Indonesische regisseur wint prijs

De competitie begint op gang te komen en het publiek kiest dagelijks een andere lieveling. Shoah-regisseur Claude Lanzmann liet een nieuwe documentaire zien.

De eerste tijdens het 31ste International Film Festival Rotterdam uitgereikte prijs is een beurs. Aan het slot van de volgens veel deelnemers succesvol verlopen Cinemart, waar scenario's aan financiers worden gekoppeld, schonk het Prins Clausfonds 15.000 euro aan de Indonesische Nan T. Achnas als bijdrage aan de verfilming van haar script The Photograph. Achnas deed met haar debuut Whispering Sands mee aan de competitie in Rotterdam. Ook werden door de festivals van Rotterdam en Berlijn gezamenlijk zes Cinemartprojecten uitgekozen voor een gemeenschappelijke presentatie volgende week in Berlijn, waaronder het Nederlandse scenario The Paradise Girls van regisseur Fow Pyng Hu (Jacky).

Sinds het weekeinde prijkt elke dag een nieuwe titel aan de top van het klassement voor de publieksprijs. Vandaag is dat de Bosnisch-Frans-Belgische coproductie No Man's Land, een oorlogssatire van Danis Tanovic, die vorige week de Golden Globe voor de beste buitenlandse film won en vorig jaar in Cannes de scenarioprijs. Daarmee werd Zacharias Kunuks Inuit-epos Atanarjuat, the Fast Runner naar de tweede plaats verdreven, gevolgd door een opmerkelijk hoog gewaardeerde Tiger-competitiefilm, Eugenie Jansens Tussenland. De koploper van de eerste dagen, Martin Scorsese's documentaire over klassiekers uit de Italiaanse filmgeschiedenis getiteld Il mio viaggio in Italia, is intussen gezakt naar de tiende plaats, wat nog steeds heel goed is voor een gespecialiseerde, cinefiele en didactische onderneming van vier uur lengte. Misschien een opsteker voor het nieuwe Nederlands Instituut voor Filmeducatie (NIF), dat bij zijn eerste optreden in Rotterdam een slechte beurt maakte met een zeer ondoordachte, autoritaire presentatie, vermomd als debat. Waar Scorsese met zijn gepassioneerde enthousiasme zielen wint voor moeilijke films, sluit het gegoochel met `media-educatie' en `ckv 1, 2 en 3' van het NIF, in termen die de directie niet of nauwelijks ter discussie lijkt te willen stellen, het overdragen van filmliefde bijna bij voorbaat uit.

Ook de andere twee documentaires uit het hoofdprogramma van Cannes, Abbas Kiarostami's digitale reisverslag over aids in Oeganda ABC Africa en Claude Lanzmanns Sobibor, 14 Octobre 1943, 16 heures sloegen in december het Amsterdamse documentairefestival IDFA over om in Rotterdam hun Nederlandse première te beleven. Bij de aankondiging van zijn nieuwe documentaire, de tweede afsplitsing van zijn levenswerk Shoah (1985), en tijdens het nagesprek met het publiek betoont de 76-jarige Lanzmann zich nog steeds woedend: niet alleen over de jodenvernietiging, maar ook over het feit dat Shoah in Nederland geen bioscoopuitbreng kreeg, en over zijn eigen problemen bij het verstaan van Engelse vragen. Nadat eerder in de Nederlands-Russische documentaire Opstand in Sobibor (Lily van den Bergh en Pavel Kogan, 1990) de leider van de rebellie in het vernietigingskamp werd ondervraagd, zoomt Lanzmann in op het interview met Yehuda Lerner – dat deels al in Shoah te zien was – die gedetailleerd vertelt hoe hij voor het eerst en het laatst in zijn leven een individu doodde, een van de Duitse kampbewakers. Lanzmann voegt aan het interview uit 1979 beelden van nu, van Warschau, Minsk en Sobibor toe, evenals een gedetailleerde lijst van data, slachtoffers en transporten. Zo wordt al die woede en al dat verdriet geritualiseerd tot een rigide documentaire vorm: mooi, imposant en beslist eerder vertoond.