Een Thaise western

Na de spaghettiwestern krijgt het door en door Amerikaanse genre van de western concurrentie uit onverwachte hoek. Tears of the Black Tiger wordt door de makers gepromoot als `a spicy Thai western' en is in het buitenland al herdoopt tot `eastern western'. De film verwijst echter meer naar de Italiaanse variant dan naar Amerikaanse klassiekers. Zo is de uit meerdere films van Sergio Leone bekende uitgerekte shoot-out met z'n extreme close-ups te herkennen, en is op de soundtrack op gezette tijden een quasi-Morriconemuziekje te horen.

Leone's Europese westerns grensden al aan de parodie, en Tears of the Black Tiger gooit er nog eens een schepje bovenop. Dit begint al bij de vormgeving. Het kleurenpalet van de film is digitaal bewerkt, en ziet eruit al een Technicolorfilm in het kwadraat met veel pastel en oververzadigde kleuren. Decors zijn duidelijk zichtbaar geschilderd en het snorretje van de boef is wel heel erg nep. De film is bewust excessief in alles: acteren, muziek, referenties naar wereldcultuur, en het spel met andere genres. Meer nog dan een western is de film een melodrama over geliefden uit verschillende klassen die uit elkaar worden gehouden door deze standsverschillen.

Melodrama betekent letterlijk drama met muziek, en dat is Tears of the Black Tiger dan ook. Op die muzikale momenten doet de film weer denken aan een Bollywoodfilm. Tears of the Black Tiger is een film die de meningen polariseert. De excessieve vorm en inhoud grenzen aan camp, en van dit soort melige humor moet je houden. En de film is zo overvol met ideetjes dat het na een uur wel heel vermoeiend wordt om de aandacht vast te houden. De film is uiteindelijk té speels en vrijblijvend waardoor de aangesneden thematiek van klassenverschillen in Thailand volledig ondersneeuwt.

Tears of the Black Tiger (Fah Talai Jone). Regie: Wisit Sasanatieng. Met: Chartchai Ngamsan, Stella Malucchi, Supakorn Kitsuwon, Arawat Ruangvuth. In 6 bioscopen.