Irak toont zich van zijn charmantste kant

Irak laat zich van zijn charmantste kant zien. Doel is extra vrienden te maken en zo een Amerikaanse aanval te voorkomen.

Voor het eerst sinds 1992 heeft de Iraakse regering deze week toegestemd in een bezoek van de speciale rapporteur van de Verenigde Naties voor de mensenrechten. De rapporteur, de Cyprioot Andreas Mavrommatis, gaat volgende maand drie of vier dagen, voor een ,,eerste etappe van de dialoog met de Iraakse regering'', zo hebben de VN in Genève meegedeeld.

Mavrommatis werd in 1999 benoemd. Zijn voorganger, de Nederlandse oud-minister van Buitenlandse Zaken Max van der Stoel, kreeg in 1992 toestemming om Irak te bezoeken. Hij publiceerde vervolgens een rapport over de gruwelijke manier waarop het Iraakse leiderschap alle oppositie de kop indrukte, en was tot niemands verbazing nooit meer welkom. Zijn volgende rapporten waren gebaseerd op materiaal uit verschillende bronnen, waaronder ballingen en oppositiegroepen in het buitenland, ,,verraders en agenten'' in de ogen van Bagdad.

Ook Mavrommatis heeft inmiddels enkele malen zijn bezorgdheid uitgesproken over de situatie in Irak; wat de mensenrechten betreft is de toestand sinds Van der Stoel immers niet veranderd. Zijn visum wordt dan ook gezien als een teken van nieuwe flexibiliteit in Bagdad in het licht van de huidige Amerikaanse druk op het regime van Saddam Hussein.

President Bush viel vannacht in zijn State of the Union-toespraak weer uit naar Irak, dat volgens hem deel uitmaakt van een ,, as van het kwaad''. Dat neemt niet weg dat de storm van speculaties over een ophanden zijnde aanval op Irak – niet wegens relaties met Bin Laden, want die zijn nog steeds onbewezen, maar op verdenking van de heimelijke ontwikkeling van massavernietigingswapens – de laatste weken wat is geluwd. Het is duidelijk dat Washington zelf niet goed weet hoe het zijn droom van verwijdering van Saddam moet verwezenlijken. Met bombardementen alléén zal dat niet lukken, en de Iraakse oppositie is te zwak om als uitgangspunt voor een nieuw regime te fungeren. Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken maakte dat eerder deze maand nog eens duidelijk aan de haviken van het Pentagon door de financiële ondersteuning van het Iraaks Nationaal Congres (INC), de belangrijkste oppositiegroep, te bevriezen. Het INC had zijn boekhouding niet op orde; lees: op het INC kun je niet bouwen.

De mogelijkheid van een Amerikaanse aanval had intussen geleid tot een stroom internationale bezwaren, uit angst voor uiteenvallen van Irak na een eventuele eliminatie van Saddam dan wel omdat men goed aan Saddam verdient. Bagdad heeft nu kennelijk besloten dat het verstandig is daarop door te borduren en de buitenwereld zoveel mogelijk van zijn goede wil te overtuigen, voor het geval van het weer-oplaaien van het Amerikaanse aanvalsvuur.

Vandaar het visum voor de rapporteur voor de mensenrechten, en vandaar ook bij voorbeeld de recente toenadering tot aartsvijand Iran, met het lokmiddel van muilkorving van de Iraanse strijdgroep Mujahedeen-Khalq, die vanaf Iraaks grondgebied opereert. Er is een aanbod gedaan aan Koeweit en andere Golfstaten om het verleden te begraven – overigens volstrekt ontoereikend volgens Koeweit. Eveneens is er een nieuw voorstel gedaan aan de VN over de slepende kwestie van de meer dan elf jaar oude handelssancties te praten. Vorige week wendde Bagdad zich met een soortgelijke boodschap tot het Spaanse voorzitterschap van de Europese Unie.

Die goede wil – of, zo men wil, angst voor Amerika's woede – gaat niet zo ver dat Irak nu weer de wapeninspecteurs van de VN wil toelaten die drie jaar geleden vertrokken. Maar de toenmalige en steeds herhaalde boodschap dat ze nooit meer zouden worden toegelaten is wel afgezwakt tot de eis dat eerst de sancties worden opgeheven en het hele Midden-Oosten in een kernwapenvrije zone is veranderd. Die tijd is nog ver weg.

Saddam Hussein heeft de VS intussen vaderlijk gewaarschuwd lering te trekken uit de aanslagen van 11 september. ,,Zullen de Amerikanen ooit doen wat juist is?'' vroeg hij zich twee weken geleden af in zijn toespraak op de elfde verjaardag van de `moeder van alle veldslagen' waarin de door de VS geleide coalitie zijn leger uit Koeweit sloeg. ,,Ik zou willen dat ze dat deden'', zei hij. ,,Maar ze doen niet wat juist is, en ze zijn onvermijdelijk op weg naar de afgrond.''