Het gezag losgewrikt

De rellen tijdens het huwelijk van Beatrix en Claus waren het hoogtepunt van een lange roerige tijd in Amsterdam. De inhuldiging van Beatrix in 1980 vormde de apotheose van het politiek verzet tegen de monarchie. Anno 2002 is Oranje geen doelwit van onvrede meer.

Omdat ik naar staatsrechtelijke overtuiging monarchist noch republikein ben, maar meer naar een passief ni Dieu, ni maître neig, kon de dertiende maart 1966 mij, constitutioneel gesproken, weinig schelen. Een mens herinnert zich het scherpst datgene waarbij hij het meest betrokken is. Deze dag hangt in mijn geheugen als een impressionistisch schilderij van grote vaagheid. Het gaat hier verder over de sfeer.

Er hing spanning in de lucht, niet van feestelijke verwachting maar van een soort gevaar. Dat moet ik meteen relativeren. Het was niet het besef van gevaar zoals ik me dat herinner uit de oorlog; niet de lege straat bij luchtalarm of een razzia. Niet de toestand waarin je geest zich bevindt bij het uiterste op je hoede zijn. Niet die spanning in je spieren. Maar wel had het straatbeeld iets absurds dat me onmiddellijk daaraan deed herinneren. Het teveel aan agenten, met hun donkerblauwe relbestrijdingsvoertuigen; het gebrek aan gewone mensen. En het verder niet te beschrijven gevoel dat je ieder ogenblik iets onverwachts kon overkomen. U hebt misschien de bezetting niet meegemaakt, maar u bent wel eens in een voetbalrel terechtgekomen. Dat bedoel ik, bij benadering.

Journalisten beklagen zich daar niet over. Ze zijn juist op de wereld om van dergelijke toestanden te genieten. Het stelt ze in staat hun roeping te vervullen. Vandaar dat Amsterdam in die tijd voor ons vak een ideale stad was.

Nico Scheepmaker heeft het samengevat in de variant op het destijds bekende reclamerijmpje. `Al een krat, kist of vat van de Phoenix gehad?' Hij had daarvan gemaakt: `Al een klap met een lat van een smeris gehad?' Sinds een paar jaar was de hele binnenstad al op deze manier frontgebied. Er waren dus collega's die met de lange lat kennis hadden gemaakt. Trots en verontwaardigd lieten ze hun blauwe plek zien.

Wat er op 13 maart 1966 is gebeurd, met als historisch hoogtepunt de rookbom in de bocht van de Raadhuisstraat, valt niet te begrijpen zonder dat men enige kennis heeft van drie, of misschien wel zes jaar voorgeschiedenis. Een sfeer, die bepalend is voor wat er in een stad gebeurt, valt niet met één gebeurtenis tevoorschijn te toveren. Wat daar heerst, is een product van een lange ontwikkeling.

In Amsterdam was het gezag losgewrikt, niet zozeer de macht van het gezag, maar de vanzelfsprekende overtuiging die het hoort te hebben. Binnen de grenzen van de relatieve onschuld die de periode óók kenmerkte, was in brede kring – opgroeiende jeugd, kunstenaars, schrijvers, hun aanhang – de overtuiging ontstaan dat alles kon. Lees Bericht aan de rattenkoning van Harry Mulisch. Niet voor het bruidspaar, niet voor de burgemeester, de hoofdcommissaris en zijn agenten, maar wel voor de burgerij was het alsof men – of men wilde of niet – meespeelde in een absurdistisch toneelstuk. Het huwelijk was niet het laatste bedrijf. Dat is pas op 13 en 14 juni gekomen. Toen is het absurdisme door grimmigheid vervangen.

Gerectificeerd

Huwelijk Beatrix

In het artikel Het gezag losgewrikt (in de krant van donderdag 31 januari, pagina 7), en in het fotobijschrift daarbij, staat dat prinses Beatrix en prins Claus trouwden op 13 maart 1966. Dat was op 10 maart.