Er is meer dan alleen `Gironingen'

Groningen is dit jaar vooral Gironingen, startplaats van de Ronde van Italië. Maar wethouder Bron (Sport) wil meer. ,,Groningen moet zich profileren, ook als topsportstad.'

Wat bezielt de gemeente haar medewerking te verlenen aan het, op het eerste gezicht, krankzinnige idee om de Ronde van Italië naar Groningen te halen? Over die vraag hoeft Robbert Jan Bron niet lang na te denken. ,,De boodschap is: wij staan open voor ideeën, hoe wild die plannen in aanleg ook zijn of lijken', zegt de Groningse wethouder, die onder meer verantwoordelijk is voor sport.

Hoewel de internationale wielerkaravaan pas over ruim drie maanden (proloog op zaterdag 11 mei) neerstrijkt in `de hoofdstad van Noord-Nederland', lijkt de gemeente de investering van bijna 1,2 miljoen euro deels aangewend voor een culturele omlijsting nu al dubbel en dwars te hebben terugverdiend. Het ludieke idee van sportjournalist Dick Heuvelman en de daaropvolgende lobby, met onder meer een bezoek aan de paus, genereerden immers zoveel free publicity dat de stad nog jaren zal teren op de herinnering. Niet voor niets spreekt Bron van ,,een meesterlijk project ter promotie van Groningen'.

Maar de ambities van de zevende stad van Nederland (174.324 inwoners) reiken aanzienlijk verder dan een incidentele stunt. ,,Groningen moet zich profileren, ook als topsportstad', meent Bron. ,,Mijn voorgangers hebben niet stilgezeten, maar het kan beter én consistenter. Niet door Rotterdam te imiteren, maar door gerichte keuzes. Vergeet niet: als enige echt grote stad in Noord-Nederland heeft Groningen wel een bijzondere verantwoordelijkheid, al is het maar voor de regionale breedtesport.'

Hoewel de Giro veel goedmaakt en Groningen volgend jaar een van de speelsteden is van het wereldkampioenschap handbal voor vrouwen, kan de stad niet bogen op een kalender met (inter-)nationaal aansprekende A-toernooien. Mede gedwongen door bescheiden financiële middelen (onlangs verdubbeld tot 98.000 euro per jaar) pleit Bron voor `strategisch evenementenbeleid', bedoeld om de breedtesport aan te jagen en `de stad te verkopen', en gericht op ,,acquisitie van toernooien en evenementen die passen bij het profiel van Groningen'.

Zijn gedachten gaan daarbij uit naar atletiek, basketbal, jeugdvoetbal, schaken, schaatsen, volleybal en wellicht tennis. Het zijn volgens Bron bovendien sporten die aansluiten op de demografische samenstelling. Een derde deel van de bevolking is jonger dan dertig, onder wie bijna 40.000 studenten. Het is mede om die reden dat Bron, tevens verantwoordelijk voor onderwijs, een substantieel deel van het budget reserveert voor jeugd- en breedtesport.

Om de hogere doelen te verwezenlijken nam de D66-wethouder vorig voorjaar het initiatief tot het organiseren van wat uiteindelijk resulteerde in een reeks van maar liefst vijftien discussie-avonden, waar eenieder zijn of haar hart kon luchten. Bron: ,,Niet vanuit de gedachte `U vraagt, wij draaien', maar om goed te luisteren naar de ideeën en inzichten van mensen uit de praktijk. Want ik kan wel een plan schrijven, als ik niet weet wat er leeft, wat de knelpunten en de behoeften zijn, kan ik beter stoppen.'

Vele op- en aanmerkingen zijn meegenomen in een ambitieuze beleidsnota, getiteld In naam van de sport. Kern van de mede door Bron opgestelde `Sportvisie 2015': streven naar multifunctionele accommodaties, maatwerk voor (top)sporters en een centrale rol voor het onderwijs. `Inzet is de wisselwerking tussen topsport en breedtesport te versterken en topsport meer te benutten als stadspromotie', zo staat te lezen in het document dat moet leiden tot `een bruisend Groninger sportleven'.

Meer dan tot voor kort het geval was moet de gemeente het voortouw nemen, zeker als het om topsport gaat, betoogt Bron. Temeer daar de (financiële) steun vanuit het regionale bedrijfsleven te wensen overlaat wil hij jaarlijks een bedrag van 230.000 euro opzij leggen voor de topsport. ,,Ik klaag niet, maar feit is dat zowel de stad als de regio Groningen een `filialeneconomie' heeft. Elders in het land staan de hoofdkantoren. Daar wordt beslist over sponsoring, niet hier.'

Aan de eigen uitgaven ligt het niet. Bron kan indrukwekkende cijfers overleggen. In het jaarlijkse overzicht van gemeentelijke sportbegrotingen, opgesteld door het vaktijdschrift SPORT Bestuur & Management, bezette Groningen vorig jaar samen met Eindhoven de tweede plaats: per hoofd van de bevolking gaf de gemeente 56,72 euro (bruto) uit aan sport. Alleen Emmen was scheutiger, met 62,16 euro per inwoner. Dit jaar `spendeert' de Groningse burger 68 euro aan sport.

Waar het de stad evenwel aan ontbreekt is een publiek-private organisatie, die zich onder meer bekommert om de werving van sponsors en toernooien, en in het verlengde daarvan: topsportontwikkeling. Formeel bestaat de Stichting Groningen Topsport nog. Maar sinds het afhaken van directeur en oud-schaatser Gerard Kemkers, vier jaar geleden uit frustratie over de beperkte mogelijkheden – ,,Ik had niet eens een eigen werkplek' – is de organisatie een papieren tijger.

Bron onderkent het belang van een evenementenbureau en zegt de stichting, in welke vorm of omvang dan ook, in ere te willen herstellen. Verder vertrouwt hij op de aanbevelingen van het zogenoemde topsportplatform, `een denktank' met ervaren sportbestuurders als Joop Alberda (technisch directeur NOC*NSF) en Joop Atsma (Tweede-Kamerlid voor het CDA en voorzitter van de wielrenunie).

Illustratief voor de Groningse dadendrang is het accommodatiebeleid. In hoog tempo werkt de gemeente momenteel de achterstand weg. Na de oplevering van de topsporthal (bijdrage 550.000 euro) in het centrum van de stad, medio augustus vorig jaar, ging het college van B en W vorige week akkoord met de bouw van een nieuw voetbalstadion voor FC Groningen. Het multifunctionele complex Euroborg, gelegen aan de zuidflank van de stad, biedt onder meer plaats aan een casino, een parkeergarage en horecagelegenheden. Van de kosten voor het stadiondeel (45,5 miljoen euro) komt zeven miljoen voor rekening van de gemeente.

Vanavond buigt de raad zich over het voorstel. Hoewel Bron nog liever vandaag dan morgen zou beginnen, gaat op z'n vroegst pas in december de eerste spade de grond in. Ruim anderhalf jaar later (augustus 2004) moet het ontwerp van architect Wiel Arets gereed zijn en vertrekt de populaire volksclub (gemiddeld aantal toeschouwers 12.309) voorgoed uit het huidige onderkomen: het karakteristieke maar verouderde Oosterpark-stadion.

,,Een nieuw stadion is geen luxe, eerder noodzaak', zegt Bron. ,,Voor de stad, voor de regio, maar vooral ook voor de club die momenteel niet kan uitbreiden en dus niet kan verdienen. Nu de boot missen zou kunnen betekenen dat FC Groningen op termijn langzaam maar zeker wegkwijnt, zoals dat in Maastricht is gebeurd met MVV.'

Zesde deel van een serie over het sportklimaat in grote steden. Eerdere afleveringen verschenen op 17 november, 8 en 22 december, 12 en 19 januari.