Lastige vragen PvdA-ministers over `fighter'

Vrijdag praat het kabinet opnieuw over het gevechtsvliegtuig JSF. De financiële onderbouwing blijft vragen oproepen.

Het zal een spannende bijeenkomst worden, morgen in het Catshuis, als de PvdA-bewindslieden bij elkaar komen voor het wekelijkse `bewindspersonenoverleg'. Aan de orde komt een lange lijst met vragen over het `JSF-dossier', over de aanschaf van het gevechtsvliegtuig Joint Strike Fighter. De vragen werden gistermiddag al intern besproken in twee subgroepen van de PvdA-fractie.

Enkele vragen: ,,Is het waar dat de Amerikaanse overheid op ieder moment om `strategische redenen' buitenlandse contracters eruit kan gooien, zodat de NL industrie achter het net vist? Moet Lockheed Martin (de fabrikant van de JSF, red.) daarom altijd een Amerikaanse fabrikant achter de hand houden die terstond de plaats in kan nemen van de buitenlandse producent? Bedrijven we hier dan niet gewoon ouderwetse industriepolitiek waar ondernemers alleen maar lui van worden, maar waarvan de toegevoegde waarde voor Nederland gering is? Waarom is het kritische rapport van het CPB (over het JSF-project,red.), door minister Zalm keer op keer `uitstekend' genoemd, nu ineens van tafel?''

De vragen zullen overmorgen beantwoord moeten worden, als het kabinet opnieuw praat over de vraag of Nederland moet participeren in het ontwikkelingsprogramma van het Amerikaanse gevechtsvliegtuig, de gedoodverfde opvolger van de F-16. De PvdA speelt een cruciale rol. Enkele bewindslieden, zoals staatssecretaris Benschop en minister Vermeend, zijn vóór deelname aan het JSF-project. Maar collega's als Pronk en De Vries zijn uitgesproken tegen, net als de fractie. Zij vinden dat er nu geen overhaaste beslissingen moeten worden genomen. Niet alleen uit militair-strategisch oogpunt. Maar zeker ook wegens het financieel-economische aspect.

Dat laatste argument zal een belangrijke rol spelen op het ministerie van Financiën. Ook dáár heerst spanning. Minister Zalm ondervindt druk vanuit zijn eigen VVD om akkoord te gaan met het project. Maar een deel van zijn ambtenarenapparaat ziet er helemaal niets in. Met name de mensen van de Inspectie der Rijksfinanciën buigen zich nu al maanden over de JSF. Dat is een zware kluif, want een positief besluit kan alleen maar worden genomen als er een gedegen verantwoording op tafel ligt voor een overheidsuitgave van 800 miljoen euro. En daar zit het probleem. Want de kosten baten-analyse rond de Nederlandse deelname in het JSF-programma, zit zó vol onzekerheden dat een verantwoorde onderbouwing moeilijk valt te maken.

De bedoeling is dat de overheid 800 miljoen euro voorschiet waarmee zij een plekje `inkoopt' voor een aantal Nederlandse bedrijven in de SDD- (System, Development and Demonstration-) fase van het JSF-programma. De industrie stort op termijn een deel van haar omzet weer terug. Dat gebeurt pas ver na 2010, als de JSF een succes wordt. Hoewel de publieke discussie zich de afgelopen weken vooral concentreerde op de vraag of de financiering van dit `voorschot' rond was, is fundamenteler de vraag hoe zeker het is dat de Nederlandse belastingbetaler ervan uit kan gaan dat de 800 miljoen euro op termijn terug in de staatskas vloeit. Die zekerheid is nauwelijks te geven. [Vervolg JSF: pagina 2]

JSF

Aannames 'business case' discutabel

[Vervolg van pagina 1] De JSF ligt nog op de tekentafel, de ontwikkelingskosten zijn onbekend, evenals de prijs van het vliegtuig en de aantallen te verkopen toestellen. Is participatie desondanks een verantwoorde beslissing? Het mag dan wellicht voordelig uitpakken voor een deel van de defensie-industrie, of het voor de staatskas ook goed uitpakt, is de vraag.

Ja, zeggen de betrokken ministeries van Defensie en Economische Zaken (EZ). Meedoen aan het programma is net zo duur als vliegtuigen kant en klaar `van de plank' kopen. In de business case worden de voordelen van deelname aan het JSF-project tegenover de kosten gezet. Zo wordt er bij deelname korting verleend op de ontwikkelingskosten die de Amerikanen normaal in rekening zouden brengen. Verder krijgt Nederland royalty's op de toestellen die aan derde landen worden verkocht en geeft deelname aan de SDD-fase het recht direct bij fabrikant Lockheed Martin te kopen, en niet bij de Amerikaanse overheid, die voor haar bemiddeling geld vraagt. Tot slot draagt het bedrijfsleven in totaal 195 miljoen euro bij, die dus vanaf 2010 moeten worden terugbetaald.

De business case van Defensie en EZ is een model waarin wordt uitgegaan van een aantal willekeurige parameters. De koers van de dollar is voor het gemak gelijkgesteld aan de euro. Het aantal vliegtuigen dat de luchtmacht wil aanschaffen, is vastgesteld op 85. Het aantal JSF's dat wereldwijd zal worden verkocht, wordt geschat op een optimistische 4.500. Als ook maar een van deze parameters verandert, krijgt de business case een heel andere uitkomst.

Wat in de business case niet is meegenomen, is de prijs van het toestel. Volgens de betrokken departementen is dat van minder groot belang, omdat het kabinet geen besluit hoeft te nemen over het kopen van de toestellen, maar over deelname in de ontwikkelingsfase. Toch hinkt deze redenering op twee gedachten, omdat de departementen tegelijkertijd toegeven dat deelname aan het JSF-programma ook een aanschaf van het toestel betekent. En dán speelt de prijs natuurlijk wel mee.

Defensie en EZ houden het op 39,5 miljoen dollar. Dat cijfer is echter ongewis. Het risico bestaat, zo blijkt uit interne stukken uit het kabinet die in de PvdA-fractienotitie worden aangehaald, ,,dat bij een prijsstijging van de JSF de business case weliswaar niet essentieel verandert (...), maar dat daarmee wel wordt voorgesorteerd op een aanschafbeslissing die naarmate de prijs verder uit de hand loopt steeds minder in het voordeel van de JSF uitpakt.'' Zo'n scenario zou meer nadelen hebben. Want een hogere prijs betekent dat er minder JSF's worden verkocht, waardoor de inkomsten van het bedrijfsleven en dus de afdracht aan de staat zullen tegenvallen. Bovendien kan een hogere prijs tot gevolg hebben dat de luchtmacht minder JSF's kan kopen dan gepland. Financiën heeft recent nog uitgerekend wat dát zou betekenen: worden er maar 60 toestellen gekocht, dan ontstaat een nieuw `gat' van 82 miljoen euro.

Ondertussen is ook de financiering van het `voorschot' van 800 miljoen euro nog niet rond. De voorstanders van het JSF-project meldden vorige week dan wel dat er, na een extra toezegging van het bedrijfsleven, een `akkoord' zou zijn, de werkelijkheid ligt gecompliceerder. Van de 800 miljoen kan Defensie 432 miljoen bijdragen. En dus gebeurt er precies wat minister Zalms ambtenaren ruim twee weken geleden in een nota reeds voorspelden: ,,Er zal druk op Financiën ontstaan om medewerking te verlenen aan een omvangrijke kasschuifoperatie waarbij (intertemporele) compensatie pas zal kunnen plaatsvinden op lange termijn.'' Met andere woorden: er moet geld worden gezocht bij andere departementen. Dat gebeurt onder andere door meevallers uit de begrotingen van andere ministeries alvast te boeken als meevallers in de komende jaren, waardoor er nu geld vrijkomt.

,,Het is de vraag of dit alles nog kan worden gebracht onder de noemer `financiële degelijkheid van de overheid' waar ook wij prat op gaan'', zegt de interne PvdA-notitie daarover. Het zal ongetwijfeld óók een vraag zijn die overmorgen in het kabinet aan de orde komt.