Dit is geen 1966

Grote gebeurtenissen liggen in het verschiet: het koninklijk huwelijk en de verkiezingen. Door beide raakt het volk in zekere beroering, om het voorzichtig te zeggen. In het eerste geval hebben we het vooral te danken aan de bruid die grote publiciteit veroorzaakt, door haar uiterlijk, haar persoonlijkheid en haar vader. De verkiezingen zijn buitengewoon, voor het eerst na veertig jaar, door het verschijnen van een partij die een buitenbeentje in het bestel is, en waarschijnlijk geen splinterpartij zal worden. Twee redenen tot nadenken: over de monarchie en over het bestel.

Voor de monarchie ziet het er goed uit. Het instituut gaat met zijn tijd mee. De vorst is op zijn best als hij buiten politiek vaarwater blijft, boven de partijen staat, zich niet laat politiseren. Alleen op die manier kan hij het staatshoofd zijn dat de nationale eenheid symboliseert. Dat is vaak anders geweest. In de jaren dertig was de monarchie vooral van de conservatieven en de confessionelen. In de oorlog werd koningin Wilhelmina tot nationaal symbool. In de jaren van het bewind van koningin Juliana ontstond verwarring, door de bekende verwikkelingen. Links en rechts probeerden er, al naar gelang van de omstandigheden, gebruik van te maken. Dat heeft koningin Beatrix goed begrepen. Ze heeft zich niet door welke stroming dan ook laten toe-eigenen en daarmee heeft ze de monarchie radicaal gedepolitiseerd. Onder haar bewind is de rust rond het instituut teruggekeerd.

Maar de tijden veranderen. Populariteitsmetingen deden hun intrede. Hoewel ze in tijden van nood ter plaatse was, werd ze in haar openbaar optreden afstandelijk, koel, kil of arrogant bevonden. Laten we blij zijn, heb ik wel eens gedacht. Het staatshoofd is er niet voor de showbizz. Of toch een beetje? Het entertainersgedrag dringt door tot de hoogste kringen van het gezag, zoals we aan het optreden van menig minister en fractieleider kunnen zien. Dat wordt de dames en heren niet kwalijk genomen. Integendeel. Het draagt bij tot hun populariteit en daardoor tot hun macht. En waar televisie is, laat het vleugje entertainment niet lang op zich wachten. Zo krijg je de indruk dat bij de intrede van deze aanstaande prinses ook de monarchie het entertainment als middel om de troon te schragen, niet wordt verwaarloosd.

Is dat slecht? Nee. Zolang het entertainment apolitiek blijft, draagt het in deze tijd bij tot de continuïteit van de monarchie. Daarmee is het land het best gediend. Natuurlijk zijn er republikeinen die met een sluitende redenering aantonen dat geen betrekking erfelijk mag zijn, en dat de macht van de troon in zijn ondoorzichtigheid strijdig is met een open democratie. Dat debat is zo oud als de weg naar Kralingen.

Maar het gaat er niet om of de republikeinen dan wel de monarchisten gelijk hebben. Er mag geen situatie ontstaan waarin ze het dusdanig met elkaar aan de stok krijgen dat een koningskwestie ontstaat. De oorzaak van zo'n nationaal probleem is dan meestal de vorst zelf. Hij is partij geworden, hij heeft zich laten politiseren. Door eigen toedoen of door `het lot', dat maakt dan geen verschil meer. Het voorbeeld is de Belgische koning Leopold III, de strijd over zijn terugkeer na 1945 die het land vijf jaar verdeeld heeft gehouden. De voorwaarden daarvoor zijn hier in de verste verte niet aanwezig. Dit huwelijk wordt een groot modern evenement. Het is nationaal of zelfs internationaal entertainment. Zoals dat dan gaat, grijpt het al vér van tevoren om zich heen, waardoor het nog groter wordt. Je kunt er je bezwaren tegen hebben, maar dat is een verschijnsel, als de zon en de regen. Het is een kwestie van smaak.

Het heeft niet veel gescheeld of er was op het nippertje nog een aanzet tot politisering gegeven, door de rol van de schoonvader, de manier waarop de bruidegom met de conclusies van het rapport van professor dr. Baud is omgesprongen, en de reacties die daarop uit de monarchistische en republikeinse kampen zijn gekomen. Minister-president Kok liet weten dat hij door mij samengevat genoeg had van het gezeur en dat het bruidpaar zijn geluk gegund moest worden. Onder andere omstandigheden zou er misschien een storm van verontwaardiging zijn opgestoken: we maken zelf wel uit wie hier zeurt. Maar Kok had de verhoudingen opnieuw goed ingeschat. De kwestie-Zorreguieta is voldoende van de bruiloft onthecht om geen grote politieke moeilijkheden te veroorzaken. De leider van de partij in opkomst die zijn aanstaand succes als het dat wordt te danken zal hebben aan alles wat paars is, was het met de minister-president eens: gun die jonge mensen hun geluk.

De vergelijking met het vorig huwelijk in 1966 ligt voor de hand. Maar dit zijn geen jaren zestig. Ook toen was het bestel in beweging. Het werd aangetast door links, het bewoog zich in die richting, het politiseerde en polariseerde, met als centrum Amsterdam dat al een paar jaar zijn gezagscrisis beleefde. Deze keer is er geen verdeelde PvdA, geen verzetstelevisie, er zijn geen provo's. Nu komt de aanval niet van een links liberale partij als D66, en een grote factie binnen de PvdA, maar van een soort populistisch rechts, dat alles doet om zich met de monarchie zoals die in deze dagen verschijnt, te vereenzelvigen. Het lastige, het balorige Amsterdam, dat zichzelf graag `anarchistisch' wil noemen, dat alles is niet meer dan een flauwe afspiegeling van wat in 1966 te beleven viel. Als er nu een gezagscrisis in Amsterdam is, wordt die veroorzaakt doordat een of ander evenement of entertainment uit de hand loopt. En te oordelen naar wat we ervan te zien en te horen hebben gekregen, heeft het Amsterdams gezag zich deze keer, met dit giga-evenement in het verschiet, op alles voorbereid.