Zeldzame VOC-bijbel in facsimile

Een geografisch-historische beschrijving van Azië uit 1724 wordt herdukt. Het standaardwerk werd geschreven door François Valentijn, een predikant in dienst van de VOC.

De Verenigde Oost-Indische Compagnie wordt meer met peper en kaneel dan met studie en wetenschap geassocieerd. Toch verdient ook dat laatste aspect alle aandacht. Het is dan ook een goed besluit geweest van uitgeverij Van Wijnen te Franeker om een facsimile editie te bezorgen van het achttiende-eeuwse standaardwerk over Azië, het achtdelige Oud en Nieuw Oost-Indiën, van de Dordrechtse predikant François Valentijn. In dienst van de VOC zijn honderden predikanten uitgevaren, de meesten zijn vergeten, maar Valentijn is bekend gebleven door dit omvangrijke werk, waaraan hij de laatste dertien jaar van zijn leven heeft gewerkt. Het verscheen tussen 1724 en 1726 in Dordrecht en in Amsterdam.

Dominee François Valentijn (1666-1727) was een ijverig en ondernemend man. Als jong, afgestudeerd theoloog vertrok hij op zijn negentiende naar Oost-Indië. Daar werd hij gestationeerd op Ambon en sloot hij een gunstig huwelijk, altijd een probaat middel om `vooruit te komen'. Hij keerde, met vrouw en kinderen terug in 1694, maar waagde in 1706 de reis naar Batavia opnieuw. Deze maal bleef hij acht jaar in de Oost. Dit verblijf was geen onverdeeld succes. Hij kon aanvankelijk niet terug naar Ambon, omdat de VOC bepaalde dat hij mee moest op een militaire campagne op Oost-Java. Uiteindelijk toch weer op Ambon beland, kreeg hij ruzie met de kerkelijke autoriteiten en toen hij, naar Batavia teruggeroepen, weigerde op Ternate te dienen, volgde zijn ontslag. In 1714 was hij weer terug in Dordrecht. Een ander zou verbitterd en wel het woord Indië nooit meer hebben willen horen, maar Valentijn reageerde zijn frustraties anders af.

Oud en Nieuw Oost-Indiën is maar eenmaal gedrukt en geldt als een desideratum voor elke liefhebber van het Nederlandse antiquarische boek en voor elke onderzoeker van het Azië van de VOC. Het is door die ene druk een zeldzaam en duur werk geworden – op een veiling bracht het onlangs 70.000 gulden op.

Deze facsimile-editie was een lang gekoesterde wens van uitgever Dingeman van Wijnen, gespecialiseerd in facsimile's van werken op het gebied van de maritieme, vaderlandse en koloniale geschiedenis, maar hij schrok altijd terug voor de omvang. Het VOC-jaar gaf uiteindelijk de doorslag. Hij maakte een speurtocht langs musea en bibliotheken om een mooi exemplaar te vinden, maar die waren er niet zo happig op om hun exemplaar voor het fotograferen uit de band te laten nemen. ,,Ze vergeten daarbij dat ze het beter ingebonden terugkrijgen, dan ze het hebben uitgeleend'', voegt Van Wijnen daar aan toe. Uiteindelijk koos hij voor een exemplaar van een particuliere verzamelaar. ,,We hebben dat nog heel precies vergeleken met andere boeken om onderlinge afwijkingen op te sporen. Die waren er niet zo veel, al kwamen we wel ergens zesmaal hetzelfde paginacijfer achter elkaar tegen.'' Van Wijnen werkt samen met met drukkerij A. Vis te Alphen aan den Rijn en daar wordt gewerkt om een optimaal beeld te krijgen. De foto's worden daar zorgvuldig schoon gemaakt.

Ook in Valentijns eigen tijd was een dergelijke uitgave een riskante zaak, maar de uitgever had geluk. Hij werkte met het systeem van inschrijvingen en er tekenden 650 personen in. Van Wijnen denkt dat er voor zijn editie minstens duizend intekenaars zullen zijn. Het eerste deel verschijnt in mei.

Oud en Nieuw Oost-Indiën is een geografisch-historische beschrijving van de delen van Azië waar de VOC actief was, met aandacht voor kerkgeschiedenis, voor de levens van gouverneurs-generaal en van Aziatische vorsten en voor de natuurlijke historie. Valentijns werk en persoon hebben veel kritiek gekregen. Zou een dergelijk werk, doorspekt met reisindrukken op de hedendaagse recensietafel verschijnen, dan zou, na sectie, de diagnose snel geveld zijn: de bespreking zou wemelen van woorden als plagiaat, hearsay, gebrekkig onderzoek, onmethodisch, onsystematisch, gemakzuchtig, subjectief en lichtgelovig. In het beste geval kan men spreken van een informatief ratjetoe. Maar de ethische regels der non-fictie lagen nog niet vast en de disciplines geografie en antropologie waren nog niet ontwikkeld. Wel kan men vaststellen dat Valentijn beschikte over een onderhoudende pen, dat hij een goed oog voor details had en niet zonder humor schreef. Alles bij elkaar ligt er een reusachtige hoeveelheid materiaal in dit werk opgeslagen; het is bovendien overvloedig geïllustreerd met kaarten en afbeeldingen.

Valentijn baseerde zijn werk op zijn eigen ervaringen en op geschreven bronnen die hij van gerepatrieerde VOC-dienaren ontving. Dit is bijzonder. De VOC ging de publicatie van voormalige werknemers tegen, bang dat bedrijfsgeheimen in onbevoegde handen zouden vallen. Vele interessante manuscripten zijn achtergehouden in de archieven van het Oost-Indisch Huis en menig auteur heeft de uitgave van zijn moeizaam verkregen beschijving van landen, bevolking, flora en fauna nooit beleefd omdat de Compagnie de uitgave wist te vertragen. Valentijn heeft zijn werk nog met eigen ogen gezien: het laatste deel verscheen acht maanden voor zijn dood.

De facsimile-heruitgave van vijf delen in acht banden, in totaal 5144 pagina's, kost bij voorintekening 1132 euro (na verschijning 1395 euro).