Gele kaart

Duitsland en Portugal krijgen, als het aan Eurocommissaris Pedro Solbes (Economische en Monetaire Zaken) ligt, binnenkort een openbare uitbrander omdat ze hun begroting niet op orde hebben. De overheidstekorten in beide landen lopen ver uit de pas met de bedoelingen en bovendien komen ze dicht in de buurt van het maximaal toegestane tekort van drie procent dat is afgesproken voor alle landen die deelnemen aan de euro. Volgens het Groei- en Stabiliteitspact is de Commissie gemachtigd maatregelen te nemen die beginnen met een `vroege waarschuwing' en die eindigen met draconische boetes.

Het is de eerste keer dat de Commissie de procedure van het Stabiliteitspact in werking zet – eerder werd Ierland weliswaar ook al op de vingers getikt door Brussel, maar dat was op grond van het jaarlijkse overleg over de economische richtsnoeren. Het gaat dan ook niet alleen om Europese bezorgdheid over de oplopende Duitse en Portugese tekorten, maar ook om de geloofwaardigheid van het Stabiliteitspact. Dat pact is indertijd op de Europese top in Amsterdam (1997) aangenomen onder druk van Duitsland. De toenmalige Duitse regering was van mening dat een extra slot op de begrotingsdiscipline noodzakelijk was om de bevolking te verzoenen met de afschaffing van de D-mark en om de hardheid van de euro te waarborgen.

Nu valt er op het Stabiliteitspact van alles aan te merken. Het is rigide, het beperkt de ruimte voor extra uitgaven in tijden van recessie en de boetes die uiteindelijk opgelegd kunnen worden, versterken de neergang. Als alle landen tegelijk zouden bezuinigen omdat hun overheidstekorten door het plafond gaan, is dat inderdaad onwenselijk. Maar dat is onwaarschijnlijk en het is ook niet de bedoeling. Het Stabiliteitspact stelt met nadruk dat de eurolanden onder normale economische omstandigheden moeten streven naar een evenwicht of een klein overschot op hun begroting. Dat geeft de financiële ruimte om tegenvallers te kunnen opvangen als het nodig is. Zie het begrotingsbeleid van minister Zalm (Financiën): Nederland heeft een bescheiden overschot opgebouwd en dat geeft een buffer om de terugval in de economie ruimschoots op te vangen. Politieke geluiden die vorig jaar alom klonken om het overschot te verjubelen, zijn in Den Haag geheel verstomd. De Zalm-norm, in feite de toepassing van het Stabiliteitspact, werkt.

Maar niet in Duitsland, waar – mede door de langlopende lasten van de hereniging – het tekort minder is gedaald toen het kon en het sneller oploopt nu het tegenzit. Hier komt bij dat de Duitse economie door de starheden in de sociale zekerheid en arbeidsmarkt toch al onder de maat presteert. Het Duitse probleem is niet zozeer een uit de hand lopend begrotingstekort, maar de stagnatie van de economische machine. Daar hadden opeenvolgende Duitse regeringen al lang meer aan kunnen doen.

Derhalve is het goed dat de Commissie, namens alle eurolanden, vasthoudt aan de handhaving van de regels van het spel. Het is vervelend dat uitgerekend Duitsland, het grootste land van de EU en de initiator van het Stabiliteitspact, samen met Portugal als eerste een gele kaart krijgt. Maar zoals Eurcommissaris Solbes gisteren zei: als men nu geen actie onderneemt, wanneer dan wel? Als voor Duitsland een uitzondering wordt gemaakt, kan ieder land wel zijn gang gaan. De euro is van ons allemaal en dat betekent dat de stabiliteit van de munt een belang is van 300 miljoen Europeanen. De deelnemende landen moeten zich aan de afspraken houden, temeer omdat ze die zelf hebben opgesteld.