Bush naar de letter

Hij begon gebutst aan zijn presidentschap. George W. Bush had ternauwernood gewonnen van zijn opponent Al Gore en er bestonden twijfels aan zijn capaciteiten. Kon hij de fenomenale taak van het presidentschap wel aan? In twaalf maanden kan veel gebeuren. Bush, de stuntelaar, de man die woorden door elkaar haalde en de indruk wekte als Texaan verdwaald te zijn in de wereld van de grote politiek, Bush-de-zoon-van is als 43ste president van de Verenigde Staten uitgegroeid tot een staatsman die nu al kan bogen op een aantal indrukwekkende wapenfeiten en die immens populair is bij het Amerikaanse volk. De ochtend van 11 september 2001, Amerika's benauwdste uren sinds de Tweede Wereldoorlog, gaven hem de kans om zijn capaciteiten te tonen op een moment dat zich in een presidentschap zelden aandient en waarop iedere leider onbewust wacht. George W. Bush pakte zijn kans. En hij groeide in zijn rol als president van een land in nood, als trooster van de natie en als opperbevelhebber van manschappen die de oorlog ingingen.

Gisteravond sprak hij in het Capitool de verzamelde vergadering van Senaat en Huis van Afgevaardigden toe in zijn State of the Union, rechtstreeks op televisie uitgezonden. Het was ruim vier maanden geleden dat de president, op 20 september, Huis en Senaat (en volk) toesprak, naar aanleiding van de aanslagen op 11 september. In die toespraak stond zijn hele beleid van de maanden daarna opgetekend: de strijd tegen de terreur, tegen Al-Qaeda en Osama bin Laden, tegen regimes die terroristen onderdak verlenen. Met geduld, vastberadenheid en precisie heeft Bush tot op heden uitvoering gegeven aan zijn woorden van toen. Om die reden is het goed om zijn speech van gisteren zo letterlijk mogelijk te nemen. Wat Bush zei, zal hoogstwaarschijnlijk ook gebeuren.

De `staat van de unie' in de VS is wat de troonrede in Nederland is – maar van aanzienlijk meer lading en consequentie. Het is een toespraak die in grote lijnen de politiek van de zittende president van het machtigste land ter wereld schetst. Aan zijn woorden is weken gesleuteld, iedere mededeling is doordacht. De retorische kwaliteit ervan is onvergelijkbaar en verschaft zelfs moeizame sprekers als Bush glans en magie. Meer dan de vorige keer ging deze State of the Union over de economie en de binnenlandse politiek. Maar Bush begon en eindigde zijn toespraak met de strijd tegen de terreur die de VS voeren, ,,een oorlog die nog maar net begonnen is''. Daar ligt de kern, daar is terug te vinden hoe de VS de komende maanden op buitenlands- en veiligheidsgebied zullen handelen.

Dat is alles bij elkaar niet mals. In dreigende taal werden regeringen die in de ogen van Amerika niet genoeg doen om het terrorisme te bestrijden, opgeroepen dit alsnog en snel doen. Gebeurt dat niet, dan zullen de VS ingrijpen. Afghanistan is het voorbeeld. Hamid Karzai, het hoofd van de Afghaanse interim-regering – als eregast gisteren in het Capitool aanwezig – kon instemmend knikken. Bush noemde Irak, Iran en Noord-Korea met name, evenals terreurgroepen als Hamas, Hezbollah en Islamitische Jihad. Die kunnen dus nog wat verwachten. Met geen woord repte de president over een hiermee – en met de strijd tegen het terrorisme – samenhangend Midden-Oostenbeleid. Dat valt te betreuren omdat de situatie tussen Israël en de Palestijnen snel verslechtert en de kiem van een veel groter conflict in zich draagt. Het feit dat de VS de zaken in het Midden-Oosten op hun beloop laten, beïnvloedt in negatieve zin de strijd tegen de terreur en verhoogt de spanningen bij de Arabische coalitiegenoten van Amerika. Een aanval op Irak, een confrontatie aangaan met het net ontluikende Iran brengt grote risico's met zich mee. Alles hangt met alles samen in het Midden-Oosten; één misstap en een zorgvuldige opgebouwd beleid van maanden is teniet gedaan.

President Bush heeft drie fronten waarop hij oorlog moet voeren: dat van het terrorisme, van de beveiliging van `thuisland Amerika' en van de recessie. De eerste twee zijn de electorale en politieke aanjagers van zijn grootste probleem: de economie. De werkloosheid stijgt, bedrijven gaan failliet en hoewel het dieptepunt voorbij lijkt, wordt een president – ook een president die oorlogssuccessen boekt – doorgaans afgerekend op de mate van voorspoed die hij de kiezer bezorgt. De oppositie is door Bush' succes als terreurbestrijder, als de man die het beslissende moment uit zijn loopbaan onderkende en greep, in de verdediging gedrongen. Maar Bush is niet onkwetsbaar. De oorlog kost veel geld: meer dan 30 miljoen dollar per dag. Het begrotingstekort stijgt en stijgt. Daar ligt zijn achilleshiel, daar liggen de kansen voor de Democraten: bij de tekorten en de haperende economie. En bij een ander, niet door de president met name genoemd onderwerp: de firma Enron, het Texaanse energiebedrijf dat failliet ging. De politieke neerslag van dit grootste bankroet ooit heeft Washington inmiddels bereikt. Bush is gewaarschuwd. De messen liggen klaar.