Commissie steekt ruim 40 miljard in uitbreiding

De Europese Commissie wil voor de periode van 2004 tot en met 2006 een bedrag van 40,16 miljard euro uittrekken voor uitbreiding van de Europese Unie met tien landen. Hiervan is 25,6 miljard euro bestemd voor structuurfondsen.

Dit blijkt uit de gisteren gepresenteerde voorstellen van de Europese Commissie voor onderhandelingen met kandidaat-lidstaten die vanaf 2004 tot de EU zouden toetreden. Het gaat om Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië.

Eerder deze week lekte uit dat boeren in nieuwe lidstaten pas in 2013 volledig gaan profiteren van directe inkomenssteun die boeren in de huidige EU krijgen. De kandidaat-lidstaten hebben onmiddellijk volledige directe inkomenssteun geëist, maar volgens de Europese Commissie belemmert dat hervorming van de nog inefficiënte landbouw in deze landen.

Eurocommissaris Günter Verheugen (Uitbreiding) sprak van de ,,best mogelijke deal''. Volgens hem zijn aanpassingen nauwelijks mogelijk. Door het grote aantal landen zouden bij allerlei wijzigingen de toetredingsonderhandelingen niet volgens plan eind dit jaar kunnen worden afgesloten. ,,Het [voorstel] is geen uitnodiging voor gekissebis'', zei Verheugen. Hij deed een beroep op met name Polen het pakket als geheel te bezien en zich niet blind te staren op de inkomenssteun. De Commissaris waarschuwde dat Polen ,,de trein van de toetreding'' mist als het zich onwrikbaar opstelt.

De structurele hulp zal met name worden gericht op het platteland, infrastructuur, milieu en voedselveiligheid. Verder is geld uitgetrokken voor nucleaire veiligheid en versterking van het bestuur. De structurele hulp blijft per hoofd van de bevolking onder het bedrag voor de armste regio's in de Europese Unie omdat de capaciteit in de aanstaande lidstaten om de middelen ook doelmatig te besteden nog beperkt is.

De voorstellen, waarmee de 15 EU-lidstaten eerst nog moeten instemmen, blijven binnen het in 1999 op de EU-top van Berlijn vastgelegde financiële kader dat loopt tot en met 2006. Voor na 2006 zijn geen bedragen vastgelegd om niet vooruit te lopen op eventuele hervormingen van bijvoorbeeld de landbouw. Een deel van de nog resterende financiële ruimte wil de Europese Commissie gebruiken voor compensatie van nieuwe lidstaten die in de eerste jaren netto-betaler aan de EU worden, omdat zij het ,,politiek onacceptabel'' acht dat landen er door toetreding financieel op achteruit zouden gaan.

De Europese Commissie raamt de jaarlijkse contributie van de tien nieuwe lidstaten aan de EU (gebaseerd op hun bruto nationaal product) op 5 à 5,5 miljard euro.