Dichter deelt innige zaken met het publiek

Menno Wigman is de maker van een van de beste gedichten van 2001, zo werd vandaag bekendgemaakt op Gedichtendag. Wigman, ook redacteur van het nieuwe poëzietijdschrift `Awater': ,,Ik denk dat het altijd lastig blijft, poëzie.''

,,Ik vind het erg ironisch dat juist dit gedicht is uitverkoren'', zegt Menno Wigman (1966). De dichter ontving vanochtend de Gedichtendagprijs voor `Misverstand', volgens de jury een van de drie beste gedichten van 2001. ,,Toen mijn eerste bundel 's Zomers stinken alle steden eind 1997 naar de drukker ging, vroeg ik me af wat ik eigenlijk dacht te bereiken met poëzie.'' Vierenzestig lezers kwellen, meer zat er volgens de slotregels van het gedicht niet in. Wigman: ,,En nu daalt `Misverstand' als een soort pamflet over Nederland neer wanneer de ansichtkaarten van het gedicht op Gedichtendag door de NS en pompstations verspreid worden. Die vierenzestig lezers worden in ieder geval voor de duur van één dag vermenigvuldigd.''

Heeft Wigman een afkeer gekregen van de publieke kanten van het dichterschap? ,,Het gaat me wel goed af, het voordragen, maar eigenlijk sta ik mezelf ook wel te overschreeuwen omdat die gedichten in afzondering geschreven zijn. Het is toch vreemd dat je een gedicht deelt met een publiek, terwijl het over innige zaken gaat. Ik treed veel op, de laatste tien jaar zijn er ontzettend veel poëziefestivals bijgekomen. Daar komt een hoop publiek op af, en toch blijft de verkoop van dichtbundels beperkt.'' Wigman zelf mag overigens niet klagen: er komt een tweede druk aan van zijn laatste bundel Zwart als kaviaar.

Wigman zit ook in de redactie van Awater, het poëzietijdschrift dat is opgericht door Gerrit Komrij, naast een Poëzieclub. ,,Het is een chic tijdschrift op tabloidformaat'', vertelt Wigman, ,,waarin poëzie op een lichtere manier benaderd wordt dan doorgaans gebeurt, in de hoop dat we daarmee een groot publiek aanspreken. We hebben veel vaste rubrieken, zoals `De muze van'. In de eerste aflevering is dat de vrouw van Simon Vinkenoog. Voor het tweede numer maakt Rosita Steenbeek een grote kans, de muze van Jean Pierre Rawie. Gummbah heeft illustraties voor het blad gemaakt, en er zijn nooit eerder gepubliceerde gedichten van Ida Gerhardt en Neeltje Maria Min in opgenomen.

,,Of Awater en de Poëzieclub op den duur ook tot een toename van het aantal verkochte bundels zullen leiden, dat weet ik niet. Ik denk dat het altijd lastig blijft, poëzie, en dat je je eigenlijk zes, zeven jaar als lezer met poëzie moet bezighouden voordat je eigenlijk weet wat een gedicht is en hoe het in elkaar zit.'' Het voortbestaan van Awater is voor de helft afhankelijk van sponsorgelden, de andere helft moet de ledencontributie opbrengen. ,,Er is sprake van een mysterieuze geldschieter'', zegt Wigman. ,,Die kunnen we goed gebruiken, want de redactie wil graag dat het blad vier keer per jaar verschijnt. Van Poetry International kregen we een tijd geleden te horen dat dat maar drie keer per jaar kan.''

Wigman werd door Komrij uitgenodigd in de redactie zitting te nemen, samen met collega's Ilja Leonard Pfeijffer, Pieter Boskma en literatuurcriticus Onno Blom. ,,Pieter Boskma en ik zijn al langer bevriend, we zijn allebei dichters met een meer romantische inslag. Pfeijffer schrijft volledig anders, veel barokker. Harde woorden zijn er niet gevallen, vergaderen doe je om meningsverschillen uit de weg te ruimen. De allereerste vergadering met Komrij was heel vruchtbaar, toen is bepaald dat het een tijdschrijft met vaste rubrieken zou worden. Ik heb zelf ook een aantal stukken geschreven, één over het werk van Else Lasker-Schüler.'' In de Boekenweek verschijnt een door Wigman vertaalde selectie liefdesgedichten van deze expressionistische dichteres.

Het thema van de Gedichtendag is `het levenslied'. Poetry International en NRC Handelsblad vroegen een aantal dichters, onder wie Wigman, een smartlap te schrijven. ,,Aanvankelijk heb ik de opdracht geweigerd. Twee weken later trad ik in Utrecht op, en dat programma werd besloten door pianist-zanger Maarten van Rozendaal. Ik was erg onder de indruk van zijn spel, ik zag wel iets van een Nederlandse Brel in hem. Toen heb ik gezegd dat ik dat levenslied heel graag zou willen schrijven voor Van Rozendaal.'' De presentatie van de cd met levensliederen van tien dichters is uitgesteld tot het Poetry International-festival in juni.

Wigman: ,,Ik vind het levenslied wel een gewaagd thema, omdat ik denk dat menig dichter zich te goed zal voelen om een levenslied te schrijven. Zelf heb ik heel weinig Nederlandstalige muziek in huis, maar ik heb in bandjes gezeten en liedjes geschreven in het Nederlands en Engels. Ik zie mijn lied `Niets persoonlijks' niet als een gedicht, maar ik zie er wel regels in die ik graag voor een nieuw gedicht zou willen gebruiken. `Je dacht dat achter alle ramen van de stad het leven beter dan het jouwe was', ik denk dat die regel nog weleens in een gedicht terugkomt.''

Wigmans levenslied staat samen met andere dichterssmartlappen morgen in het Cultureel Supplement.