Cultuuromslag nodig in hele onderwijswereld

Universiteiten proberen door opzetten van topopleidingen voor uitblinkende studenten in de bachelorsfase, verschraling van het hoger onderwijs tegen te gaan. Niet verwonderlijk, meent Dirk Klaasen, want na invoering van het bachelors/mastersmodel is het risico niet gering dat ons onderwijs zal afzakken naar het Engelse of zelfs het Amerikaanse niveau.

Een aantal universiteiten is al volop bezig met het opzetten van topopleidingen voor uitblinkende studenten in de bachelorsfase (NRC Handelsblad, 22 januari).

Blijkbaar is het voor sommige universiteiten nu al duidelijk dat de nieuw in te voeren structuur niet voldoende is om in alle onderwijsbehoeften te voorzien. Op zich is dat niet verwonderlijk; met het invoeren van het Angelsaksische bachelors/mastersmodel wordt voor de internationale harmonisatie van het hoger onderwijs een wel erg hoge prijs betaald. Het risico is niet gering dat ons hoger onderwijs verder zal verschralen en zal afzakken naar het Engelse of misschien zelfs het Amerikaanse niveau.

Natuurlijk, zowel Engeland als de VS kennen een aantal goede universiteiten die vooral qua onderzoek internationaal zeer hoog worden aangeslagen. Dat laat onverlet dat het niveau van het hoger onderwijs in deze beide landen varieert van matig tot zeer bedenkelijk. Dat heeft minder te maken met de kwaliteit van het onderwijzend personeel dan met die van de studenten.

Zo vergt een studie in de VS ofwel een academische beurs (relatief schaars), ofwel een beurs gebaseerd op sportieve kwaliteiten (niet bepaald een garantie voor academisch talent), of simpelweg het geld van vader of moeder. In Engeland daarentegen is het hoger onderwijs zo open dat men verwacht dat op korte termijn 50 procent van alle scholieren naar de universiteit zal gaan (en daar bijna automatisch een bachelors zal behalen). Tegelijkertijd zijn in beide landen de verschillen tussen universiteiten niet marginaal maar substantieel en sommige bachelorsopleidingen zijn goed te vergelijken met ons mavo-diploma. Om ten aanzien van ons hoger onderwijs de blik westwaarts te richten zou nog wel eens even naïef kunnen blijken als dat te doen voor andere openbare voorzieningen zoals het spoor of de gezondheidszorg.

De Angelsaksische oriëntatie valt gedeeltelijk te verklaren uit het succes van de mastersopleidingen in deze landen, die veel internationale studenten trekken. Men vergeet hierbij echter dat in Engeland en de VS een masters niet automatisch wordt gevolgd, maar dat slechts een klein aantal bachelors met academische interesses dit soort opleidingen volgt. Terugkoppelingen van Nederlandse ervaringen in deze landen brengt waarschijnlijk het karakter en het niveau van de gemiddelde bachelorsopleiding niet volledig in beeld.

De internationale populariteit van de Angelsaksische masters valt te verklaren door de korte duur en het gespecialiseerde karakter, waarbij natuurlijk komt dat Engelstalige universiteiten sowieso makkelijker internationaal recruteren. Echter voor wat betreft het niveau zijn deze mastersopleidingen zeker niet onvergelijkbaar met het continentale doctoraal. Een andere gedeeltelijke verklaring valt wellicht te vinden in de al jaren bestaande druk vanuit het hbo om haar status gelijk te trekken aan die van de universiteit. Daarin is het gedeeltelijk geslaagd door het kunnen uitreiken van bachelorsdiploma's. In de toekomst zullen dus veel meer instellingen dan de huidige dertien universiteiten universitaire diploma's kunnen uitreiken, hetgeen betekent dat het niveau van deze bachelor diploma's bedenkelijk laag zal komen te liggen. Bovendien zullen er verschillen ontstaan tussen de inhoudelijke waarde ervan. Als zodanig versterkt de invoering van het bachelorsdiploma een trend om de universiteit toegangelijk te maken voor de grootst mogelijke studentenaantallen.

Andere opleidingen worden daarbij als minder waardevol gezien, een idee dat kinderen vanaf de basisschool wordt ingeprent. Hierdoor wordt het enerzijds steeds moeilijker om mensen met specifieke beroepskwaliteiten te vinden, terwijl tegelijkertijd steeds meer mensen afstuderen met een relatief steeds minder waardevol diploma. Voor studenten met echt academische interesses wordt de universiteit een soort vervolg-middelbare school, waarbij het wachten is op doorstromen naar eerst de mastersopleiding, en, zodra ook deze wordt aangetast door het idee (uitgesproken door ISO-voorzitter Jonathan Zondag) dat een opleiding voor iedereen toegangelijk moet zijn, speciale topopleidingen. Uiteraard zal hetzelfde virus ook hier toeslaan, en dit zal universiteiten ertoe brengen top-top-opleidingen aan te gaan bieden. Als zodanig mogen wij het bachelors/mastersplan en de daaraan gekoppelde plannen als een vlucht naar voren beschouwen.

Waar het Nederlandse hoger onderwijs werkelijk behoefte aan heeft, is een heroriëntatie op de verschillen tussen en de waarde van universitair onderwijs en beroepsopleidingen. Een goede universitaire opleiding is per definitie selectief en dient te voorzien in de relatief kleine behoefte aan academisch opgeleide mensen. De beroepsopleidingen dienen te voorzien in de behoefte aan goed geschoolde mensen die met specifieke vaardigheden en kwaliteiten aan de slag moeten kunnen. De waarde van deze beroepsopleidingen moet herbevestigd worden, zodat zij zich niet langer gedwongen voelen zo dicht mogelijk tegen de universiteiten aan te schurken. Dit vergt echter een cultuuromslag in de hele onderwijswereld, van de basisschool af.

Mr. Dirk Klaasen is research fellow aan de Universiteit van Nottingham.