Saneerder IBM neemt afscheid

Wat hem niet zint, daar breekt hij mee. Een man die de harde hand niet schuwt. Na bijna tien jaar neemt hij afscheid. De redder van IBM: Louis V. Gerstner Jr.

Hij geeft nooit interviews. Dat vindt hij tijdverspilling. Toen een oud-IBM-medewerker aan een vuistdikke, niet-rancuneuze biografie over hem begon, kon hij nog geen vijf minuten vrijmaken om hem te woord te staan. Louis V. Gerstner Jr. (59), die gisteren zijn verwachte vertrek als topman van IBM bekendmaakte, houdt niet van geklets. En al helemaal niet over hemzelf.

,,Hedentendage zijn onze strategieën juist'', was de enige lof die hij zichzelf toezwaaide in een korte afscheids-e-mail, gisteren aan zijn personeel.

Het is tekenend voor de no-nonsense-manager die algemeen wordt gezien als de redder van Amerika's oude computergigant. Toen Gerstner in 1993 op de hoogste post bij IBM begon, trof hij een bureaucratisch, technocratisch en lui bedrijf aan, dat zich nog steeds de grootste computerproducent van de VS mocht noemen, maar ondertussen miljarden aan verliezen leed. Zijn taak: het bedrijf te reorganiseren tot een slanke, dynamische, winstgevende leider in informatietechnologie (IT), die slim inspeelt op de markt.

Gerstner was niet alleen IBM's eerste topman die van buiten was aangetrokken (hij kwam van RJR Nabisco, daarvóór van American Express en McKinsey), hij gaf ook toe niets van computers af te weten. Dat had IBM juist nodig. Marketingman Gerstner was niet geïnteresseerd in wat er in de doos zat, hij wilde weten wat je er als consument mee kon doen. `Voorspellen dat het gaat regenen is één ding, een ark bouwen is een ander', luidde een van zijn gevleugelde uitspraken.

Het eerste wat hem te doen stond bij IBM was dor hout verwijderen. Vijfendertigduizend werknemers, vooral in het middenkader, werd ontslag aangezegd onder hen een hoogzwangere dame en een man die in coma lag. Dat was hard, maar door de snelheid waarmee hij te werk ging minder pijnlijk dan het aan een lijntje houden van duizenden mensen onder zijn weinig voortvarende voorganger John Akers.

Bij een van zijn eerste publieke optredens liet Gerstner zich tamelijk onnozel ontvallen dat hij geen visie had op IBM. Maar die had hij wel, al kostte het tijd om die te formuleren samen met de slimste ingenieurs van IBM, onder wie Sam Palmisano, die hem nu als CEO gaat opvolgen. IBM was zo log en verliesgevend, dat het bedrijf dreigde te worden opgebroken, maar Gerstner hield dit tegen. De onderneming moest zich volgens hem omvormen van een saaie mainframe-fabrikant tot een snelle technische dienstverlener. Want daar zat de groei en de winst. Zijn voorspelling kwam uit.

Veertig procent van de 7,7 miljard dollar winst over 2001 kwam uit IBM Global Services, die IT-diensten verkoopt over de hele wereld. Toch is `Big Blue' nog steeds de grootste computerfabrikant ter wereld.

Gerstner boezemde door zijn hardhandig optreden menigeen vrees in. Toen bij zijn aantreden een artikel verscheen in Fortune onder de kop `De Heilige Terreur Die IBM Redt', schrapte hij alle IBM-advertenties in het blad en verbood hij zijn werknemers om het blad nog te woord te staan. De vete duurt nog steeds voort.

Naast zijn goed beloonde topfunctie (in 2001 verdiende hij 13,9 miljoen dollar in salaris, bonussen en andere compensatie), spande Gerstner zich in voor verbetering van het openbare onderwijs. Zelf van eenvoudige komaf studeerde hij af als ingenieur en behaalde hij een MBA aan Harvard (Massachusetts). In juni vorig jaar werd hij voor zijn goede werken tot ridder geslagen door koningin Elizabeth II.