineens wonderlijk volmaakt.