Kwaliteit van Tiger- competitie neemt toe

Behalve Johan van der Keuken overleed afgelopen jaar nog een vaste gast uit eigen land van het International Film Festival Rotterdam. Filmmaker Frans van de Staak wordt door collega Kees Hin herdacht in een van liefde zinderende documentaire, De laatste dagen van het atelier Frans van de Staak. Vrienden, collega's en familieleden komen vlak voor de ontruiming van zijn filmstudiootje praten over Frans en zijn liefde voor apparaten. Geluidsman Piotr van Dijk plooit teder een dekentje over een mengpaneel, vrienden dragen de montagetafel als een kist naar buiten.

Die liefde voor het ambacht van film maken, voor een in het computertijdperk langzaam uitstervende vorm van handarbeid spreekt ook uit de Zuid-Koreaanse productie One Fine Spring Day van regisseur Hur Jin-ho. Niet alleen de titel van Hurs tweede film doet denken aan de natuurlyriek van Ozu, een van de lievelingscineasten van Van de Staak. Een man en een vrouw die samen voor de radio opnamen maken van ruisend bamboe en klaterende beekjes worden, mede door de tederheid van dit werk hij streelt het bontje rond zijn microfoon - verliefd op elkaar, alleen houdt de liefde geen stand, zoals ook het geluid van sneeuwvlokken niet vastgelegd kan worden.

One Fine Spring Day geeft aan dat de kwaliteit van de films in de Tiger-competitie van Rotterdam in de loop van de week toeneemt. Goed is ook het Indonesische debuut Whispering Sands van Nan T. Achnas, een allegorische vertelling over vrouwen in het zand van Oost-Java, die nadrukkelijk verwijst naar de verteltraditie in het wajangtheater. Achnas schuwt het melodrama en een zekere overesthetisering niet, maar haar zowel voor eigen publiek als internationaal aansprekende stijl zouden haar wel eens tot de Indonesische tegenhangster van Zhang Yimou (Het rode korenveld) kunnen maken.

Ook de Britse inzending This Is Not a Love Song van Billie Eltringham smaakt naar meer. In twaalf dagen werd de film in Schotland op video opgenomen. Het verhaal, over twee mannen die na de doodslag van een meisje worden opgejaagd, heeft weinig om het lijf, de woeste, vaak po√ętische cameravoering des te meer. Geschreven door Simon Beaufoy (The Full Monty) en mede geproduceerd door de Nederlandse Paul Trijbits, is de innovatie van deze film een nieuw bewijs van de vitaliteit van de door Trijbits geleide en voortdurend onder vuur staande Film Council, centraal orgaan voor de filmproductie in het Verenigd Koninkrijk.