Enquête kan vervolging frustreren

Strafrechterlijke onderzoeken naar bouwfraude lopen het gevaar te worden opgeblazen door een parlementaire enquête zoals nu op komst is.

Onderzoek door de Tweede Kamer kan niet parallel lopen met zaken die het Openbaar Ministerie al in behandeling heeft. Deze waarschuwing staat in een brief van minister Korthals (Justitie) aan de tijdelijke commissie-Vos die een voorbereidende studie heeft verricht naar de noodzaak van een parlementaire enquête. De Tweede Kamer discussieerde vanmorgen over het rapport van deze commissie, die concludeerde dat er voldoende reden is voor een zwaar onderzoek waarbij getuigen onder ede kunnen worden gehoord. De fracties in de Tweede Kamer stemmen daar, gelet op de bevindingen van de tijdelijke commissie mee in.

Ook de VVD die eind vorig jaar nog tegen een parlementaire enquête stemde. Volgens de liberale woordvoerder Verbugt heeft de kwestie van de bouwfraude de afgelopen maanden ,,een zodanige evolutie doorgemaakt dat het nu een structurele misstand in de sector betreft''.

Destijds ging het volgens Verbugt alleen om een schaduwboekhouding van een ex-directeur en de gang van zaken bij de Schipholtunnel. De tijdelijke commissie heeft vastgesteld dat zich in de bouwwereld in het algemeen onregelmatigheden voordoen en dat de marktwerking in het geheel niet voldoet. ,,Wij zijn voor marktwerking en die mag niet worden bedorven door prijsafspraken en omkoping'', aldus de VVD-woordvoerder.

Alle fracties benadrukten de noodzaak van goede afspraken tussen enquêtecommissie en het openbaar ministerie en de Nederlandse Mededingingsautoriteit (Nma). De enquêtecommissie moet die onderzoeken niet in de wielen rijden, vinden de woordvoerders. Dat gevaar is volgens minister Korthals evenwel bijzonder groot.

Er loopt nu een strafrechterlijk onderzoek naar de beschuldigingen van fraude door ex-directeur Bos van het aannemersbedrijf Koop Tjuchem. Of ook wordt onderzocht of zich bij de aanleg van de zuidtangent bij Schiphol onregelmatigheden hebben voorgedaan wil Justitie niet zeggen.

In zijn brief aan de tijdelijke commissie beschrijft Korthals uitvoerig waar verhoren van getuigen en verdachten aan moeten voldoen, hoe ze in een onderzoek op elkaar worden afgestemd, wat het effect zal zijn als getuigen of zelfs verdachten tijdens een nog lopend strafrechterlijk onderzoek ook worden gedaagd voor een enquêtecommissie. ,,Voor een succesvolle vervolging van verdachten staat vast dat onderdeel van de afspraken moet zijn dat het Openbaar Ministerie de regie op het horen van getuigen en verdachten kan blijven voeren. Afspraken die hier niet in voorzien brengen met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid met zich mee dat het OM bepaalde strafzaken prijs zal moeten geven ten behoeve van het parlementaire onderzoek'', aldus Korthals.

Zowel voorzitter Vos als de meerderheid in de Tweede Kamer wil het vooral aan de enquêtecommissie overlaten wanneer de openbare verhoren kunnen beginnen. Daarbij speelt, zo bleek in het debat, ook de verkiezingsstrijd een grote rol. De fracties van D66, SGP en VVD waarschuwden voor het effect van televisiecamera's bij dit onderzoek.

Volgens de Kamerleden zijn de ervaringen hiermee vooral bij de Bijlmerenquête negatief geweest. ,,Destijds werd gesproken van een televisierechtbank, daar is geen behoefte aan'', hield Van der Vlies (SGP) zijn collega's voor. De Tweede Kamerfracties beslissen later over de definitieve samenstelling van de enquêtecommissie.