Meta wijkt in machtsstrijd in macholand

Premier Ilir Meta van Albanië trad gisteren af, moe van het gestook van zijn eigen partijchef, Fatos Nano. Een Albanees drama.

,,Ik ben lang het doelwit geweest van laster, beschuldigingen en verdachtmakingen. Hoe kan een partijleider zo agressief een regering en een premier aanvallen die uit zijn eigen partij voortkomen?''

Kwaad en verbitterd wierp gisteren Ilir Meta, premier van Albanië, de handdoek in de ring. Hij trad af. Zijn emoties zijn begrijpelijk, want zijn verwijten zijn reëel. Maand in, maand uit zijn hij en zijn regering het doelwit geweest van aantijgingen, niet van de oppositie (want die doet niet mee, in Albanië), maar van Fatos Nano, oud-premier, leider van de socialistische partij en kandidaat voor het presidentschap van Albanië.

Om dat laatste gaat het: Nano wil president worden. Maar hij wordt daarin tot zijn woede niet gesteund door het bestuur van zijn eigen socialistische partij. En Meta is een van de dwarsliggers in dat bestuur. Ergo: Meta moest weg. En dus ging Nano al maanden geleden in de aanval. Hij beschuldigde de (in meerderheid socialistische) regering van alles wat lelijk is: incompetentie, corruptie, machtsmisbruik, zelfs `fascistische methoden'. De ene minister na de andere werd door Nano met zulke onbewezen verdachtmakingen op de korrel genomen. Elke minister trad vervolgens af, niet omdat enige schuld was bewezen, maar om de regering te redden. En vervolgens verhinderde Nano's aanhang in het parlement keer op keer dat de afgetreden bewindsman werd opgevolgd door een kandidaat van Meta's keuze: Nano's aanhangers bleven weg bij de stemmingen, het quorum werd niet gehaald (de oppositionele Democratische Partij van ex-president Sali Berisha boycot het parlement en was dus sowieso afwezig), en de ministersstoel bleef leeg.

Ilir Meta is niet de enige die reden heeft kwaad te reageren op Nano's gestook. De kiezers hebben die reden ook. Sinds zijn aantreden in 1999 heeft de pas 32-jarige Meta – een van die bijna-wonderkinderen die in Oost-Europa soms, schijnbaar vanuit het niets, opduiken – het beter gedaan dan al zijn voorgangers sinds de val van het socialisme in 1991. Het roerige land is gestabiliseerd, veel sectoren van de economie (de landbouw uitgezonderd) groeien, de betalingsbalans is positief. Albanië lijkt één groot bouwterrein. De kiezers beloonden Meta vorig jaar bij de verkiezingen: 73 van de 140 parlementszetels kregen zijn socialisten, een absolute meerderheid, die hen er overigens niet van weerhield toch een coalitie aan te gaan met vier kleinere partijen.

Meta is het slachtoffer van de machocultuur die nog in hoge mate de Albanese politiek domineert. Leiders als Fatos Nano en ex-president Sali Berisha gedragen zich als clanleiders die absolute en onvoorwaardelijke loyaliteit eisen. Kritiek is taboe, en critici worden met alle toegestane én alle niet-toegestane middelen ondergeschoffeld. Het is een cultuur van harde woorden, grote emoties, brede gebaren, ruige middelen, een cultuur waarin ooit chef Berisha chef Nano, zijn Intimfeind, zonder pardon tot twaalf jaar gevangenisstraf kon laten veroordelen wegens een onbewezen bagatel. Een cultuur waarin Berisha's partij jarenlang het parlement kan boycotten uit pure wrok over een verloren kiezersgunst. Een cultuur waarin de tegenstander altijd een duivel en de medestander altijd een heilige is. Een cultuur waarin Nano zijn partijgenoot Meta systematisch kan afbreken, alleen omdat deze hem niet steunt in zijn persoonlijke aspiraties. Het is de cultuur van de Albanese bergstammensamenleving – een cultuur die ook in hoge mate het karakter bepaalde van het vroegere steentijdstalinisme van Enver Hoxha.

In Albanië, zo schreef de Albanese schrijver Lazër Stani eens, ,,ging de val van het communisme vergezeld van sociale en morele destructie. De vulgariteit domineerde de werkelijkheid, de menselijke geest werd crimineel. Albanië veranderde in een theaterstuk, waar de eindeloze scènes van de tragedie van het volk zich afspelen.'' De Albanees heeft geen band met de staat, aldus Stani: ,,Integendeel. De staat heeft hem steeds aangevallen, nooit beschermd, heeft zijn vrijheden en rechten aangevallen, heeft hem ideologisch gebombardeerd en geestelijk geruïneerd, heeft hem gevoed met een eindeloze reeks desillusies.'' En Nano's optreden (en dat van Berisha) toont aan: ook 's lands leiders hebben geen band met de staat. Ze hebben alleen een band met de macht.