Vakantie

In de intercity naar Zwolle plofte kort voor vertrek achter mij een ouder echtpaar neer. Het bleef even stil. Toen zei de man: ,,Of zullen we aan de overkant tegenover elkaar gaan zitten?''

,,Ach, jô, we zitten hier toch goed'', zei de vrouw.

Weer stilte. Het was een van die verschrikkelijke dilemma's die het leven van vooral oudere echtparen volledig kunnen ontwrichten.

,,Nee, laten we toch maar daar gaan zitten'', besliste de man met gejaagde stem.

En zo geschiedde. De man legde zijn mobiele telefoon voor zich op het tafeltje, de vrouw begon te lezen in een boek dat Het beste boek heette, een titel die door Harry Mulisch voor een van zijn eigen boeken bedacht had kunnen zijn. Ze was nog geen twee pagina's gevorderd toen de man zei: ,,Wat doen we nou met de vakantie? Ik moet die vrouw van dat hotel terugbellen.''

De vrouw legde haar boek weg, ze begreep dat er ingrijpende beslissingen op til waren. ,,Wat hadden we nou ook weer besloten?'' vroeg ze.

,,Nog niks. Jij wilde met vol pension.''

,,Ja, ik wil wel eens even van dat kookgedoe af.''

,,Maar het is veel duurder, en je weet nooit hoe het eten in zo'n hotel is. Als we niet gebonden zijn, kunnen we ook af en toe in zo'n strandtent eten.''

,,Of we nemen iets mee naar de kamer'', stelde de vrouw zich coöperatief op.

De man knikte. Dat was geregeld. Hij pakte zijn telefoon, toetste een nummer in en sprak enkele minuten op formele toon met vermoedelijk `die vrouw van dat hotel'. Ik stelde me een geeuwende, slordig geklede vrouw van in de veertig voor, gezeten in de hal van haar lege hotel, waar ze nog bezig was met het weghalen van de spinnenwebben van het vorige seizoen.

De man sloot het gesprek af met een tevreden knikje naar zijn vrouw. Maar zijn voldoening duurde niet lang. ,,We hebben nu wel een kamer met uitzicht op zee'' zei hij, bijna geschokt, ,,maar hebben we daar ook zon?''

,,Natuurlijk niet, jô'', zei de vrouw, die Het beste boek alweer ter hand had genomen. ,,Dat kan toch niet? De zon staat overdag aan de achterkant van het hotel. We hebben aan de voorkant alleen wat avondzon.''

,,Dus dan zie we 's avonds de zon in de zee zakken'', zei de man. Het visioen bekoorde hem, maar hij bleef een beetje wantrouwig, alsof hij zich niet kon voorstellen dat het opperste geluk werkelijk voor hem was weggelegd. ,,Maar het betekent dat we overdag geen zon op ons balkon hebben.''

,,Je kunt niet alles hebben'', zei de vrouw.

,,Ik vind het wel lekker om op mijn balkon in het zonnetje te lezen.''

,,Dan moet je de achterkant kiezen'', zei de vrouw. ,,Maar dan mis je weer je uitzicht op zee.''

Haar gelijk was zo onweerlegbaar dat de man er even het zwijgen toedeed. Hij keek peinzend naar het voorbijschietende winterse landschap. Wat nu? Er had zich een afgrond vol twijfel en onzekerheid voor hem geopend. Aan elke beslissing kleefde een kluwen van duistere, mogelijk helse consequenties.

,,Iets anders'', zei de vrouw vlak, ,,heb je gevraagd of er wel balkons zijn?''

De man keek haar verpletterd aan. ,,Ik zal nog wel even bellen'', zei hij, murw. ,,En wat doen we als ze er inderdaad zijn?''

De trein raasde voort.